
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Baino
Baino betekent gaan en lijkt op het woord banaan
hierdoor is mijn ezelsbruggetje voor baino:
gaan met die banaan
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
Romeinse cijfers
Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:
Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Het OSI-model
De officiële ezelsbrug voor het OSI-model (Reference Model for Open Systems Interconnection)
All People Seem To Need Data Processing
A pplication – Toepassing
P resentation – Presentatie
S ession – Sessie
T ranport – Transport
N etwork – Netwerk
D atalink – Datalink
P hysycal – Fysiek
7 uitzonderingen atoomsoorten
CLaire Fietst Naar Haar Oma In Breda
Cl2 (g) – chloor
F2 (g) – fluor
N2 (g) – stikstof
H2 (g) – waterstof
O2 (g) – zuurstof
I2 (s) – jood
Br2 (l) – broom
bovenstaande 2tjes moeten in het subscript!
substitutie of complementaire goederen
Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.
Toa, Sos, Cas
Toa, Sos. Cas
Tangens = overstaande : aanligende
Sinus= overstaande: schuine
Cosinus= aanligende : schuine
Alkanen
Ma En Pa Blowen Perfecte Hasj, Hou Op, Niet Doen:
Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan, Nonaan, Decaan
Bereik en domein
Het bereik –> de hemel, omhoog, de y-as
Het domein –> de vlakte, in de lengte, de x-as
Present Simple en signaalwoorden
De present simple komt voor bij gewoonte, regelmaat en feit
Dit kun je onthouden door GiRaF
De signaalwoorden kun je onthouden met
SNORFEUS
S ometimes
N ever
O ften
R egularly
E very
U sually
S eldom
klok tijden a.m. en p.m.
Als je wilt onthouden wat a.m en p.m is dan denk je aan het alfabet de a zit eerder dan de p in het alfabet dus is a in de ochtend want de ochtend is altijd eerder.
Barometer
Om te onthouden wat de wijzers op een ronde Barometer betekenen, kun je denken aan L=L
L inks = L age luchtdruk
Artemis/diana
De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht
tekstverbanden
Als de OPSOMMING een TEGENSTELLING maakt zorgt dat voor een TEMPORELE VOORWAARDE, die als REDEN de DOEL van de VERGELIJKING TOELICHT, om de OORZAAK te kunnen CONCLUDEREN.
Dat lijkt mij een goede SAMENVATTING.
Astma cardiale therapie
Om te onthouden wat er moet gebeuren bij astma cardiale therapie, kun je denken aan ROLMAT
R echtop zetten
O 2 (zuurstof)
L asix
M orfine
A derlaten
T heofyline
Alfabet
Moet je je Griekse alfabet uit je hoofd leren? Probeer het te zingen op vader Jacob.
Vader Jacob, vader jacob. Slaapt gij nog? Slaapt gij nog? Wordt dan -> alpha bèta gamma delta epsilon, epsilon. Etc.
Kenmerken van het fascisme
Om de acht kenmerken van het fascisme te onthouden, kun je denken aan de zin
Niets Nieuws Om Leuk Te Gaan Goed Vinden
N adruk op waar men tegen is
N ationalistisch
O nderscheid
L eidersbeginsel
T otalitair
G evoel meer dan verstand
G eweld verheerlijken
V rouwen zijn ondergeschikt
Tacere
Tacere = zwijgen
Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit
traplopen na trauma
trap op
je loopt naar de hemel dus je zet je goede been eerst neer (niet- aangedane zijde)
trap af
je loopt naar de hel dus je zet je slechte been eerst neer (aangedane zijde)
voorzetsels accusativus
DOFE GUB:
D – durch
O – ohne
F – für
E – entlang
G – gegen
U – um
B – bis
Het verschil tussen zuur en basisch
Bij de lakmoesproef kan je zien welke kleur staat voor zuur en welke voor basisch door te denken aan
R = R en B = B
Rood is zuuR
Blauw is Basisch
