Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Antea

Antea = vroeger

AN dronk vroeger tea (thee).

Door Nikky

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Spectare

Spectare = kijken

Naar een spektakel kom je kijken

Door Anoniem

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Natio

Natio = volksstam

Denk aan natie of nationaal

Door Anoniem

Conferre

Conferre = bijeenbrengen, vergelijken

Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN

Door jan

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Dare betekent geven

Dare betekent geven.

Hierbij kan je denken aan het Engelse dare betekent durven.

Do you -dare- om het te geven?
Durf je het te geven?

Door Noah

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Puto

Puto = denken

Denk je dat Pluto een planeet is?

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden