Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

cogere

Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.

Door Timo

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Conjunctief Praeses

Hoe je een conjunctief Praeses vertaalt, kun je onthouden aan de hand van de zin
Gisteren Was Pa Veel Te Aangeschoten

G ebod
W ens
P otentialis (mogelijkheid)
V erbod
T wijfel
A ansporing

Door Nis

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

videre audire

je moet denken aan je ziet een video, videre (zien). je hoort een audio, audire (horen).

Door Anoniem

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Antea

Antea = vroeger

AN dronk vroeger tea (thee).

Door Nikky

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Legere

Legere = verzamelen, lezen

Ik verzamel lego-blokjes en ik lees de handleiding

Door Sander

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Vetare

Vetare = verbieden

Wanneer je vetarme dingen eet, verbied je jezelf om vet te eten

Door Anoniem

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden