Scheikunde Archives - Pagina 3 van 3 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ammoniak, Ammonia, Ammonium

Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’

Door Daphne

Alkanen

Mam En Pap Bakken Pizza Hawaii Helaas Onsmakelijk

(Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan)

Door Hannah

Benzine

Om te onthouden welke moleculen er in Benzine zitten, kun je denken aan 
SCHON 

S zwavel
C koolstof
H waterstof
O zuurstof
N stikstof

Door Gert-Kees

Stikstof

Om te onthouden dat bij stikstof het symbool N hoort, kun je denken aan

Wanneer je stikt, roep je ‘Nee!’

Door Ellen

Oplosbaarheid in water

Hydrofoob lijkt op fobie; deze stof heeft dus angst voor water en zal niet tot slecht oplossen.
Hydrofiel lijkt op pedofiel; deze stof houdt dus van water en zal dus goed oplossen.

Door Nardi

Het verschil tussen additie- en substitutie

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Engels

To add = toevoegen
To substitute = vervangen

Additiereactie = iets toevoegen
Substitutiereactie = iets vervangen  

Door Tim

Naamgeving alkaan/alkeen

Tel het aantal C-Tjes in de keten
1. Mama – methaan
2. En – ethaan
3. Papa – Propaan
4. Bestellen – Butaan
5. Pizza – Propaan
6. Hawaii – Hexaan

Door Niek

Lakmoes papier

Als blauw lakmoes blauw blijft, is het een base. En als het verandert in rood is het een zuur. Wanneer rood lakmoes rood blijft, is het een zuur. En wanneer het verandert in blauw is het een base.
‘B’lauw lakmoes: ‘B’ase
‘R’ood lakmoes: Zuu’r’

Door Annelien

Meest voorkomende elementen in de aardkorst

Deze kun je onthouden met de zin
Al Feestend Sinaasappels Opeten

Al uminium
Fe IJzer
Si licium
O Zuurstof

Door Bernard

7 uitzonderingen atoomsoorten

CLaire Fietst Naar Haar Oma In Breda

Cl2 (g) – chloor
F2 (g) – fluor
N2 (g) – stikstof
H2 (g) – waterstof
O2 (g) – zuurstof
I2 (s) – jood
Br2 (l) – broom

bovenstaande 2tjes moeten in het subscript!

Door Renske

Magnetische metalen

Alle metalen die magnetisch zijn, kun je onthouden met FeNiCo

Fe ijzer

Ni kkel

Co balt

Door Jeffrey

Plumbum

Plumbum = Pb = Lood

Denk aan het Engelse loodgieter

Door Anne-Marie

Max Eet Pizza Bij PizzaHut

Methaan
Ethaan
Propaan
Butaan
Pentaan
Hexaan

Door Demi

Come Sit

Covalenties van atoomsoorten, dit is covalentie 4: C, Si

Door Sofie

covalenties

covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)

covalentie 2:
O(f)
S(anne)

covalentie 3:
N(o)
P(roblem)

covalentie 4:
C(heese)

je moet er een verhaaltje van maken

Door Fenna

De twee-atomige niet-ontleedbare stoffen

Om deze te onthouden kun je gebruik maken van de zin
BRam Fietst In CaLantsoog Ocver Het Naaktstrand

Br oom
F luor
I Jood
CL Chloor
O Zuurstof
H Waterstof 
N Stikstof

Door Valerie

Reactiesnelheid

Om te onthouden waar de reactiesnelheid allemaal van afhangt, kun je denken aan de zin
Snelle Scholieren Concentreren zich Veel Te Kort

S oort stof
C oncentratie
V erdelingsgraad
T emperatuur
K atalysator

Door An
Home
Alle items
Uploaden