Nederlands Archives - Pagina 3 van 3 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Signaalwoorden voor een redengevend verband

Deze signaalwoorden kun je onthouden aan de hand van de zin
Op Woensdag Draag Ik Nooit Handschoenen Zonder Veters

O mdat
W ant
D aarom
I mmers
N amelijk
H ierdoor
Z odoende
V anwege

Door Joey

Professor

Om te onthouden hoe je professor schrijft, kun je denken aan
De professor heeft 1 fiets en 2 sokken

1 fiets = f
2 sokken = ss

Door Annoniem

tekstverbanden

Als de OPSOMMING een TEGENSTELLING maakt zorgt dat voor een TEMPORELE VOORWAARDE, die als REDEN de DOEL van de VERGELIJKING TOELICHT, om de OORZAAK te kunnen CONCLUDEREN.
Dat lijkt mij een goede SAMENVATTING.

Door Floris

Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….

Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)

Door Annemarie

Onmiddellijk

Het woord ‘onmiddellijk’ juist schrijven kan je doen door te denken aan “Ik ga onmiDDeLLijk slapen”. Dit doe je met twee dekens en twee lakens.

Door Katja Tans

Het verschil tussen een optimist en een pessimist

Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval

Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)

Door Chantal

Lijdend voorwerp

Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV

Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv

De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv

Door Gretsken

Het verschil tussen als en dan

Het verschil tussen als en dan kun je onthouden aan de hand van het verschil tussen de vergelijkende trap en de verkleinende of vergrotende trap

Als –> vergelijkende trap –> evenveel ALS
Dan –> verkleinende/vergrotende trap –> meer/minder DAN

Door S!lke

zwobbels!

de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen

Door sien

Soorten argumenten

Om de zeven verschillende soorten argumenten te onthouden, kun je denken aan de zin
Veel Fietsen En Andere Voertuigen Ergeren Mensen

V oorbeeld
F eit
E motie
A utoriteit
V ergelijking
E mpirisch
M oreel

Door Marlies

Argumenten

Inductie
Deductie
Autoriteit
Analogie
Voorbeeld
Statistieken
Oorzak
Gedrags
Pragmatish

Door Matty

Pv zoeken

Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).

Door Twan

Scrijf/ tekstdoelen

Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)

Door Lotte :)

Gebruik van eau

Bij woorden die eindigen op eau, zoals bureau, cadeau of niveau. De volgorde van de eau onthouden met Ezeltje Achter Uit.

Door Belle
Home
Alle items
Uploaden