Latijn Archives - Pagina 4 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Puto

Puto = denken

Denk je dat Pluto een planeet is?

Door Anoniem

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Post

Post betekent achter; na

De hond loopt de POSTbode ACHTER;NA

Door owen

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Stopplaatsen van Aeneas

Om de stopplaatsen van Aeneas te onthouden, kun je denken aan de zin
Tegen De Kok Bedenken Sous-Chefs sous-chef-listen

T rakië
D elos
K reta
B uthrotum
S icilië
C arthago
S icilië
C umae
L avinium

Opmerking: hij begint uiteraard in Troje en eindigt in Latium

Door Aylli

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Urbs

Urbs is vrouwelijk en betekent “de stad”.
Je kan makkelijk onthouden dat het vrouwelijk is want vrouwen shoppen graag in de stad.

Door Emma

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey
Home
Alle items
Uploaden