Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Cupido

Cupido = begeren

Cupido wil dat mensen elkaar begeren!

Door Anoniem

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna

Clamor

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Ezelsbruggetje iacere

iacere = liggen
ia zegt een ezel en een ezel ligt (soms)
in dit geval ligt dit ezelsbruggetje op deze site 😉
Hopelijk heb ik je kunnen helpen! Succes met leren!

Door Herman

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

accipere = ontvangen

Accipere lijkt op accepteren. Als je een pakketje ontvangt, moet je het eerst nog accepteren.

Wil je het pakketje accepteren? Anders kan je het niet ontvangen!

Door Jootje

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Coniunctivus

Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus

W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid

Door Carolien

Necare betekenis

Necare = nek omdraaien
Echte betekenis = doden (werkwoord)

Door Thijs

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

claris

Claris = beroemd, helder

De hemel wordt klaar, dus helder. Beroemde mensen klagen graag

Door eva

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Seco

Seco = snijden

Om de prosecco open te krijgen moet je de fles open snijden

Door Anoniem

uitgangen ww preasens

Maak er een liedje van.
O
S
t
Mus
Tis
nt

Te
Re

Door nynke

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

Uitgangen praeses

Om de uitgangen o-s-t-mus-tis-nt niet meer uit je hoofd te krijgen zoek je op youtube op latijn is stampen.

(https://www.youtube.com/watch?v=Fh_BqcXEfMs)

Door anna

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje
Home
Alle items
Uploaden