Latijn Archives - Pagina 2 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Stopplaatsen van Aeneas

Om de stopplaatsen van Aeneas te onthouden, kun je denken aan de zin
Tegen De Kok Bedenken Sous-Chefs sous-chef-listen

T rakië
D elos
K reta
B uthrotum
S icilië
C arthago
S icilië
C umae
L avinium

Opmerking: hij begint uiteraard in Troje en eindigt in Latium

Door Aylli

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Artemis/diana

De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht

Door Emma

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

Uitgangen

Kan je de uitgangen niet onthouden:
-O
-S
-T
-MUS
-TIS
-NT
Luister dan naar het liedje latijn is stampen 😉

Door Kim

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed
Home
Alle items
Uploaden