Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

uitgangen ww preasens

Maak er een liedje van.
O
S
t
Mus
Tis
nt

Te
Re

Door nynke

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Properare

Properare = zich haasten

Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig

Door Anje

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Superesse

Superesse = overblijven

Zij blijft over bij de wedstrijd, omdat ze super is

Door Kim

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Ezelsbruggetje iacere

iacere = liggen
ia zegt een ezel en een ezel ligt (soms)
in dit geval ligt dit ezelsbruggetje op deze site 😉
Hopelijk heb ik je kunnen helpen! Succes met leren!

Door Herman

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Antea

Antea = vroeger

AN dronk vroeger tea (thee).

Door Nikky

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Cogitare

Cogitare = nadenken

Bij het gitaar spelen moet je nadenken. 

Door Arenda
Home
Alle items
Uploaden