
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
DHCP handshake
DORA
Discover (client)
Offer (server)
Request (client)
Acknowledgement (server)
Lijdend voorwerp
Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV
Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv
De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv
Volgorde stemhoogten
Om deze volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Stop Altijd je Tenen in een Bad
S opraan
A lt
T enor
B as
Het verschil tussen Anaërobe en Aërobe Dissimilatie
Het verschil tussen anaërobe en aërobe dissimilatie kun je onthouden door deze zin
Ana (van Anaëroob) houdt van wijn, wijn moet gisten. Anaëroob –> gisten.
Aëroob moet niet gisten. Aëroob –> verbranding.
Voorzetsels met de 3e naamval
Op deuntje van vader Jacob
aus bei mit nach
aus bei mit nach
Seit von zu
Seit von zu
Auber genüber
Auber genüber
Ent-ge-gen
Ent-ge-gen
Oude Testament (Thora)
Een manier om de eerste vijf boeken van het Oude Testament (oftewel de Thora) te onthouden, is met het acroniem GELND
G enesis
E xodus
L eviticus
N umeri
D euteronomium
De snaren van een ukulele
Om de snaren van een ukulele te onthouden, kun je denken aan
Gekke Cavia’s Eten Aardappelen
G – C – E – A
Blaasorkesten
De drie soorten blaasorkesten kun je onthouden door HaFaBra
Ha rmonie
Fa nfares
Bra ssband
De steden van Japan
Om de steden van Japan, van boven naar beneden, te onthouden, kun je denken aan
ToYoNagOsHiNa
To kyo
Yo kohama
Nag oya
Os aka
Hi roshima
Na gasaki
Muzieknoten
Op deze manier kun je onthouden dat de noten maar tot G gaan!
A t/m G en de rest doet niet mee!
ITCZ – hoge en lage luchtdruk
Hoog is droog.
In het hogedrukgebied is het droog en valt er weinig neerslag. In het lagedrukgebied valt er veel neerslag.
Tip: het ezelsbruggetje is om te onthouden. Schrijf op je toets niet: In het hogedrukgebied is het droog. Maar leg het proces uit!!
Ordening dieren (organisatieniveau)
Die (domein)
Rijke (rijk)
Stinkerds (stam)
Kunnen (klasse)
Overal (orde)
Fijne (familie)
Gebakjes (geslacht)
Stoppen (soort)
Prudent
Prudent = voorzichtig
Met het tandpastamerk ‘Prodent’ poets je voorzichtig je tanden
Tafel van 11
Bijv 11 ×54 wat je doet is je pakt het eerste getal van (54) dus 5 dan moet je de twee cijfers bij elkaar optellen (5+4)=9 en dan pak je het laatste getal dus 4 en dan plakje het aan elkaar dus
594 zie je simpel
De twee-atomige niet-ontleedbare stoffen
Om deze te onthouden kun je gebruik maken van de zin
BRam Fietst In CaLantsoog Ocver Het Naaktstrand
Br oom
F luor
I Jood
CL Chloor
O Zuurstof
H Waterstof
N Stikstof
covalenties
covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)
covalentie 2:
O(f)
S(anne)
covalentie 3:
N(o)
P(roblem)
covalentie 4:
C(heese)
je moet er een verhaaltje van maken
Diode met kathode en anode
De kathode is negatief en de anode is positief.
Ezelsbruggetje is het woordje: KNAP
De diatonische toonladders
De diatonische toonladders kun je in de juiste volgorde onthouden door te denken aan de zin
If Dora PLays Me All’s Lost
I onisch
D orisch
P hrygisch
L ydisch
M ixo-lydisch
A eolisc
L ocrisch
voorzetsels accusativus
DOFE GUB:
D – durch
O – ohne
F – für
E – entlang
G – gegen
U – um
B – bis
Het verschil tussen Flora en Fauna
Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L
FLora = pLanten
Fauna = dieren
Rijbewijs
Als je niet weet wanneer een tram stop gebruik ik altijd
Een tram is bang voor dieren
Een tram stopt alleen voor zebrapaden en haaientanden
Argumenten
De basisregels die als grondslag kunnen liggen van gevoerde argumenten kun je onthouden met de zin
Fietsen Over Nieuwe Voetpaden Gaat Niet Goed
F eiten
O nderzoek of wetenschap
N ormen en waarden
V ermoedens
G eloof
N ut
G ezag of autoriteit
Redox
Om te bellen of een redox reactie verloopt doe je V(ox) – V(red). Ik vergat altijd welke je min de ander deed. Daarom het ezelsbruggetje
Fox – Fred
2 dieren die makkelijk te onthouden zijn.
Spanning, Stroom en Weerstand
Om het onderscheid te onthouden tussen spanning, stroom en weerstand, kun je denken aan
USV ISA RO
U –> Spanning in Volt
I –> Stroom in Ampère
R –> Weerstand in Ohm
Dès que
Dès que = zodra
1. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dekken.
Wordt:
2. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dès que
