Scheikunde Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Max Eet Pizza Bij PizzaHut

Methaan
Ethaan
Propaan
Butaan
Pentaan
Hexaan

Door Demi

verschil endotherm en exotherm

Bij het verschil tussen endotherm en exotherm onthoud ik het op de volgende manier:

exotherm > ex , van je ex wil je af dus er komt energie vrij

Als je alleen dat onthoud weet je dat je bij endotherm energie nodig hebt.

Door Pleun

2-atomige moleculen

Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.

Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.

Door Babita

Slechtoplosbare zouten

Deze kun je onthouden door het ABC, op alfabetische volgorde

A gCl

B aSO4

C aCO3

Door Estevan

Naamgeving alkaan/alkeen

Tel het aantal C-Tjes in de keten
1. Mama – methaan
2. En – ethaan
3. Papa – Propaan
4. Bestellen – Butaan
5. Pizza – Propaan
6. Hawaii – Hexaan

Door Niek

Triviale namen van zouten

De triviale namen van zouten, kun je onthouden met de zin
Kees Slaat Gert Knock Out

K eukenzout = natriumchloride
S oda = natriumcarbonaat
G ips = calciumsulfaat
K alksteen = calciumcarbonaat
O ngebluste kalk = calciumoxide

Door Ion

Zuur bij water of water bij zuur?

Bij het maken van een oplossing moet je altijd goed oppassen met water en zuur. Om dit te onthouden, kun je denken aan het rijmpje
Zuur bij water en je slaat nooit een flater, water bij zuur betaal je duur

Door Didier

covalenties

Claire Fietst Naar Haar Oma In Breda
(Cl, F, N, H, O, I, Br)

Door silke

Stofeigenschappen

Om de verschillende stofeigenschappen te onthouden, kun je denken aan de zin
Frits Gerard Koster Opent Een KeurSlager

F ase
G eur
K leur
O plosbaarheid
E lektrische geleidbaarheid
K ookpunt
S meltpunt

Door Kim

Chemische voorvoegsels

Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND

D i (2)
T ri (3)
T etra (4)

P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)

Door Laurie

Atoomopbouw

Om te onthouden waaruit een atoom bestaat, kun je denken aan PEN

P rotonen
E lektronen
N eutronen

Door lisan

Diode met kathode en anode

De kathode is negatief en de anode is positief.

Ezelsbruggetje is het woordje: KNAP

Door Marijke

De twee-atomige niet-ontleedbare stoffen

Om deze te onthouden kun je gebruik maken van de zin
BRam Fietst In CaLantsoog Ocver Het Naaktstrand

Br oom
F luor
I Jood
CL Chloor
O Zuurstof
H Waterstof 
N Stikstof

Door Valerie

Organische chemie

Denk voor organische chemie aan de zin “Mama En Papa Blowen Perfecte Hasj”

M = Methaan
E = Ethaan
P = Propaan
B = Butaan
P = Pentaan
H = Hexaan

Door Joeri

Alkanen

Ma En Pa Blowen Perfecte Hasj, Hou Op, Niet Doen:

Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan, Nonaan, Decaan

Door Kay

Oplosbaarheid in water

Hydrofoob lijkt op fobie; deze stof heeft dus angst voor water en zal niet tot slecht oplossen.
Hydrofiel lijkt op pedofiel; deze stof houdt dus van water en zal dus goed oplossen.

Door Nardi

Afkorting zilver

Als je niet kan onthouden dat Ag voor zilver staat, bedenk dan dat Ag staat voor “Ander goud” oftewel zilver.

Door Tim

Magnetische metalen

Alle metalen die magnetisch zijn, kun je onthouden met FeNiCo

Fe ijzer

Ni kkel

Co balt

Door Jeffrey

Het verschil tussen zuur en basisch

Bij de lakmoesproef kan je zien welke kleur staat voor zuur en welke voor basisch door te denken aan 
R = R en B = B
Rood is zuuR
Blauw is Basisch

Door Hadufa

Kwik

Kwik = Hg

Hg — > Heel Giftig

Door Seb

Reductor of oxidator?

In reductor zit het Engelse woord “reduce”=verminderen en de reductor stoot dus elektronen af
Dan neemt de oxidator de elektronen op

Door Rianne

Oxidator en reductor

Oxidator- elektronen Opnemen
Reductor- elektronen Afstaan
Oxidator en opnemen beginnen beide met de O.

Door joelle

Benzine

Om te onthouden welke moleculen er in Benzine zitten, kun je denken aan 
SCHON 

S zwavel
C koolstof
H waterstof
O zuurstof
N stikstof

Door Gert-Kees

Scheikundige ontleding

Hierbij kun je denken aan OPA HeNK

O xigenium (zuurstof) is
P ositief
A node

H ydrogenium (Waterstof) is
N egatief
K athode

Door Martien

Hydrofoob of hydrofiel

Hydrofiel = waterlievend
Hydrofoob = watervrezend

Je kunt dit goed onthouden als je “fiel” van hydrofiel omdraait. Je krijgt dan “lief”.

Hydrofoob is dit ongeveer ook zo maar is iets lastiger maar foob betekend angst.

Door Tim

Edelgassen

Om de edelgassen te onthouden, kun je denken aan de zin
NEe HE, ARmani en KRis zijn ook niet in de RAbobank of de XEnos

Ne on 
He lium
AR gon
KR Krypton

Ra don
Xe non 

Door Kim

Ammoniak, Ammonia, Ammonium

Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’

Door Daphne
Home
Alle items
Uploaden