Frans Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ouvert

Ouvert = open

Denk aan O = O

Door Nikki

Casse-pieds

Casse-pieds = hinderlijk/lastig

Casse-pieds lijkt op kattepies, dat is ook vervelend

Door Vincent

Magisme

Magisme betekent winkel
Denk hierbij aan een magazijn, wat heeft een winkel een magazijn.

Door xapie

Ontkenningen Frans

Ne plus: bij de plus betaal je NIET meer
Ne jamais: bij de jamin betaal je NOOIT
Ne rien: bij Rien betaal je NIETS
Ne pas encore= NOG NIET vergeten, pas op voor core.

Door joey

Cuisine

Om te onthouden dat je cuisine met ‘ui’ schrijft, kun je denken aan

In de keuken snijdt je een ui

Door mandy

Werkwoorden Frans

Avoir= ils, elles ont= o van avoir.
Faire= ils, elles font= f van faire

Door Delphine

Bijvoeglijke naamwoorden vóór het zelfstandig naamwoord

De bijvoeglijke naamwoorden die vóór het zelfstandig naamwoord moeten, passen precies in de melodie van Jingle Bells. Zo kan je ze onthouden.

Grand petit,
Beau jolie,
Jeune hoort erbij.
Vi-eux gros,
Bon noveau,
Ja dat is de rij!

Door Femke

Het verschil tussen voilà en voici

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan A = A en I = I

Voilà = dAAR
VoicI = hIer

Door Rianne

Être en avoir

om Être en avoir niet door elkaar te halen kan je dit gebruiken: bij avoir begint alles met een a (behalve ils sont) en avoir begint ook met een a 🙂

Door daphne

Drole

Drole betekent grappig/leuk
Denk aan dat je ergens van moet lachen

Door Thijs

Piscine

Piscine betekent zwembad

Kleine kinderen willen soms nog wel eens in het zwembad plassen

Door roos

Cela en eci

Cela eindigt op een A en dus dAt

Ceci eindigt op een i en dus dIt!

Door naromy

Franse zinsopbouw

Voor het opbouwen van een franse zin, kun je dit aanhouden
Bange Ogen Gaan Langer Mee B.

B ijwoordelijke
bepaling
O nderwerp
G ezegde
L ijdend voorwerp
M eewerkend voorwerp,
B ijwoordelijke bepaling

Door Robert-Paul

Le cafe

Wat drink je een een cafe? Inderdaad de “koffie”. Le cafe is dan ook koffie.

Door Jet

Ordinateur

Ordinateur betekent computer

Sommige (oude) mensen vinden computers ordinair

Door Kelly

Jolie

Jolie = knap

Angelina Jolie is erg knap

Door Tessa

LE PAS. COMP. AVEC ÊTRE

Om te weten welke werkwoorden met être worden vervoegd in de passé composé moet je “MAARTEN P.R.” onthouden.

Montre <-> descendre
Arriver <-> partir
Aller <-> (re)venir
Rentre
Tomber
Entre <-> sortir
Naître <-> mourir

P.asser
R.etourner

+ les verbes pronominaux

Door Clara

Peu

Un peu betekent een beetje.

Een beetje is klein. Klein is een peuk en een peuk lijkt op peu.

Door David

Août

De volgorde van de klinkers in het Frans voor ‘augustus’ is best lastig te onthouden. De klinkers staan op alfabetische volgorde:
a o u + t.
De a en de o zijn dicht. De u maken we zelf dicht met een dakje.
We schrijven dus: août.

Door D.J.

Depuis

Depuis betekent sindsdien

Denk hierbij aan sindsdien heb ik de puist

Door Anoniem

Ascenseur en escallier

Ascenseur betekent lift
Escallier betekent trap

Een ascenseur heeft een deur, een escallier heeft een tree. Een lift heeft een deur en een trap heeft een tree.

Door Joke

Ferme

Ferme = dichtdoen, sluiten

Als je de deur dicht gooit dan doe je dat met een ferme slag

Door Zoë

Vraiment

Vraiment betekent echt

Dat is een echt fragment

Door Thom

Acheter

Acheter betekent kopen

Als je thee gaat kopen.

Door Jonneke

couter

Couter betekent kosten

Denk hierbij aan je gaat (S)couter kosten betalen

Door pleun

Frans Belle en Beau

Als je bij frans Belle en Beau door elkaar haalt, en niet weet welke vrouwelijk en welke mannelijk is: Denk dan aan Belle en het beest. Belle is hier een vrouw, dus Belle is de vrouwelijk vorm voor mooi en Beau de mannelijke!

Door ella

Nager

Nager = zwemmen

Nager lijkt op naakt,

dus zou je kunnen onthouden: naakt zwemmen

Door Anno

Avoir

Een soort liedje

Met je een ai
Met tu een as
Met il een a
En elle a
Ook een a met on
Nous is apart avons
Vous is een avez
Ils elles (h)ont

Door Michelle

bijv. naamwoorden vóór zn

Als (autre)
Ben (bon)
Jou (joli)
Niet (nouveau)
Leuk (long)
Vindt (vieux)
Gaat (gros)
Het (haute)
Met (mauvais)
Ben (beau)
Gewoon (grand)
Prima (petit)

En dan de rangtelwoorden natuurlijk!

Door Julia
Home
Alle items
Uploaden