Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

cogere

Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.

Door Timo

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

uitgangen ww preasens

Maak er een liedje van.
O
S
t
Mus
Tis
nt

Te
Re

Door nynke

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

Natio

Natio = volksstam

Denk aan natie of nationaal

Door Anoniem

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Miles, milites

Miles, milites = soldaat. Miles, milites lijkt op militair. Een militair is een soldaat

Door jasmijn

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

claris

Claris = beroemd, helder

De hemel wordt klaar, dus helder. Beroemde mensen klagen graag

Door eva

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Puer

Puer = jongen

Dit kun je onthouden door puber

Door Anoniem

Antea

Antea = vroeger

AN dronk vroeger tea (thee).

Door Nikky
Home
Alle items
Uploaden