Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Coniunctivus in de hoofdzin vertalen

WATVIM

Wens = Moge(n), ik hoop dat …
Aansporing = Laat hij/Laten we …
Twijfel = Moeten wij … (meestal 1e persoon)
Verbod = Laat … niet …
Irrealis = als …, zou(den) …
Mogelijkheid = Hij zou kunnen …

Ik hoop dat dit helpt/Moge dit helpen = Utinam hoc iuvet

Door Max

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

claris

Claris = beroemd, helder

De hemel wordt klaar, dus helder. Beroemde mensen klagen graag

Door eva

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Clamor

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Specto (Spectare)

Specto (spectare)= Kijken naar zien.

Hierbij kan je denken aan het Engelse woord Spectate wat ook kijken naar of zien betekent.

Door Jan alleman

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Causa

Causa = reden/oorzaak

Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak

Door Cornelia

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Unda

Unda = golf

Als er een golf op je afkomt, zwem je er onder

Door Fenna

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Puto

Puto = denken

Denk je dat Pluto een planeet is?

Door Anoniem

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden