Latijn Archives - Pagina 4 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

uitgangen -are -ire -ere

ost mus tis naar toilet
(mooi nederlands:Ost moest eens naar het toilet
1ste p.enk. -o
2de p.enk. -s
3de p.enk. -t
1ste p.mv. -mus
2de p.mv. -tis
3de p.enk. -nt(nt is bij het ezelsbruggetje ‘naar toilet’
hopelijk begrijp je het ;-)Xxx

Door sula

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Superesse

Superesse = overblijven

Zij blijft over bij de wedstrijd, omdat ze super is

Door Kim

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Puer

Puer = jongen

Dit kun je onthouden door puber

Door Anoniem

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Cupido

Cupido = begeren

Cupido wil dat mensen elkaar begeren!

Door Anoniem

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie
Home
Alle items
Uploaden