
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
trap = escallier
escallier betekent trap
via de trap kan je weg en kan je ‘ontsnappen’
ontsnappen betekent escapen in het engels
dus bij escallier moet je denken aan het escapen via de trap
La randonée
La randonée betekent de excursie, de wandeling.
Tijdens je excursie of wandeling val je over de “rand o née”
Le gant
Le gant betekent de handschoen. Denk hierbij aan een dame op een bal. Die draagt handschoenen en dat staat heel e-le gant.
Woorden in de passé composé
Om de woorden die in de passé composé met être gaan, te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAMPERSVAT
D escendre
A ller
M onter
P artir
E ntrer
R ester
S ortir
V enir
R etourner
A rriver
Être en avoir
om Être en avoir niet door elkaar te halen kan je dit gebruiken: bij avoir begint alles met een a (behalve ils sont) en avoir begint ook met een a 🙂
De uitgang EAU
Om de uitgang -eau te onthouden, kun je het zien als een acroniem. EAU
E en
A kelige
U itgang
Ferme
Ferme = dichtdoen, sluiten
Als je de deur dicht gooit dan doe je dat met een ferme slag
Á ce soir
Á ce soir betekent tot vanavond. Dit lijkt op accesoir, als je uitgaat draag je accesoires.
Quinze, seize
Na quinze (15) komt seize (16) dat kun je onthouden door te denken aan
‘Ik ken ze,’ zei ze
LE PAS. COMP. AVEC ÊTRE
Om te weten welke werkwoorden met être worden vervoegd in de passé composé moet je “MAARTEN P.R.” onthouden.
Montre <-> descendre
Arriver <-> partir
Aller <-> (re)venir
Rentre
Tomber
Entre <-> sortir
Naître <-> mourir
P.asser
R.etourner
+ les verbes pronominaux
Het verschil tussen cela en ceci
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
A=A en I=I
CelA = dAt
CecI = dIt
Bon beau grand
Rijmpje:
(Ook vrouwelijk en meervoud)
bon beau grand
gros mauvais mechant
haut vieux long petit
cher jeun joli
Deze bijvoeglijke naamwoorden komen vóór het zelfstandig naamwoord
Patient
Patiënt betekent geduldig.
Als een patient in de wachtkamer op de dokter zit te wachten moet hij heel geduldig zijn.
Uitgangen tegenwoordige tijd
Om de uitgangen voor de eerste 3 vormen van de tegenwoordige tijd te onthouden, kun je denken aan
SuperSnelTrein
-s (je dors)
-s (tu dors)
-t (il dort)
Peu
Un peu betekent een beetje.
Een beetje is klein. Klein is een peuk en een peuk lijkt op peu.
Dès que
Dès que = zodra
1. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dekken.
Wordt:
2. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dès que
Cuisine
Om te onthouden dat je cuisine met ‘ui’ schrijft, kun je denken aan
In de keuken snijdt je een ui
Depuis vertaling onthouden
Depuis betekent “sinds”, en dat kan je zien aan het woord zelf. Het woord bevat namelijk “sinds” letter-voor-letter in het woord. Geloof je me niet?
Draai het woord “Depuis” 180 graden om en zie het woord “sinds” verschijnen
Het verschil tussen voilà en voici
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan A = A en I = I
Voilà = dAAR
VoicI = hIer
