Latijn Archives - Pagina 4 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Nihil

de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.

Door nynke

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

Conferre

Conferre = bijeenbrengen, vergelijken

Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN

Door jan

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

Superesse

Superesse = overblijven

Zij blijft over bij de wedstrijd, omdat ze super is

Door Kim

Artemis/diana

De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht

Door Emma

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Specto (Spectare)

Specto (spectare)= Kijken naar zien.

Hierbij kan je denken aan het Engelse woord Spectate wat ook kijken naar of zien betekent.

Door Jan alleman

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Puer

Puer = jongen

Dit kun je onthouden door puber

Door Anoniem

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah
Home
Alle items
Uploaden