
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen als en dan
Het verschil tussen als en dan kun je onthouden aan de hand van het verschil tussen de vergelijkende trap en de verkleinende of vergrotende trap
Als –> vergelijkende trap –> evenveel ALS
Dan –> verkleinende/vergrotende trap –> meer/minder DAN
Het verschil tussen objectief en subjectief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S
Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)
Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….
Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)
Het metrum
De onderdelen van het metrum kun je onthouden met de zin
Jij Activeert Toch Die Andere Software
J ambe. v_
A napest. _v
T rochee. vv_
D actylus. _vv
A mfibrachus. _ _
S pondee. v_v
De NK-klank
Tussen de N en de K mag nooit een G
Dit kun je onthouden met een gezegde
De N en de K zitten op de bank te kussen, dus mag er niemand tussen
Lijdend voorwerp
Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV
Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv
De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv
Tekstsoorten en tekstdoelen
Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP
D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen
Het verschil tussen ei en ij
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
EI = EI en IJ= IJ
De ge-kipte EI = het EI van een kip
De ge-stipte IJ = met 2 stipjes IJ
Het verschil tussen een optimist en een pessimist
Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval
Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)
Abonnement
Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement
Bus = b
Nonnen = nn
Zelfstandige naamwoorden
Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi
Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen
tekstverbanden
Als de OPSOMMING een TEGENSTELLING maakt zorgt dat voor een TEMPORELE VOORWAARDE, die als REDEN de DOEL van de VERGELIJKING TOELICHT, om de OORZAAK te kunnen CONCLUDEREN.
Dat lijkt mij een goede SAMENVATTING.
Tekststructuren
De verschillende structuren kun je onthouden aan de hand van HOPOV
H andelingsstructuur
O nderzoeksstructuur
P robleemstructuur
O piniestructuur
V ergelijkingsstructuur
Tekstverbanden
ChOpTeTo & VoReOoCo
Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband
koppelwerkwoorden
ZWeBBeLS & VUN (denk aan fun)
zijn
worden
blijken
blijven
lijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen
Vreugde
LOVE
Leutig ( opgewonden )
Opgetogen ( enthousiast )
Verrukt ( grappig )
Euforisch ( zeer blij )
Argumenten
De basisregels die als grondslag kunnen liggen van gevoerde argumenten kun je onthouden met de zin
Fietsen Over Nieuwe Voetpaden Gaat Niet Goed
F eiten
O nderzoek of wetenschap
N ormen en waarden
V ermoedens
G eloof
N ut
G ezag of autoriteit
De kenmerken van non-verbale communicatie
Deze kun je onthouden met de zin
Als Emma Frietjes Heeft Rookt Robin Te Veel
–
A ccentuerende functie
E motionele functie
F eedbackfunctie
H erhalingsfunctie
R egulerende functie
R elationele functie
T egenstrijdige functie
V ervangingsfunctie
Onze Redelijk-Verwarde Opa Drinkt Veel Te Vaak Thee met Sappige Cookies
Verbanden van signaalwoorden voor Examen
Onze: Oorzaak-gevolg
Redelijk-Verwarde: Reden/Verklaring
Drinkt: Doel-middel
Veel: Vergelijking
Te: Tegenstelling
Vaak: Voorwaarde
Thee: Toelichting
met
Sappige: Samenvatting
Cookies: Conclusie
zwobbels!
de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen
Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch
Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal
Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden
Bijwoorden
Herkenning bijwoorden : POOT
Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)
Soorten humor
Om de verschillende soorten humor te onthouden, kun je denken aan de zin
Sarah Is Plots Content Met Andere Zwarte Snoepjes
S arcasme
I ronie
P arodie
C ynisme
M ilde humor
A bsurde humor
Z warte humor
S atire
Signaalwoorden voor een redengevend verband
Deze signaalwoorden kun je onthouden aan de hand van de zin
Op Woensdag Draag Ik Nooit Handschoenen Zonder Veters
O mdat
W ant
D aarom
I mmers
N amelijk
H ierdoor
Z odoende
V anwege
Commissaris
Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen.
De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss
