
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Uiteenzetting
Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT
UITeenzetting = UITleg
Het verschil tussen objectief en subjectief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S
Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)
Vreugde
LOVE
Leutig ( opgewonden )
Opgetogen ( enthousiast )
Verrukt ( grappig )
Euforisch ( zeer blij )
Het verschil tussen saneren en renoveren
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en VER = VER
Saneren = Slopen
RenoVERen = VERbouwen
Functies van zinnen
Om de functies van een zin te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Vader Bakt Uijen
M ededelende zin
V ragende zin
B evelende zin
U itroepende zin
Te allen tijde
Om te onthouden wat de spelling van deze zinsnede is, kun je denken aan de zin
Die ENE werkt te allen tijde
tE alleN tijdE
Koppelwerkwoorden
De koppelwerkwoorden kunnen onthouden worden met de zin
BoB HaD ZoVeeL WaS
B lijven
B lijken
H eten
D unken
Z ijn
V oorkomen
L ijken
W orden
S chijnen
Concurreren
Om te juiste spelling van het woord ‘concurreren’ te onthouden, kun je denken aan
Concurreren doe je niet alleen
De r is niet alleen
Letters van het alfabet
Het woord ‘medeklinkers’ heeft meer letters dan het woord ‘klinkers’. Zo kan je goed onthouden wat de medeklinkers zijn en wat de klinkers.
koppelwerkwoorden
ZWeBBeLS & VUN (denk aan fun)
zijn
worden
blijken
blijven
lijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen
Scrijf/ tekstdoelen
Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)
Satelliet
Om de spelling van het woord ‘satelliet’ te onthouden, kun je denken aan
In saté zitten altijd twee stokjes
Alfabet
ABC, daar begint het mee.
In deftig zit DEFG
In hij vind je HI en J
De KLM vliegt over de zee
Een NOP zit onder een voetbalschoen
Met de Q kun je maar weinig doen
RSTU zit in verstuurd
Laatst had ik VW gehuurd
Daar reed ik mee naar XYZ
Het einde van het alfabet
Bijwoorden
Herkenning bijwoorden : POOT
Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)
Zelfstandige naamwoorden
Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi
Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen
Formele brief
Alle dingen waar je op moet letten als je een formele brief schrijft, kun je onthouden door de zin
Alle Paarden Doen Gek Als Sinterklaas Opkomt
A fzender
P laats en Datum
G eadresseerde
A anhef
S lot
O ndertekening
De NK-klank
Tussen de N en de K mag nooit een G
Dit kun je onthouden met een gezegde
De N en de K zitten op de bank te kussen, dus mag er niemand tussen
Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch
Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal
Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden
Ontleden van een zin
Voor het ontleden van zinnen:
Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.
Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)
Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)
Zeilen = zinsdelen
Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)
Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)
Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)
Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!
tekstverbanden
Als de OPSOMMING een TEGENSTELLING maakt zorgt dat voor een TEMPORELE VOORWAARDE, die als REDEN de DOEL van de VERGELIJKING TOELICHT, om de OORZAAK te kunnen CONCLUDEREN.
Dat lijkt mij een goede SAMENVATTING.
Argumenten
De basisregels die als grondslag kunnen liggen van gevoerde argumenten kun je onthouden met de zin
Fietsen Over Nieuwe Voetpaden Gaat Niet Goed
F eiten
O nderzoek of wetenschap
N ormen en waarden
V ermoedens
G eloof
N ut
G ezag of autoriteit
Tekstdoelen
Alle Ossen In Opa’s Akker
Amuseren
Overtuigen
Informeren
Opiniëren
Activeren
zwobbels!
de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen
jou of jouw?
Als je niet weet of je ‘jou’ of ‘jouw’ moet gebruiken in een zin, maak er dan in je hoofd ‘u’ of ‘uw’ van. Dan weet je of er wel of of niet een ‘w’ achter ‘jou’ moet.
Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….
Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)
