
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
hélicoptère
Een helikopter moet eerst opstijgen é (streepje omhoog) en dan dalen è (streepje omlaag)
Casse-pieds
Casse-pieds = hinderlijk/lastig
Casse-pieds lijkt op kattepies, dat is ook vervelend
Dès que
Dès que = zodra
1. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dekken.
Wordt:
2. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dès que
L’entree
L’entree betekent voorgerecht.
Als je in een restaurant bent loop je binnen in de entree het begin en voorgerecht is ook altijd begin.
Ne plus
Ne plus betekent niet meer
Je hebt geen paraplu meer nodigt als het niet meer regent
Het verschil tussen où en ou
Oú = waar
Ou = of
Je kunt hierbij denken aan de vraag; waar is het streepje?
Als het streepje erop staat, is het óu –> waar
Être en avoir
om Être en avoir niet door elkaar te halen kan je dit gebruiken: bij avoir begint alles met een a (behalve ils sont) en avoir begint ook met een a 🙂
PANQ (bij ontkenning)
Temps composé: (de ontkenning)
PANQ=
ne Personne
ne Aucun
ne Nulle part
ne Que
Regel bij PANQ ->
onderwerp+ ne +hulpwerkwoord+voltooid deelwoord + ‘personne’
Kijk in het woord
Denk goed na in het woord, misschien zit daar nog een ander woord in dat je kent en dan kan je er makkelijk achterkomen. Of het woord lijkt heel erg op het Nederlands.
Dove letters
De letters op het einde van een woord, die je in het Frans niet uitspreekt, zijn
STEP
Quinze, seize
Na quinze (15) komt seize (16) dat kun je onthouden door te denken aan
‘Ik ken ze,’ zei ze
Cuisine
Om te onthouden dat je cuisine met ‘ui’ schrijft, kun je denken aan
In de keuken snijdt je een ui
Uitgangen tegenwoordige tijd
Om de uitgangen voor de eerste 3 vormen van de tegenwoordige tijd te onthouden, kun je denken aan
SuperSnelTrein
-s (je dors)
-s (tu dors)
-t (il dort)
‘avoir’ geen gevaar / ‘etre’ oplette(n)
Als in het Frans bij de voltooide tijd het hulpwerkwoord ‘avoir’ is, verandert het voltooid deelwoord niet. Bij ‘etre’ wel.
Vb:
(avoir) Elle a mangé
(être) Elle est rentrée
trap = escallier
escallier betekent trap
via de trap kan je weg en kan je ‘ontsnappen’
ontsnappen betekent escapen in het engels
dus bij escallier moet je denken aan het escapen via de trap
Peu
Un peu betekent een beetje.
Een beetje is klein. Klein is een peuk en een peuk lijkt op peu.
Á ce soir
Á ce soir betekent tot vanavond. Dit lijkt op accesoir, als je uitgaat draag je accesoires.
Le gant
Le gant betekent de handschoen. Denk hierbij aan een dame op een bal. Die draagt handschoenen en dat staat heel e-le gant.
