Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Properare

Properare = zich haasten

Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig

Door Anje

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Coniunctivus

Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus

W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid

Door Carolien

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Superesse

Superesse = overblijven

Zij blijft over bij de wedstrijd, omdat ze super is

Door Kim

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Uitgangen

Kan je de uitgangen niet onthouden:
-O
-S
-T
-MUS
-TIS
-NT
Luister dan naar het liedje latijn is stampen 😉

Door Kim

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Salutare

Salutare = begroeten

Denk maar aan salut (Frans)

Door sophie

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Relinquit

Relinquit = achterlaten

Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten

Door Liesju

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Seco

Seco = snijden

Om de prosecco open te krijgen moet je de fles open snijden

Door Anoniem

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca
Home
Alle items
Uploaden