Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Voorzetsels ablativus

Pro e(x) A(b) Sine in de sub cum
ezelsbrug: Proef appelsienen in de soepkom

Door Mohamed

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Artemis/diana

De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht

Door Emma

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

De imperfectum

Om de imperfectum te onthouden, kun je denken aan de naam Ibrahim

Deze begint met de I van imperfectum en eindigt met de IM van imperfectum.
Ook staat BAM hierin, waaraan je de imperfectum vaak herkent.

Door storm

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

Rursus

Rursus = weer, terug

Rursus lijkt op cursus. Moet ik weer terug naar die cursus?

Door Julia

“Soepkom in productie”

De meeste voorzetsels die gevolgd worden door een ablatief, zitten verscholen in “Soepkom in productie” ofwel “SubCum In ProDeExSine” ofwel “sub cum in pro de ex sine. “a” en “ab” zitten verscholen in het woord “ablatief” zelf. Je moet dan nog enkel de twee overige voorzetsel “prae” en “super” onthouden.

Door Eleni

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Tractus

Tractus = trekken

Een tractor trekt dingen

Door Xander

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Legere

Legere = verzamelen, lezen

Ik verzamel lego-blokjes en ik lees de handleiding

Door Sander

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden