
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
verschil endotherm en exotherm
Bij het verschil tussen endotherm en exotherm onthoud ik het op de volgende manier:
exotherm > ex , van je ex wil je af dus er komt energie vrij
Als je alleen dat onthoud weet je dat je bij endotherm energie nodig hebt.
Namen en formules van 2 atomige niet-ontleedbare stoffen
Fluor Fientje
Chloor CLiedert
Stikstof Nooit
Broom Broom
Jood In
Waterstof Haar
Zuurstof Ogen
Fientje CLiedert Nooit Broom In Haar Ogen
De niet-ontleedbare stoffen
BRam Organiseert NAchtfeesten In HEt CLubhuis
Br: Broom
O: Zuirstof
Na: Natrium
I: Jood
He: Helium
Cl: Chloor
Diatomische elementen
Om de diatomische elementen te onthouden denk aan de zin Have No Fear Of Ice Cold Beer
H(waterstof)
N(stikstof)
F(fluor)
O(zuurstof)
I(jood)
Cl(chloor)
Br(broom)
Het verschil tussen additie- en substitutie
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Engels
To add = toevoegen
To substitute = vervangen
Additiereactie = iets toevoegen
Substitutiereactie = iets vervangen
Alkanen
Ma En Pa Blowen Perfecte Hasj, Hou Op, Niet Doen:
Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan, Nonaan, Decaan
Oxidator en reductor
Oxidator- elektronen Opnemen
Reductor- elektronen Afstaan
Oxidator en opnemen beginnen beide met de O.
BrINClHOF
BrINClHOF, de atomen die niet in hun eentje gaan.
– Broom
– Iodium
– Natrium
– Chloor
– Hydrogenium(waterstof)
– Oxygenium (zuurstof
– Fluor
Benzine
Om te onthouden welke moleculen er in Benzine zitten, kun je denken aan
SCHON
S zwavel
C koolstof
H waterstof
O zuurstof
N stikstof
De Algemene Gaswet
Om de Algemene Gaswet te onthouden, kun je denken aan
RoeP VeNT
R = p*V / n*T
R = gasconstante
p = druk
V = volume
n = hoeveelheid gas in mol
T = absolute temperatuur
Diatomische elementen
Deze kun je gemakkelijk onthouden met de zin
I Have No BRight Or CLever Friends
I odine
H ydrogen
N itrogen
Br omine
O xygen
C hlorine
F luorine
Stikstof
Om te onthouden dat bij stikstof het symbool N hoort, kun je denken aan
Wanneer je stikt, roep je ‘Nee!’
Naamgeving alkaan/alkeen
Tel het aantal C-Tjes in de keten
1. Mama – methaan
2. En – ethaan
3. Papa – Propaan
4. Bestellen – Butaan
5. Pizza – Propaan
6. Hawaii – Hexaan
Spannningsreeks van de metalen
Kleine Naftaline Can en Mg Alleen op Zn en Feestdagen Snoepen en Probeert het Cussen Hoog Achter in de PostAuto.
K Kalium Na Natrium Ca Calcium Mg Magnesium
Al Aluminium Zn Zink Fe IJzer Sn Tin Pb Lood Cu Koper Hg Kwik PT Platina Au Goud
Meest voorkomende elementen in de aardkorst
Deze kun je onthouden met de zin
Al Feestend Sinaasappels Opeten
Al uminium
Fe IJzer
Si licium
O Zuurstof
Reactiesnelheid
Makkelijke afkorting voor onthouden reactiesnelheid —> CAKETV:
C oncentratie
A ard van de gas
K atalysator
E nzym
T emperatuur
V erdelingsgraad
Ammoniak, Ammonia, Ammonium
Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’
Scheikundige ontleding
Hierbij kun je denken aan OPA HeNK
O xigenium (zuurstof) is
P ositief
A node
H ydrogenium (Waterstof) is
N egatief
K athode
Het verschil tussen endo- of exotherm?
Het verschil tussen exo- en endotherm kun je onthouden door te denken aan
Exo –> exit, er komt energie uit
Endo –> entree, er gaat energie in
Het verschil tussen zuur en basisch
Bij de lakmoesproef kan je zien welke kleur staat voor zuur en welke voor basisch door te denken aan
R = R en B = B
Rood is zuuR
Blauw is Basisch
Afkorting zilver
Als je niet kan onthouden dat Ag voor zilver staat, bedenk dan dat Ag staat voor “Ander goud” oftewel zilver.
Hydrofoob of hydrofiel
Hydrofiel = waterlievend
Hydrofoob = watervrezend
Je kunt dit goed onthouden als je “fiel” van hydrofiel omdraait. Je krijgt dan “lief”.
Hydrofoob is dit ongeveer ook zo maar is iets lastiger maar foob betekend angst.
Slechtoplosbare zouten
Deze kun je onthouden door het ABC, op alfabetische volgorde
A gCl
B aSO4
C aCO3
covalenties
covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)
covalentie 2:
O(f)
S(anne)
covalentie 3:
N(o)
P(roblem)
covalentie 4:
C(heese)
je moet er een verhaaltje van maken
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
