Latijn Archives - Pagina 2 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje

Perficere

Perficere = voltooien

Als iets voltooid is, is het af

Door Jootje

cogere

Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.

Door Timo

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

Spectare

Spectare = kijken

Naar een spektakel kom je kijken

Door Anoniem

Voorzetsels ablativus

Pro e(x) A(b) Sine in de sub cum
ezelsbrug: Proef appelsienen in de soepkom

Door Mohamed

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe
Home
Alle items
Uploaden