Latijn Archives - Pagina 2 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Clamor

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Deinde

Deinde = vervolgens

Vervolgens deinde het schip

Door Anne

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Het verschil tussen Adesse en Abesse

Abesse = afwezig zijn

Adesse = aanwezig zijn 

Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.

Door Baukje

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

De Latijnse naamvallen

Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Niet Vechten Als Gemene Domme Apen

N ominativus
V ocativus
A ccusativus
G enitivus
D ativus
A blativus

Door Michiel

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Miles, milites

Miles, milites = soldaat. Miles, milites lijkt op militair. Een militair is een soldaat

Door jasmijn

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

uitgangen ww preasens

Maak er een liedje van.
O
S
t
Mus
Tis
nt

Te
Re

Door nynke

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna
Home
Alle items
Uploaden