Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

Conferre

Conferre = bijeenbrengen, vergelijken

Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN

Door jan

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

De Latijnse naamvallen

Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Niet Vechten Als Gemene Domme Apen

N ominativus
V ocativus
A ccusativus
G enitivus
D ativus
A blativus

Door Michiel

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda
Home
Alle items
Uploaden