Latijn Archives - Pagina 5 van 7 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Specto (Spectare)

Specto (spectare)= Kijken naar zien.

Hierbij kan je denken aan het Engelse woord Spectate wat ook kijken naar of zien betekent.

Door Jan alleman

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

Dare betekent geven

Dare betekent geven.

Hierbij kan je denken aan het Engelse dare betekent durven.

Do you -dare- om het te geven?
Durf je het te geven?

Door Noah

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Conjunctief Praeses

Hoe je een conjunctief Praeses vertaalt, kun je onthouden aan de hand van de zin
Gisteren Was Pa Veel Te Aangeschoten

G ebod
W ens
P otentialis (mogelijkheid)
V erbod
T wijfel
A ansporing

Door Nis

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

Het verschil tussen Adesse en Abesse

Abesse = afwezig zijn

Adesse = aanwezig zijn 

Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.

Door Baukje

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden