
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Formules U = volt = spanning
U = volt
(De U lijkt op de V)
U = volt = spanning
Tussen de U en de V heerst spanning.
I = stroom
Vaak wordt er een Uitroepteken geplaatst (! Lijkt op I).
Het verschil tussen convergent en divergent
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan CON = CON en DI = DI
Convergent = samenkomen
Denk aan CONcert (bij een concert komen mensen bij elkaar)
Divergent = uit elkaar
Denk aan DIers (bij een divergerende lichtbundel gaan de stralen diverse kanten uit)
Werking transistor
De transistor heeft drie contactpunten:
Basis
Collector
Emitter
Als dit onderdeel in een schakeling zit, hoe loopt de stroom dan? Alfabet!
Stroom komt eerst bij de B van Basis.
Vervolgens gaat de stroomrichting via de C van Collector alle stroom kom uit bij de E van Emitter.
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
vermogen berkenen
je onthoud de volgorde van vermogen, spanning en stroom sterkte door:
vespa sterkte
ve- VErmogen
spa- SPAnning
sterkte- stroomSTERKTE
De drie vormen van water
De drie vormen van water kun je onthouden door GaVaVlo
GA svormig
VA st
VLO eibaar
Van Celsius naar Kelvin
Celcius –> Kelvin, plus 273
Kelvin –> Celsius, min 273
Van °Celsius omrekenen naar Kelvin, plus 273 (Celsius laatste twee letters us wordt plus), van Kelvin naar °Celsius min 273 (Kelvin laatste twee letters in, m er voor wordt min)!
Warmtetransport
Voorbeelden nodig van de 3 vormen van warmtetransport? Denk aan de 3 vormen waar in een stof kan voor komen (fases)
Geleiding = door een vaste stof heen (metaal)
Stroming = vloeibare stof, zoals stromend water (douche)
Straling = gas: je ziet het niet, maar je voelt het wel.
Spoel en condensator
CIRCUS LUIPAARD
C I r c U s
Condensator: de stroom loopt voor op de spanning
L U I paard
Spoel: de spanning loopt voor op de stroom
De wet van Ohm
Deze kun je onthouden aan Oom RUDI
Ohm –> R = U/I
R = weerstand
U = spanning
I = stroomsterkte
