Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

Gaudere

Gaudere —> guard
Guard—> bewaker

Als bewaker moet je wel blij zijn met je job

Door Len

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Properare

Properare = zich haasten

Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig

Door Anje

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Clamor

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

claris

Claris = beroemd, helder

De hemel wordt klaar, dus helder. Beroemde mensen klagen graag

Door eva

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

Puto

Puto = denken

Denk je dat Pluto een planeet is?

Door Anoniem

Coniunctivus

Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus

W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid

Door Carolien

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Rursus

Rursus = weer, terug

Rursus lijkt op cursus. Moet ik weer terug naar die cursus?

Door Julia

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

Desiderare

Desiderare = verlangen naar 

Wie verlangt er naar school? Desi de rare

Door Anoniem

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Modo

Modo = slechts

Van de dodo’s waren er slechts een paar over voordat ze uitstierven

Door Jootje

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden