Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Desiderare

Desiderare = verlangen naar 

Wie verlangt er naar school? Desi de rare

Door Anoniem

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Clamor

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Uitgangen

Kan je de uitgangen niet onthouden:
-O
-S
-T
-MUS
-TIS
-NT
Luister dan naar het liedje latijn is stampen 😉

Door Kim

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Salutare

Salutare = begroeten

Denk maar aan salut (Frans)

Door sophie

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Spectare

Spectare = kijken

Naar een spektakel kom je kijken

Door Anoniem

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille
Home
Alle items
Uploaden