Nederlands Archives - Pagina 2 van 3 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Nevenschikkende voegwoorden

Om de nevenschikkende voegwoorden te onthouden, kun je denken aan WANDMODE

W ant
A lsmede
N och
D och
M aar
O f
D us
E n

Door Pauline

Alle letters van het alfabet

The quick brown fox jumps over de lazy dog.

Door Tom

Koppelwerkwoorden

De koppelwerkwoorden kunnen onthouden worden met de zin 
BoB HaD ZoVeeL WaS

B lijven
B lijken
H eten
D unken
Z ijn
V oorkomen
L ijken
W orden
S chijnen

Door Naomi

Leestrategieën

Kleine Vriend Zei Niet Stelen.
K: kritisch lezen
V: verkennend lezen
Z: zoekend lezen
N: nauwkeurig lezen
S: studerend lezen

Door Myrthe

Het verschil tussen als en dan

Het verschil tussen als en dan kun je onthouden aan de hand van het verschil tussen de vergelijkende trap en de verkleinende of vergrotende trap

Als –> vergelijkende trap –> evenveel ALS
Dan –> verkleinende/vergrotende trap –> meer/minder DAN

Door S!lke

Alfabet

ABC, daar begint het mee.
In deftig zit DEFG

In hij vind je HI en J

De KLM vliegt over de zee

Een NOP zit onder een voetbalschoen
Met de Q kun je maar weinig doen

RSTU zit in verstuurd

Laatst had ik VW gehuurd

Daar reed ik mee naar XYZ

Het einde van het alfabet

Door Damaira

Wintertijd

Wintertijd = je wint-er-tijd-mee

Door Claudine

koppelwerkwoorden

ZWeBBeLS & VUN (denk aan fun)
zijn
worden
blijken
blijven
lijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen

Door Anoniem

Lijdend voorwerp

Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV

Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv

De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv

Door Gretsken

Soorten argumenten

Om de zeven verschillende soorten argumenten te onthouden, kun je denken aan de zin
Veel Fietsen En Andere Voertuigen Ergeren Mensen

V oorbeeld
F eit
E motie
A utoriteit
V ergelijking
E mpirisch
M oreel

Door Marlies

Satelliet

Om de spelling van het woord ‘satelliet’ te onthouden, kun je denken aan
In saté zitten altijd twee stokjes

Door Kim

Pv zoeken

Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).

Door Twan

Het verschil tussen lijden en leiden

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan 
IJ = IJ

Lijden = pijn lijden

Door Tim

Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch

Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal

Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden

Door Katrijn

Het verschil tussen objectief en subjectief

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S

Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)

Door Agnes

Lange ij, korte ei.

Als je een plank neerlegt op de puntjes van de lange ij dan blijft hij recht liggen, dus dan is het een sterk werkwoord en wordt het woord geschreven met een lange ij.

Want een sterk werkwoord is bijna altijd met een lange ij.

Door Brent

Te allen tijde

Om te onthouden wat de spelling van deze zinsnede is, kun je denken aan de zin

Die ENE werkt te allen tijde

tE alleN tijdE

Door José

Ontleden van een zin

Voor het ontleden van zinnen:

Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.

Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)

Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)

Zeilen = zinsdelen

Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)

Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)

Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)

Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!

Door Marit

Tekstverbanden

ChOpTeTo & VoReOoCo

Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband

Door Mees

Commissaris

Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen. 

De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss

Door karlijn

Soorten humor

Om de verschillende soorten humor te onthouden, kun je denken aan de zin
Sarah Is Plots Content Met Andere Zwarte Snoepjes

S arcasme
I ronie
P arodie
C ynisme
M ilde humor
A bsurde humor
Z warte humor
S atire

Door Yasmin

Argumenten

Inductie
Deductie
Autoriteit
Analogie
Voorbeeld
Statistieken
Oorzak
Gedrags
Pragmatish

Door Matty

Professor

Om te onthouden hoe je professor schrijft, kun je denken aan
De professor heeft 1 fiets en 2 sokken

1 fiets = f
2 sokken = ss

Door Annoniem

Tautologie

Om te onthouden wat een tautologie is, kun je denken aan T = T

Tautologie = Twee keer dezelfde betekenis

Door Kim

Onmiddellijk

Het woord ‘onmiddellijk’ juist schrijven kan je doen door te denken aan “Ik ga onmiDDeLLijk slapen”. Dit doe je met twee dekens en twee lakens.

Door Katja Tans

Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….

Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)

Door Annemarie
Home
Alle items
Uploaden