Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

“Soepkom in productie”

De meeste voorzetsels die gevolgd worden door een ablatief, zitten verscholen in “Soepkom in productie” ofwel “SubCum In ProDeExSine” ofwel “sub cum in pro de ex sine. “a” en “ab” zitten verscholen in het woord “ablatief” zelf. Je moet dan nog enkel de twee overige voorzetsel “prae” en “super” onthouden.

Door Eleni

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Natio

Natio = volksstam

Denk aan natie of nationaal

Door Anoniem

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Unda

Unda = golf

Als er een golf op je afkomt, zwem je er onder

Door Fenna

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Nobilis

Nobilis = adellijk, beroemd

Als je een Nobelprijs wint, ben je beroemd

Door Renée

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna
Home
Alle items
Uploaden