
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Stromingen tijdens de verlichting
Om de verschillende stromingen tijdens de Verlichting te onthouden, kun je denken aan VERlichting
V erlichting
E mpirisme
R ationalisme
Nederlandse ijstijd-lijn
In de ijstijd was Nederland voor een deel bedekt met landijs. Dit ijs kwam tot de HUN-lijn.
H aarlem
U trecht
N ijmegen.
Organismen
Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc
O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el
addere
addere = toevoegen
addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.
Werking transistor
De transistor heeft drie contactpunten:
Basis
Collector
Emitter
Als dit onderdeel in een schakeling zit, hoe loopt de stroom dan? Alfabet!
Stroom komt eerst bij de B van Basis.
Vervolgens gaat de stroomrichting via de C van Collector alle stroom kom uit bij de E van Emitter.
Geboortedatum Alexander de Grote
Een jaar heeft 365 dagen en als je de 5 en de 6 omdraait heb je de geboortedatum van Alexander de Grote: 356 v. Chr.
Rivieren in midden-Nederland
De drie rivieren in het midden van het land, kun je van boven naar beneden onthouden met
LuiWamMes
L ek
W aal
M aas
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
maaltafel 9
9×1=9
9×2=18
9×3=27
9×4=36
9×5=45
9×6=54
9×7=63
9×8=72
9×9=81
9×10=90
Dus als je goed kijkt komen er telkens bij de tientallen een bij, en bij de eenheden gaat er telkens een af.
De Unie van Utrecht
Om de provincies die in de Unie van Utrecht zaten, te onthouden, kun je denken aan de zin
HUGO de GROot Zat Vast
H olland
U trecht
G elderland
O verijssel
GRO ningen
V riesland (!)
Toonladders met kruizen
Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#
Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch
Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal
Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden
Bleu of blue
Frans betekent bleu, want Frankrijk zit nog in de EU
Engels betekent blue, want Engeland zit niet meer in de EU
Oorzaken van jeuk
De oorzaken van jeuk, zonder zichtbare huidafwijkingen, kun je onthouden door te denken aan HUIDPASTA
H odgkin
U remie
I cterus
D iabetes
P sychogeen
A nemie
S enilitas
T oxidermie
A nkylostomiasis
Plombier em pompier
Plombier betekent loodgieter
Pompier betekent brandweerman
Om deze uit elkaar te houden, kun je denken aan
De brandweer pompt water op vuur –> pompier
De loodgieter werkt met buizen (plumbing) –> plombier
Het verschil tussen suspensie en emulsie
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en L = L
Suspensie = vloeistof + vaste stof –> Solid
EmuLsie = vloeistof + vloistof –> Liquid
Blauwe en Witte Nijl
Het verschil tussen de witte en de blauwe Nijl kun je uit elkaar houden door de L in blauw
Dit is ook de L van Links
Lakmoes papier
Als blauw lakmoes blauw blijft, is het een base. En als het verandert in rood is het een zuur. Wanneer rood lakmoes rood blijft, is het een zuur. En wanneer het verandert in blauw is het een base.
‘B’lauw lakmoes: ‘B’ase
‘R’ood lakmoes: Zuu’r’
Dès que
Dès que = zodra
1. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dekken.
Wordt:
2. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dès que
Het verschil tussen AM en PM
Het verschil tussen AM en PM, kun je onthouden door ze als acroniem te beschouwen
AM –> Akelige Morgen (dus in de ochtend)
PM –> Prettige Middag (dus in de middag)
De inhoud van een chromosoom
Om te onthouden hoe een chromosoom is opgebouwd, kun je het vergelijken met een boek
Het boek –> de chromosoom
De bladzijdes –> het DNA
De informatie –> Het gen met het bijbehorende genotype
Werkwoorden bij de derde naamval
De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank
G lauben
G ehören
G ratulieren
H elfen
D anken
Leizie
LeiCie.
Bij de spoel (L) komt de stroom (I) na de spanning (E).
Bij de compensator (C) komt de stroom (I) voor de spanning (E).
De Eurolanden
Om de Eurolanden te onthouden, kun je deze zin gebruiken
SMS FF BONDIGE CLIPS
S lovenië
M alta
S lowakije
F rankrijk
F inland
B elgië
O ostenrijk
N ederland
D uitsland
I erland
G riekenland
E stland
C yprus
L uxemburg
I talië
P ortugal
S panje
