Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Antea

Antea = vroeger

AN dronk vroeger tea (thee).

Door Nikky

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Cogitare

Cogitare = nadenken

Bij het gitaar spelen moet je nadenken. 

Door Arenda

Mulier

Mulier = vrouw

De vrouw speelt MUziek op de LIER

Door Sam

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Properare

Properare = zich haasten

Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig

Door Anje

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Legere

Legere = verzamelen, lezen

Ik verzamel lego-blokjes en ik lees de handleiding

Door Sander

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Nobilis

Nobilis = adellijk, beroemd

Als je een Nobelprijs wint, ben je beroemd

Door Renée

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Natio

Natio = volksstam

Denk aan natie of nationaal

Door Anoniem

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

Causa

Causa = reden/oorzaak

Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak

Door Cornelia
Home
Alle items
Uploaden