Natuurkunde Archives - Pagina 2 van 2 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Formule voor vermogen en weerstand

De formule voor vermogen is 
P = U*I –> R = U/I

Dit kun je onthouden met PUIst RUIkt

P = Vermogen
U = Spanning
I = Stroomsterkte
R = Weerstand

Door Sophie

vermogen berkenen

je onthoud de volgorde van vermogen, spanning en stroom sterkte door:
vespa sterkte

ve- VErmogen
spa- SPAnning
sterkte- stroomSTERKTE

Door Nicky

Formules U = volt = spanning

U = volt
(De U lijkt op de V)

U = volt = spanning
Tussen de U en de V heerst spanning.

I = stroom
Vaak wordt er een Uitroepteken geplaatst (! Lijkt op I).

Door Jason

Formule voor lenzen

Om de formule voor de brandpuntsafstand te onthouden, kun je denken aan Veel Boeren FIetsen

1/n + 1/b = 1/f 

Door Anoniem

Kleuren van de regenboog

Om de kleuren te onthouden, kun je denken aan de zin
Ridder Overwint Gevaarlijk Gevecht, Blinkend In Victorie Ridder

R ood
O ranje
G eel
G roen
B lauw
I ndigo
V iolet

Door Bob

Wiskundesom

Om een wiskundesom goed te beantwoorden, kun je denken aan FIBA

F ormule opschrijven
I nvullen wat je weet
B erekening opschrijven
A ntwoord geven

Door Lenneke

Spanning, Stroom en Weerstand

Om het onderscheid te onthouden tussen spanning, stroom en weerstand, kun je denken aan
USV ISA RO

U –> Spanning in Volt
I –> Stroom in Ampère
R –> Weerstand in Ohm

Door younes

Het verschil tussen spoel en capaciteit

Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE

L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom

C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning

Door Barry

Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan 
L=L en N=N

KwaLitatief –> met letters 
KwaNtitatief –> met nummers

Door Anoniem

2*3=6

Als je bijvoorbeeld U = I * R ziet is het lastig om te bedenken wat nou de formule is voor I of juist R, bedenk dan:
6 = 2*3
dan is de stap naar
2 = 6/3 en 3 = 6/2,
en dus
I = U/R en R = U/I,
een stuk makkelijker.
Dit werkt met alle formules die je om moet schrijven!

Door David
Home
Alle items
Uploaden