
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Formule voor vermogen en weerstand
De formule voor vermogen is
P = U*I –> R = U/I
Dit kun je onthouden met PUIst RUIkt
P = Vermogen
U = Spanning
I = Stroomsterkte
R = Weerstand
vermogen berkenen
je onthoud de volgorde van vermogen, spanning en stroom sterkte door:
vespa sterkte
ve- VErmogen
spa- SPAnning
sterkte- stroomSTERKTE
Formules U = volt = spanning
U = volt
(De U lijkt op de V)
U = volt = spanning
Tussen de U en de V heerst spanning.
I = stroom
Vaak wordt er een Uitroepteken geplaatst (! Lijkt op I).
Formule voor lenzen
Om de formule voor de brandpuntsafstand te onthouden, kun je denken aan Veel Boeren FIetsen
1/n + 1/b = 1/f
Kleuren van de regenboog
Om de kleuren te onthouden, kun je denken aan de zin
Ridder Overwint Gevaarlijk Gevecht, Blinkend In Victorie Ridder
R ood
O ranje
G eel
G roen
B lauw
I ndigo
V iolet
Wiskundesom
Om een wiskundesom goed te beantwoorden, kun je denken aan FIBA
F ormule opschrijven
I nvullen wat je weet
B erekening opschrijven
A ntwoord geven
Spanning, Stroom en Weerstand
Om het onderscheid te onthouden tussen spanning, stroom en weerstand, kun je denken aan
USV ISA RO
U –> Spanning in Volt
I –> Stroom in Ampère
R –> Weerstand in Ohm
Het verschil tussen spoel en capaciteit
Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE
L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom
C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
2*3=6
Als je bijvoorbeeld U = I * R ziet is het lastig om te bedenken wat nou de formule is voor I of juist R, bedenk dan:
6 = 2*3
dan is de stap naar
2 = 6/3 en 3 = 6/2,
en dus
I = U/R en R = U/I,
een stuk makkelijker.
Dit werkt met alle formules die je om moet schrijven!
