Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Post

Post betekent achter; na

De hond loopt de POSTbode ACHTER;NA

Door owen

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Relinquit

Relinquit = achterlaten

Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten

Door Liesju

ezelsbruggetje voor ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de
die gaan met de ablativus mee

Door Anoniem

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Gaudere

Gaudere —> guard
Guard—> bewaker

Als bewaker moet je wel blij zijn met je job

Door Len
Home
Alle items
Uploaden