Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

Puella

Puella = meisje

Ella is een meisjes naam

Door Anoniem

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Cupido

Cupido = begeren

Cupido wil dat mensen elkaar begeren!

Door Anoniem

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Perficere

Perficere = voltooien

Als iets voltooid is, is het af

Door Jootje

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou
Home
Alle items
Uploaden