Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Conjunctief Praeses

Hoe je een conjunctief Praeses vertaalt, kun je onthouden aan de hand van de zin
Gisteren Was Pa Veel Te Aangeschoten

G ebod
W ens
P otentialis (mogelijkheid)
V erbod
T wijfel
A ansporing

Door Nis

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Uitgangen praeses

Om de uitgangen o-s-t-mus-tis-nt niet meer uit je hoofd te krijgen zoek je op youtube op latijn is stampen.

(https://www.youtube.com/watch?v=Fh_BqcXEfMs)

Door anna

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

cogere

Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.

Door Timo

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Misceo

Misceo = mengen

Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen

Door Kim

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam
Home
Alle items
Uploaden