Nederlands Archives - Pagina 2 van 3 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Het verschil tussen saneren en renoveren

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en VER = VER

Saneren = Slopen
RenoVERen = VERbouwen

Door storm

Tekstverbanden

Hier een ezelsbruggetje voor de Tekstverbanden. Ik hoop dat het je helpt!

cc + tt + oo = rv.
Denk aan:
Cake.
Cafe.
+
Tegenwoordige.
Tijd.
+
Oude.
Opa.
=
Rot.
Vrouw.

Door Anoniem

Pv zoeken

Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).

Door Twan

Soorten argumenten

Om de zeven verschillende soorten argumenten te onthouden, kun je denken aan de zin
Veel Fietsen En Andere Voertuigen Ergeren Mensen

V oorbeeld
F eit
E motie
A utoriteit
V ergelijking
E mpirisch
M oreel

Door Marlies

Lijdend voorwerp

Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV

Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv

De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv

Door Gretsken

Een brief schrijven

Om te onthouden waar je aan moet denken bij het schrijven van een brief, kun je denken aan
HoLeKlaSaWIJN

Ho ofdletters?
Le estekens?
Kla korte/lange klinkers?
Sa menstellingen?
W erkwoordspelling juist?
IJ of ei? ou of au? v of f? s of z?
N of zonder -n?

Door Debora

Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch

Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal

Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden

Door Katrijn

koppelwerkwoorden

ZWeBBeLS & VUN (denk aan fun)
zijn
worden
blijken
blijven
lijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen

Door Anoniem

Het verschil tussen lijden en leiden

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan 
IJ = IJ

Lijden = pijn lijden

Door Tim

Wintertijd

Wintertijd = je wint-er-tijd-mee

Door Claudine

Argumenten

Inductie
Deductie
Autoriteit
Analogie
Voorbeeld
Statistieken
Oorzak
Gedrags
Pragmatish

Door Matty

Argumenten

De basisregels die als grondslag kunnen liggen van gevoerde argumenten kun je onthouden met de zin
Fietsen Over Nieuwe Voetpaden Gaat Niet Goed

F eiten
O nderzoek of wetenschap
N ormen en waarden
V ermoedens
G eloof
N ut
G ezag of autoriteit

Door Danique

Innovatief

Innovatief = vernieuwend. Een VAATwasser = vernieuwend. In innovatief zit het woord VAAT en in vaatwasser ook.

Door VA

Signaalwoorden voor een redengevend verband

Deze signaalwoorden kun je onthouden aan de hand van de zin
Op Woensdag Draag Ik Nooit Handschoenen Zonder Veters

O mdat
W ant
D aarom
I mmers
N amelijk
H ierdoor
Z odoende
V anwege

Door Joey

Professor

Om te onthouden hoe je professor schrijft, kun je denken aan
De professor heeft 1 fiets en 2 sokken

1 fiets = f
2 sokken = ss

Door Annoniem

tekstverbanden

SCOORT U?
S amenvattend
C oncluderend
O orzaak-gevolg
O psommend
R edengevend
T egenstellend
U itleggend/voorbeeldgevend

Door Nienke

Leestrategieën

Kleine Vriend Zei Niet Stelen.
K: kritisch lezen
V: verkennend lezen
Z: zoekend lezen
N: nauwkeurig lezen
S: studerend lezen

Door Myrthe

Alle letters van het alfabet

The quick brown fox jumps over de lazy dog.

Door Tom

Letters van het alfabet

Het woord ‘medeklinkers’ heeft meer letters dan het woord ‘klinkers’. Zo kan je goed onthouden wat de medeklinkers zijn en wat de klinkers.

Door Janna

Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….

Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)

Door Annemarie

De kenmerken van non-verbale communicatie

Deze kun je onthouden met de zin
Als Emma Frietjes Heeft Rookt Robin Te Veel

A ccentuerende functie
E motionele functie
F eedbackfunctie
H erhalingsfunctie
R egulerende functie
R elationele functie

T egenstrijdige functie
V ervangingsfunctie

Door Willem

De leesstrategieën

De verschillende leesstrategieën kun je onthouden door de zin
Kom, Ik Ga Zo Op School

K ritisch
I ntensief
G lobaal
Z oekend
O riënterend
S tuderend

Door Anne

Het verschil tussen objectief en subjectief

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S

Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)

Door Agnes

Tekstverbanden NL

C oncluderend
U itleggend
T egenstellend
T ijdsvolgorde
R edengevend
O orzaak-gevolg
S amenvattend
M iddel-doel
O psommend
V oorwaardelijk
V ergelijkend

Door Niek

Uiteenzetting

Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT

UITeenzetting = UITleg

Door Kim

Tekstdoelen

Alle Ossen In Opa’s Akker

Amuseren
Overtuigen
Informeren
Opiniëren
Activeren

Door Fransie

Koppelwerkwoorden

De koppelwerkwoorden kunnen onthouden worden met de zin 
BoB HaD ZoVeeL WaS

B lijven
B lijken
H eten
D unken
Z ijn
V oorkomen
L ijken
W orden
S chijnen

Door Naomi

de klinkers

Apen zwEven Over mUren

dIkke vEtte kIppen stOppen bUssen

Door Anoniem

Lange ij, korte ei.

Als je een plank neerlegt op de puntjes van de lange ij dan blijft hij recht liggen, dus dan is het een sterk werkwoord en wordt het woord geschreven met een lange ij.

Want een sterk werkwoord is bijna altijd met een lange ij.

Door Brent
Home
Alle items
Uploaden