De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado's Geven Hartelijk Dank

G lauben

G ehören

G ratulieren

H elfen

D anken 

Mary

Das Zelt = de tent

Zelt lijkt op zeil en voor een tent heb je een zeil nodig.

Moniek