Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje

Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!

e

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse 'la cave', wat kelder betekent. Een kelder is hol

Concaaf = hol
Convex = bol


Dries

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP

Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen

Jade Apeldoorn

Om te onthouden waar de teller en de noemer komen in een breuk, kun je denken aan T = T

Teller = Top

Maartje

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan 'mode' wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal


Onno de Bruin

Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P's in het woord

SuPPlementair --> 2 p's --> 180 graden draaien
ComPlementair --> 1 p --> 90 graden draaien


Om te onthouden dat 1 kilo = 2 pond = 10 ons, kun je het volgende doen

Breng je handen samen (1 kilo), maak nu twee vuisten (2 pond), laat al jouw vingers zien (10 ons)

Mathilda Sprangers

De formule voor de r.c. is Verticaal/Horizontaal

Om dit te onthouden, kun je denken aan VerHip

V erticaal /
H orizontaal

Colin

Om de volgorde van de Romeinse cijferwaardes te onthouden, kun je denken aan de zin
Ik Verkoop Xavier Liever Choco Dan Melk

I - Één
V - Vijf
X - Tien
L - 50
C - 100
D - 500
M - 1000


Marc

Om de verschillende wiskundige verbanden te onthouden, kun je denken aan WELKOM

W ortelverbanden
E xponentiële verbanden
L ineaire verbanden
K wadratische verbanden
O mgekeerd evenredige verbanden
M achtsverbanden


Joyce
Meer ezelsbruggetjes tonen