Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Relinquit

Relinquit = achterlaten

Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten

Door Liesju

Nihil

de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.

Door nynke

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

accipere = ontvangen

Accipere lijkt op accepteren. Als je een pakketje ontvangt, moet je het eerst nog accepteren.

Wil je het pakketje accepteren? Anders kan je het niet ontvangen!

Door Jootje

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Seco

Seco = snijden

Om de prosecco open te krijgen moet je de fles open snijden

Door Anoniem

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Desiderare

Desiderare = verlangen naar 

Wie verlangt er naar school? Desi de rare

Door Anoniem

Superesse

Superesse = overblijven

Zij blijft over bij de wedstrijd, omdat ze super is

Door Kim

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Puer

Puer = jongen

Dit kun je onthouden door puber

Door Anoniem

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon
Home
Alle items
Uploaden