Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

uitgangen ww preasens

Maak er een liedje van.
O
S
t
Mus
Tis
nt
–
Te
Re

Door nynke

Conferre

Conferre = bijeenbrengen, vergelijken

Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN

Door jan

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Puella

Puella = meisje

Ella is een meisjes naam

Door Anoniem

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Het verschil tussen Adesse en Abesse

Abesse = afwezig zijn

Adesse = aanwezig zijn 

Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.

Door Baukje

Causa

Causa = reden/oorzaak

Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak

Door Cornelia

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

accipere = ontvangen

Accipere lijkt op accepteren. Als je een pakketje ontvangt, moet je het eerst nog accepteren.

Wil je het pakketje accepteren? Anders kan je het niet ontvangen!

Door Jootje

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Cupido

Cupido = begeren

Cupido wil dat mensen elkaar begeren!

Door Anoniem

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Puto

Puto = denken

Denk je dat Pluto een planeet is?

Door Anoniem

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Mox

Mox = spoedig, weldra

Als je mok omvalt moet je spoedig een doekje halen

Door Anoniem

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Coniunctivus

Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus

W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid

Door Carolien

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Antea

Antea = vroeger

AN dronk vroeger tea (thee).

Door Nikky

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette
Home
Alle items
Uploaden