Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Artemis/diana

De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht

Door Emma

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

ezelsbruggetje voor ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de
die gaan met de ablativus mee

Door Anoniem

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Post

Post betekent achter; na

De hond loopt de POSTbode ACHTER;NA

Door owen
Home
Alle items
Uploaden