
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Bijwoorden
Herkenning bijwoorden : POOT
Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)
Soorten humor
Om de verschillende soorten humor te onthouden, kun je denken aan de zin
Sarah Is Plots Content Met Andere Zwarte Snoepjes
S arcasme
I ronie
P arodie
C ynisme
M ilde humor
A bsurde humor
Z warte humor
S atire
Innovatief
Innovatief = vernieuwend. Een VAATwasser = vernieuwend. In innovatief zit het woord VAAT en in vaatwasser ook.
Vreugde
LOVE
Leutig ( opgewonden )
Opgetogen ( enthousiast )
Verrukt ( grappig )
Euforisch ( zeer blij )
Uiteenzetting
Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT
UITeenzetting = UITleg
Commissaris
Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen.
De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss
Het verschil tussen als en dan
Het verschil tussen als en dan kun je onthouden aan de hand van het verschil tussen de vergelijkende trap en de verkleinende of vergrotende trap
Als –> vergelijkende trap –> evenveel ALS
Dan –> verkleinende/vergrotende trap –> meer/minder DAN
Scrijf/ tekstdoelen
Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)
Zelfstandige naamwoorden
Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi
Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen
Tekstverbanden
ChOpTeTo & VoReOoCo
Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband
Het verschil tussen een optimist en een pessimist
Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval
Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)
Tekstverbanden
Om de tekstverbanden te onthouden kun je gebruik maken van het acroniem CCORVOT
C oncluderend
C hronologisch
O psommend
R edengevend
V ergelijkend
O orzakelijk
T egenstellend
De leesstrategieën
De verschillende leesstrategieën kun je onthouden door de zin
Kom, Ik Ga Zo Op School
K ritisch
I ntensief
G lobaal
Z oekend
O riënterend
S tuderend
Argumenten
De basisregels die als grondslag kunnen liggen van gevoerde argumenten kun je onthouden met de zin
Fietsen Over Nieuwe Voetpaden Gaat Niet Goed
F eiten
O nderzoek of wetenschap
N ormen en waarden
V ermoedens
G eloof
N ut
G ezag of autoriteit
Tekstsoorten en tekstdoelen
Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP
D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen
Leestrategieën
Kleine Vriend Zei Niet Stelen.
K: kritisch lezen
V: verkennend lezen
Z: zoekend lezen
N: nauwkeurig lezen
S: studerend lezen
Signaalwoorden voor een redengevend verband
Deze signaalwoorden kun je onthouden aan de hand van de zin
Op Woensdag Draag Ik Nooit Handschoenen Zonder Veters
O mdat
W ant
D aarom
I mmers
N amelijk
H ierdoor
Z odoende
V anwege
Pv zoeken
Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).
Tautologie
Om te onthouden wat een tautologie is, kun je denken aan T = T
Tautologie = Twee keer dezelfde betekenis
jou of jouw?
Als je niet weet of je ‘jou’ of ‘jouw’ moet gebruiken in een zin, maak er dan in je hoofd ‘u’ of ‘uw’ van. Dan weet je of er wel of of niet een ‘w’ achter ‘jou’ moet.
De bijwoordelijke bepalingen
De verschillende bijwoordelijke bepalingen kun je onthouden aan de hand van het woord
POTMaR
P laats
O orzaak
T ijd
Ma nier
R eden
Tekstverbanden
Hier een ezelsbruggetje voor de Tekstverbanden. Ik hoop dat het je helpt!
cc + tt + oo = rv.
Denk aan:
Cake.
Cafe.
+
Tegenwoordige.
Tijd.
+
Oude.
Opa.
=
Rot.
Vrouw.
De NK-klank
Tussen de N en de K mag nooit een G
Dit kun je onthouden met een gezegde
De N en de K zitten op de bank te kussen, dus mag er niemand tussen
Beklemtoonde lettergrepen
Is de ‘e’ een neppe ‘u’? Dan is hij stom en de belangstelling niet waard –> “stomme u’tje” krijgt nooit de klemtoon.
Is er een klinker omringd door medeklinkers, dan is hij vast populair! Een gesloten lettergreep trekt in het woord de klinker naar zich toe.
