Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

cogere

Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.

Door Timo

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

cogitare

cogitare=denken
ik denk na terwijl ik gitaar speel

Door Donutgirl🍩

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Clamor

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

De imperfectum

Om de imperfectum te onthouden, kun je denken aan de naam Ibrahim

Deze begint met de I van imperfectum en eindigt met de IM van imperfectum.
Ook staat BAM hierin, waaraan je de imperfectum vaak herkent.

Door storm

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Deinde

Deinde = vervolgens

Vervolgens deinde het schip

Door Anne

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Cogitare

Cogitare = nadenken

Bij het gitaar spelen moet je nadenken. 

Door Arenda

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe
Home
Alle items
Uploaden