Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Kwintencirkel en majeurtoonladders

Om de majeurtoonladders te onthouden van de kwintencirkel, kun je denken aan de zinnen

# –> Cees, Geef Die Apen Een Bord Fissies 
b –> Finnen Beschouwen Esten Als Deskundige Geschiedschrijvers

Door Tamara

Het verschil tussen ei en ij

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
EI = EI en IJ= IJ

De ge-kipte EI = het EI van een kip
De ge-stipte IJ =  met 2 stipjes IJ

Door Maria

Coniunctivus in de hoofdzin vertalen

WATVIM

Wens = Moge(n), ik hoop dat …
Aansporing = Laat hij/Laten we …
Twijfel = Moeten wij … (meestal 1e persoon)
Verbod = Laat … niet …
Irrealis = als …, zou(den) …
Mogelijkheid = Hij zou kunnen …

Ik hoop dat dit helpt/Moge dit helpen = Utinam hoc iuvet

Door Max

De snaren van een cello

Om te weten wat voor snaren een cello heeft

Achter De Grote Cello

A -snaar
D -snaar
G -snaar
C -snaar

Door Roeksana

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Toonladders met kruizen

Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#

Door Anthony

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Aantal wervels

Het aantal nekwervels van de mens zijn er net zoveel als de dagen van de week, dus zeven.
Het aantal borstwervels zijn er net zoveel als de maanden van het jaar, dus twaalf.
Het aantal lendewervels houd je over als je 12 – 7 doet, dus vijf.

Door Martijn

Het verschil tussen modus en mediaan

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal

Door Onno

Differentiëren

Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD

D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren

Door Max

Continenten

Alle continenten van groot naar klein.

Alle Apen Naaien Zakdoekjes Aan Elkaar, Ongelofelijk!

A zië

A frika

N oord-Amerika

Z uid-Amerika

A ntarctica

E uropa

O ceanië

Door Anoniem

Komitzo

Komitzo = meenemen, verzorgen

Je neemt een kooi mee en verzorgt de vogel erin

Door Anna

Euriskei

Euriskei = hij vindt

Het woord lijkt op eureka. Als je iets hebt gevonden roep je eureka! 

Door lisanne

Pv zoeken

Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).

Door Twan

Het gebruik van shall en will

Wanneer er (enige) zekerheid is dat iets wel zal gebeuren gebruik je shall of will

Vorm: shall / will + hele werkwoord

Gebruik: voorspellingen, feiten
Bijvoorbeeld: The sun will rise at 06:45 tomorrow

Je zegt dus niet: I shall/will be Batman (want die kans is erg onwaarschijnlijk)

Door Paul

Het verschil tussen où en ou

Oú = waar
Ou = of

Je kunt hierbij denken aan de vraag; waar is het streepje? 
Als het streepje erop staat, is het óu –> waar

Door Anoniem

De onderdelen van het oog

De onderdelen van het oog kunnen onthouden worden met de zin

Bep Heeft Veel Inhoud ALS Greet Niet Veel Op Heeft

B eschermend vlies
H oornvlies
V oorste oogkamer
I ris
A chterste oogkamer
L ens(bandjes)
S traallichaam
G lasachtig lichaam
N etvlies
V aatvlies
O ogzenuw
H arde oogvlies

Door Anoniem

Tekstverbanden

ChOpTeTo & VoReOoCo

Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband

Door Mees

De leesstrategieën

De verschillende leesstrategieën kun je onthouden door de zin
Kom, Ik Ga Zo Op School

K ritisch
I ntensief
G lobaal
Z oekend
O riënterend
S tuderend

Door Anne

Km² Km³

Bij km² dan moet er 2 nullen bij en bij km³ 3 nullen.

Door Anoniem

Kenmerken toerisme

Voor de kenmerken van toerisme waar een gebied aan moet voldoen, kun je denken aan BAKLIVC 

B evolking
A ccomodatie
K limaat
L andschap
I nfrastructuur
C ultuur

Door Jacqueline

ο πολιτης, ου = burger

raar ezelsbruggetje dit, maar hij helpt wel(voor mij en hopelijk ook voor jullie)
🙂

bij dit woord (uitspraak = politès) moet ik denken aan de politiek en de burgers mogen tegenwoordig steeds meer meepraten over de politiek dus jaa dat eigenlijk

Door Amber

Uitgangen tegenwoordige tijd

Om de uitgangen voor de eerste 3 vormen van de tegenwoordige tijd te onthouden, kun je denken aan
SuperSnelTrein

-s (je dors)
-s (tu dors)
-t (il dort)

Door Anoniem

Naamvallen aanvallen

Alle uitgangen in de Der-groep:

1: RESE
3: MRMN
4: NESE
Man/Vrouw/Onz./Meerv.

Dus je zegt gewoon: rese, mirmin, nese, en de tweede naamval is SRSR maar die gebruik je niet zo vaak.

Bij de ein-groep haal je alleen 1e MO weg en 4e O (Mannenlijk/Onzijdig krijgen geen uitgang)

Door Binc

Hydrofobe vitamines

Om te onthouden welke vitamines hydrofoob zijn, kun je denken aan de zin
Hydrofobe vitamines blijven liever op de KADE

Vitamines K, A, D en E zijn niet wateroplosbaar (hydrofoob).
Hiermee houd je B en C over als wateroplosbare vitamines (hydrofiel).

Door Gudo

Begrippen om een stuk te beschrijven

Rode Tulpen Met Hele Dikke Kelk Bladeren

Ritme, Tempo, Melodie, Harmonie, Dynamiek, Klankkleur, Bezetting.

Door Jip

De ontwikkelingen van Nederland

Om de ontwikkelingen in chronologische volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Er Staan Onder de Peper Meer Eieren OEV!

E einde Middeleeuwen
S taten Generaal opgericht
O ntstaan banken
P estepidemie Europa
M moord op Floris V
E inde kruistochten
O ntstaan stadsrecht en ontginningen woeste gronden
E erste Kruistocht
V erbetering landbouw Steden & Staten

Door Savannah

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Toneladas

Een Ton laden

Door Rob
Home
Alle items
Uploaden