Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ezelsbruggetje iacere

iacere = liggen
ia zegt een ezel en een ezel ligt (soms)
in dit geval ligt dit ezelsbruggetje op deze site 😉
Hopelijk heb ik je kunnen helpen! Succes met leren!

Door Herman

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

uitgangen ww preasens

Maak er een liedje van.
O
S
t
Mus
Tis
nt

Te
Re

Door nynke

Vetare

Vetare = verbieden

Wanneer je vetarme dingen eet, verbied je jezelf om vet te eten

Door Anoniem

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

Het verschil tussen Adesse en Abesse

Abesse = afwezig zijn

Adesse = aanwezig zijn 

Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.

Door Baukje

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

cogere

Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.

Door Timo

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden