Latijn Archives - Pagina 4 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

Causa

Causa = reden/oorzaak

Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak

Door Cornelia

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Misceo

Misceo = mengen

Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen

Door Kim

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Conferre

Conferre = bijeenbrengen, vergelijken

Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN

Door jan

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Ezelsbruggetje iacere

iacere = liggen
ia zegt een ezel en een ezel ligt (soms)
in dit geval ligt dit ezelsbruggetje op deze site 😉
Hopelijk heb ik je kunnen helpen! Succes met leren!

Door Herman

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Vetare

Vetare = verbieden

Wanneer je vetarme dingen eet, verbied je jezelf om vet te eten

Door Anoniem

complere = vullen

Complere lijkt op compleet

Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN

Door Jootje

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje
Home
Alle items
Uploaden