Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Specto (Spectare)

Specto (spectare)= Kijken naar zien.

Hierbij kan je denken aan het Engelse woord Spectate wat ook kijken naar of zien betekent.

Door Jan alleman

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje

cogere

Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.

Door Timo

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Rursus

Rursus = weer, terug

Rursus lijkt op cursus. Moet ik weer terug naar die cursus?

Door Julia

accipere = ontvangen

Accipere lijkt op accepteren. Als je een pakketje ontvangt, moet je het eerst nog accepteren.

Wil je het pakketje accepteren? Anders kan je het niet ontvangen!

Door Jootje

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Nobilis

Nobilis = adellijk, beroemd

Als je een Nobelprijs wint, ben je beroemd

Door Renée

De imperfectum

Om de imperfectum te onthouden, kun je denken aan de naam Ibrahim

Deze begint met de I van imperfectum en eindigt met de IM van imperfectum.
Ook staat BAM hierin, waaraan je de imperfectum vaak herkent.

Door storm

Superesse

Superesse = overblijven

Zij blijft over bij de wedstrijd, omdat ze super is

Door Kim

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

Puella

Puella = meisje

Ella is een meisjes naam

Door Anoniem

“Soepkom in productie”

De meeste voorzetsels die gevolgd worden door een ablatief, zitten verscholen in “Soepkom in productie” ofwel “SubCum In ProDeExSine” ofwel “sub cum in pro de ex sine. “a” en “ab” zitten verscholen in het woord “ablatief” zelf. Je moet dan nog enkel de twee overige voorzetsel “prae” en “super” onthouden.

Door Eleni
Home
Alle items
Uploaden