Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Nobilis

Nobilis = adellijk, beroemd

Als je een Nobelprijs wint, ben je beroemd

Door Renée

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Desiderare

Desiderare = verlangen naar 

Wie verlangt er naar school? Desi de rare

Door Anoniem

Misceo

Misceo = mengen

Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen

Door Kim

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

complere = vullen

Complere lijkt op compleet

Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN

Door Jootje

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

cogitare

cogitare=denken
ik denk na terwijl ik gitaar speel

Door Donutgirl🍩

Punire

Punire = straffen

Denk aan to punish

Door Femke

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Modo

Modo = slechts

Van de dodo’s waren er slechts een paar over voordat ze uitstierven

Door Jootje

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden