Latijn Archives - Pagina 2 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Rursus

Rursus = weer, terug

Rursus lijkt op cursus. Moet ik weer terug naar die cursus?

Door Julia

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Mox

Mox = spoedig, weldra

Als je mok omvalt moet je spoedig een doekje halen

Door Anoniem

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

“Soepkom in productie”

De meeste voorzetsels die gevolgd worden door een ablatief, zitten verscholen in “Soepkom in productie” ofwel “SubCum In ProDeExSine” ofwel “sub cum in pro de ex sine. “a” en “ab” zitten verscholen in het woord “ablatief” zelf. Je moet dan nog enkel de twee overige voorzetsel “prae” en “super” onthouden.

Door Eleni

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Misceo

Misceo = mengen

Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen

Door Kim

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Legere

Legere = verzamelen, lezen

Ik verzamel lego-blokjes en ik lees de handleiding

Door Sander

Uitgangen praeses

Om de uitgangen o-s-t-mus-tis-nt niet meer uit je hoofd te krijgen zoek je op youtube op latijn is stampen.

(https://www.youtube.com/watch?v=Fh_BqcXEfMs)

Door anna

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte
Home
Alle items
Uploaden