Scheikunde Archives - Pagina 3 van 3 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Reductor of oxidator?

In reductor zit het Engelse woord “reduce”=verminderen en de reductor stoot dus elektronen af
Dan neemt de oxidator de elektronen op

Door Rianne

Formule molariteit

Om de formule voor molariteit te onthouden, kun je denken aan
Tinus is het gemiddelde van Moeder en Vader Mol

Molariteit –> t = m/VM

t = molariteit
m = mol opgelost
VM = volume (oplossing)

Door E.J.E.

De twee-atomige niet-ontleedbare stoffen

Om deze te onthouden kun je gebruik maken van de zin
BRam Fietst In CaLantsoog Ocver Het Naaktstrand

Br oom
F luor
I Jood
CL Chloor
O Zuurstof
H Waterstof 
N Stikstof

Door Valerie

Kwik

Kwik = Hg

Hg — > Heel Giftig

Door Seb

De volgorde van de ethanen

Met Een Poncho Blijft Peter Heel Hoog Ook Nog Droog

Methaan CH4
Ethaan C2H6
Propaan C3H8
Butaan C4H10
Pentaan C5H12
Hexaan C6H14
Heptaan C7H16
Octaan C8H18
Nonaan C9H20
Decaan C10H22

Door Pien

Perodiek Systeem

In het periodieke systeem zijn de periodes de rijen (horizontaal) en de groepen de kolommen (verticaal), om dit verschil te onthouden, kun je denken aan de woorden die ze representeren. Periode is een langer woord dan groep, periodes zijn dus langer dan de groepen.

Door Lieke

Zuur bij water of water bij zuur?

Bij het maken van een oplossing moet je altijd goed oppassen met water en zuur. Om dit te onthouden, kun je denken aan het rijmpje
Zuur bij water en je slaat nooit een flater, water bij zuur betaal je duur

Door Didier

Chemische voorvoegsels

Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND

D i (2)
T ri (3)
T etra (4)

P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)

Door Laurie

2-atomige moleculen

Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.

Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.

Door Babita

Lakmoes papier

Als blauw lakmoes blauw blijft, is het een base. En als het verandert in rood is het een zuur. Wanneer rood lakmoes rood blijft, is het een zuur. En wanneer het verandert in blauw is het een base.
‘B’lauw lakmoes: ‘B’ase
‘R’ood lakmoes: Zuu’r’

Door Annelien

Diode met kathode en anode

De kathode is negatief en de anode is positief.

Ezelsbruggetje is het woordje: KNAP

Door Marijke

Hydrofoob of hydrofiel

Hydrofiel = waterlievend
Hydrofoob = watervrezend

Je kunt dit goed onthouden als je “fiel” van hydrofiel omdraait. Je krijgt dan “lief”.

Hydrofoob is dit ongeveer ook zo maar is iets lastiger maar foob betekend angst.

Door Tim

De legering amalgaam

De legering amalgaam is van kwik en zilver of tin.

Amalia gaat samen met Tineke of Zilvia naar Kwik.

Amalia –> Amalgaam

Tineke –> Tin

Zilvia –>  Zilver

Kwik –> Kwik

Door Tineke

Ammoniak, Ammonia, Ammonium

Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’

Door Daphne

Het verschil tussen additie- en substitutie

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Engels

To add = toevoegen
To substitute = vervangen

Additiereactie = iets toevoegen
Substitutiereactie = iets vervangen  

Door Tim

Scheidingsmethodes

Bas en Anne Eten Friet In Amsterdam
Bezinken en Afgieten.
Extraheren.
Filtreren.
Indampen.
Afschenken.

Door Lisanne

De oxidatieregels

Deze atoomsoorten leveren na volledige verbranding altijd dezelfde oxidatieproducten op.
Claire Slaat Haar Nichtje

C CO2 –> Koolstofdioxide
S SO2 –> Zwaveldioxide
H H2O –> Water
N NO2 –> Stikstofdioxide

Door Laura

Atoomopbouw

Om te onthouden waaruit een atoom bestaat, kun je denken aan PEN

P rotonen
E lektronen
N eutronen

Door lisan
Home
Alle items
Uploaden