Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Legere

Legere = verzamelen, lezen

Ik verzamel lego-blokjes en ik lees de handleiding

Door Sander

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Spectare

Spectare = kijken

Naar een spektakel kom je kijken

Door Anoniem

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

Umbra

Umbra = schaduw

Een paraplu zorgt voor schaduw in de zon

Door Anoniem

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie
Home
Alle items
Uploaden