Wiskunde Archives - Pagina 3 van 3 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

De eigenschappen van transformaties

Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE

A anpassen

H oekgrootte

O mega

E enheid

Door emma

Logaritmen en kwadraten

Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??

A^b=C

De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.

Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)

Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B

Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡

Door Sandra

Het verschil tussen suppelementair en complementair

Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord

SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien

Door Hilke

Berg of dalparabool

Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg

Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal

Door Marit

Het verschil tussen < en >

Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje

Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!

Door Anoniem

Goniometrie; SOL, CAL, TOA (Bij rechthoekige driehoeken)

SOL: sin(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
CAL: cos(α) = aanliggende (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
TOA: tan(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ aanliggende (rechthoekszijde)

SOS/CAS zijn hetzelfde als SOL/CAL, maar een schuine zijde kan soms lastig te herkennen zijn.

Door Rens
Home
Alle items
Uploaden