Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Uitgangen praeses

Om de uitgangen o-s-t-mus-tis-nt niet meer uit je hoofd te krijgen zoek je op youtube op latijn is stampen.

(https://www.youtube.com/watch?v=Fh_BqcXEfMs)

Door anna

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Desiderare

Desiderare = verlangen naar 

Wie verlangt er naar school? Desi de rare

Door Anoniem

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

Cogitare

Cogitare = nadenken

Bij het gitaar spelen moet je nadenken. 

Door Arenda

Gaudere

Gaudere —> guard
Guard—> bewaker

Als bewaker moet je wel blij zijn met je job

Door Len

Superesse

Superesse = overblijven

Zij blijft over bij de wedstrijd, omdat ze super is

Door Kim

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden