Latijn Archives - Pagina 4 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

uitgangen vrouwelijk

IndigO tas met een X

IO, TAS, X

Door myrthe

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Ezelsbruggetje iacere

iacere = liggen
ia zegt een ezel en een ezel ligt (soms)
in dit geval ligt dit ezelsbruggetje op deze site 😉
Hopelijk heb ik je kunnen helpen! Succes met leren!

Door Herman

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna

Vidēre

vidēre = zien,

vidēre lijkt op video, dus een video kijken/zien

Door Senne

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

accipere = ontvangen

Accipere lijkt op accepteren. Als je een pakketje ontvangt, moet je het eerst nog accepteren.

Wil je het pakketje accepteren? Anders kan je het niet ontvangen!

Door Jootje

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Umbra

Umbra = schaduw

Een paraplu zorgt voor schaduw in de zon

Door Anoniem

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

Deinde

Deinde = vervolgens

Vervolgens deinde het schip

Door Anne

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden