Latijn Archives - Pagina 2 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Gaudere

Gaudere —> guard
Guard—> bewaker

Als bewaker moet je wel blij zijn met je job

Door Len

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

“Soepkom in productie”

De meeste voorzetsels die gevolgd worden door een ablatief, zitten verscholen in “Soepkom in productie” ofwel “SubCum In ProDeExSine” ofwel “sub cum in pro de ex sine. “a” en “ab” zitten verscholen in het woord “ablatief” zelf. Je moet dan nog enkel de twee overige voorzetsel “prae” en “super” onthouden.

Door Eleni

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Miles, milites

Miles, milites = soldaat. Miles, milites lijkt op militair. Een militair is een soldaat

Door jasmijn

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

videre audire

je moet denken aan je ziet een video, videre (zien). je hoort een audio, audire (horen).

Door Anoniem

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie
Home
Alle items
Uploaden