Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Legere

Legere = verzamelen, lezen

Ik verzamel lego-blokjes en ik lees de handleiding

Door Sander

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Deinde

Deinde = vervolgens

Vervolgens deinde het schip

Door Anne

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Properare

Properare = zich haasten

Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig

Door Anje

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Mensa

Mensa = tafel

Een inmense tafel

Door Anoniem

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Perficere

Perficere = voltooien

Als iets voltooid is, is het af

Door Jootje

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Specto (Spectare)

Specto (spectare)= Kijken naar zien.

Hierbij kan je denken aan het Engelse woord Spectate wat ook kijken naar of zien betekent.

Door Jan alleman

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes
Home
Alle items
Uploaden