Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

De imperfectum

Om de imperfectum te onthouden, kun je denken aan de naam Ibrahim

Deze begint met de I van imperfectum en eindigt met de IM van imperfectum.
Ook staat BAM hierin, waaraan je de imperfectum vaak herkent.

Door storm

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Vetare

Vetare = verbieden

Wanneer je vetarme dingen eet, verbied je jezelf om vet te eten

Door Anoniem

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Cupido

Cupido = begeren

Cupido wil dat mensen elkaar begeren!

Door Anoniem

Nobilis

Nobilis = adellijk, beroemd

Als je een Nobelprijs wint, ben je beroemd

Door Renée

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Voorzetsels ablativus

Pro e(x) A(b) Sine in de sub cum
ezelsbrug: Proef appelsienen in de soepkom

Door Mohamed

Salutare

Salutare = begroeten

Denk maar aan salut (Frans)

Door sophie
Home
Alle items
Uploaden