Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Vetare

Vetare = verbieden

Wanneer je vetarme dingen eet, verbied je jezelf om vet te eten

Door Anoniem

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Rursus

Rursus = weer, terug

Rursus lijkt op cursus. Moet ik weer terug naar die cursus?

Door Julia

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Mensa

Mensa = tafel

Een inmense tafel

Door Anoniem

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Natio

Natio = volksstam

Denk aan natie of nationaal

Door Anoniem

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

videre audire

je moet denken aan je ziet een video, videre (zien). je hoort een audio, audire (horen).

Door Anoniem

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

De Latijnse naamvallen

Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Niet Vechten Als Gemene Domme Apen

N ominativus
V ocativus
A ccusativus
G enitivus
D ativus
A blativus

Door Michiel

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke

Specto (Spectare)

Specto (spectare)= Kijken naar zien.

Hierbij kan je denken aan het Engelse woord Spectate wat ook kijken naar of zien betekent.

Door Jan alleman

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep
Home
Alle items
Uploaden