Latijn Archives - Pagina 4 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Vidēre

vidēre = zien,

vidēre lijkt op video, dus een video kijken/zien

Door Senne

Properare

Properare = zich haasten

Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig

Door Anje

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Relinquit

Relinquit = achterlaten

Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten

Door Liesju

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Unda

Unda = golf

Als er een golf op je afkomt, zwem je er onder

Door Fenna

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

uitgangen -are -ire -ere

ost mus tis naar toilet
(mooi nederlands:Ost moest eens naar het toilet
1ste p.enk. -o
2de p.enk. -s
3de p.enk. -t
1ste p.mv. -mus
2de p.mv. -tis
3de p.enk. -nt(nt is bij het ezelsbruggetje ‘naar toilet’
hopelijk begrijp je het ;-)Xxx

Door sula

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna
Home
Alle items
Uploaden