
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Werkwoorden Frans
Avoir= ils, elles ont= o van avoir.
Faire= ils, elles font= f van faire
Werkwoorden met avoir
Om te onthouden welke werkwoorden met avoir vervoegd worden, kun je denken aan de zin
Een Charmante Cassière Rekende Frustrerend
Être
Changer
Commencer
Réussir
Finir
Ascenseur en escallier
Ascenseur betekent lift
Escallier betekent trap
Een ascenseur heeft een deur, een escallier heeft een tree. Een lift heeft een deur en een trap heeft een tree.
Magisme
Magisme betekent winkel
Denk hierbij aan een magazijn, wat heeft een winkel een magazijn.
Casse-pieds
Casse-pieds = hinderlijk/lastig
Casse-pieds lijkt op kattepies, dat is ook vervelend
Quinze, seize
Na quinze (15) komt seize (16) dat kun je onthouden door te denken aan
‘Ik ken ze,’ zei ze
Frans Belle en Beau
Als je bij frans Belle en Beau door elkaar haalt, en niet weet welke vrouwelijk en welke mannelijk is: Denk dan aan Belle en het beest. Belle is hier een vrouw, dus Belle is de vrouwelijk vorm voor mooi en Beau de mannelijke!
Cuisine
Om te onthouden dat je cuisine met ‘ui’ schrijft, kun je denken aan
In de keuken snijdt je een ui
Plombier em pompier
Plombier betekent loodgieter
Pompier betekent brandweerman
Om deze uit elkaar te houden, kun je denken aan
De brandweer pompt water op vuur –> pompier
De loodgieter werkt met buizen (plumbing) –> plombier
Het verschil tussen accent circonflexe, grave en aigu
Om het verschil tussen de accenten te onthouden, kun je denken aan het rijmpje
Accent circonflexe -> het hoedje van de heks!
Accent grave -> komt van u af!
Accent aigu-> komt naar u toe!
hélicoptère
Een helikopter moet eerst opstijgen é (streepje omhoog) en dan dalen è (streepje omlaag)
L’entree
L’entree betekent voorgerecht.
Als je in een restaurant bent loop je binnen in de entree het begin en voorgerecht is ook altijd begin.
Ferme
Ferme = dichtdoen, sluiten
Als je de deur dicht gooit dan doe je dat met een ferme slag
Woorden in de passé composé
Om de woorden die in de passé composé met être gaan, te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAMPERSVAT
D escendre
A ller
M onter
P artir
E ntrer
R ester
S ortir
V enir
R etourner
A rriver
