
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Waddeneilanden
De Waddeneilanden kun je onthouden door
TV TAS
T erschelling
V lieland
T exel
A meland
S chiermonnikoog
Subjuntivo
Een goede webpagina met ezelsbruggetjes voor gebruik van subjuntivo in het Spaans https://www.spaans.gratis/2019/06/gebruik-subjuntivo.html
Wiskundige verbanden
Om de verschillende wiskundige verbanden te onthouden, kun je denken aan WELKOM
W ortelverbanden
E xponentiële verbanden
L ineaire verbanden
K wadratische verbanden
O mgekeerd evenredige verbanden
M achtsverbanden
Oude Griekenland
De vier huidige buurlanden van Griekenland, maakten vroeger deel uit van Griekenland. Deze kun je onthouden door te denken aan BATMan
B ulgarije
A lbanië
T urkije
M acedonië
Verschil tussen kruis en mol
Een kruis staat bovenop een kerk dus die verhoogt de noot waarvoor hij staat.
Een mol zit onder de grond dus die verlaagt de noot waarvoor hij staat.
Dativ voorzetsels
Zaagmens BV
Z= zu
a= aus
a= außer
g= gegenüber
m= mit
e= entgegen
n= nach
s= seit
B= bei
V= von
Onmiddellijk
Het woord ‘onmiddellijk’ juist schrijven kan je doen door te denken aan “Ik ga onmiDDeLLijk slapen”. Dit doe je met twee dekens en twee lakens.
Motorrijbewijs
Om te onthouden welke controlepunten je aan je examinator dient op te noemen, kun je denken aan BROVAK
B anden en brandstof
R emmen
O lie
V ering en verlichting
A ccu
K etting en koeling
Hydrofobe vitamines
Om te onthouden welke vitamines hydrofoob zijn, kun je denken aan de zin
Hydrofobe vitamines blijven liever op de KADE
Vitamines K, A, D en E zijn niet wateroplosbaar (hydrofoob).
Hiermee houd je B en C over als wateroplosbare vitamines (hydrofiel).
Oorzaken Eerste Wereldoorlog
Oorzaken eerste Wereldoorlog
IMBONAWAMI
IM = imperialisme
BO = Bondgenootschappen
NA = Nationalisme
WA = Wapenwedloop
MI = Militarisme
Casse-pieds
Casse-pieds = hinderlijk/lastig
Casse-pieds lijkt op kattepies, dat is ook vervelend
Wanneer mag je rechts inhalen?
FRUIT
F = File
R = Rotonde
U = Uitvoegen
I = Invoegen
T = Tram
Voorzetsels ablativus
Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.
A b
E x
S ine
P ro
D e
C um
Werking transistor
De transistor heeft drie contactpunten:
Basis
Collector
Emitter
Als dit onderdeel in een schakeling zit, hoe loopt de stroom dan? Alfabet!
Stroom komt eerst bij de B van Basis.
Vervolgens gaat de stroomrichting via de C van Collector alle stroom kom uit bij de E van Emitter.
Nihil
de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.
Ordening biologie
Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)
1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras
leerjaar 1 – biologie voor jou VWO
Onderscheid economische groepen
Om het onderscheid tussen de vier groepen in de Economie te onthouden, kun je denken aan
BaBy Go
B edrijven
B uitenland
G ezinnen
O verheid
Formule bedrag berekenen
Om te berekenen wat je na x jaar op je rekening hebt staan (met rente), kun je deze formule gebruiken.
Deze kun je onthouden aan de hand van BERT
B eginbedrag
E indbedrag
R ente
T ijdseenheid
E = B x (1+R/100)^t
Luchthavens in België
Om de zes belangrijkste luchthavens in België te onthouden, kun je denken aan GAZBOL
G ent
A ntwerpen
Z eebrugge
B russel
O ostende
L uik
vertaling van het Griekse woord κελευω
De drukke kinderen klooien altijd tijdens BV
κελευω klinkt een beetje als klooien
en de vertaling van κελευω is Bevelen, Verzoeken
Hele en halve rust
Hele rust –> hangt onder de notenbalk
Halve rust –> ligt op de notenbalk
De hele rust duurt langer dan een halve rust. Omdat de hele rust langer duurt, is deze zwaarder, en daarom hangt deze onder de notenbalk. De halve rust duurt minder lang en is daarom minder zwaar en ligt daarom nog op de notenbalk.
Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….
Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)
