Latijn Archives - Pagina 4 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

cogitare

cogitare=denken
ik denk na terwijl ik gitaar speel

Door Donutgirl🍩

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

ezelsbruggetje voor ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de
die gaan met de ablativus mee

Door Anoniem

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Venire – videre – vicere.

Caesar (belangerijke man van die tijd, die veel oorlog voerde)
zei altijd: Veni Vidi Vici.
wat betekent: ik kwam, ik zag en overwon.

Veni komt van venire – Vidi van videre – en Vici kojmt van vicere.

Door Senne

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Artemis/diana

De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht

Door Emma

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Puella

Puella = meisje

Ella is een meisjes naam

Door Anoniem

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Modo

Modo = slechts

Van de dodo’s waren er slechts een paar over voordat ze uitstierven

Door Jootje

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna

Seco

Seco = snijden

Om de prosecco open te krijgen moet je de fles open snijden

Door Anoniem

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam
Home
Alle items
Uploaden