Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Miles, milites

Miles, milites = soldaat. Miles, milites lijkt op militair. Een militair is een soldaat

Door jasmijn

Uitgangen praeses

Om de uitgangen o-s-t-mus-tis-nt niet meer uit je hoofd te krijgen zoek je op youtube op latijn is stampen.

(https://www.youtube.com/watch?v=Fh_BqcXEfMs)

Door anna

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Dare betekent geven

Dare betekent geven.

Hierbij kan je denken aan het Engelse dare betekent durven.

Do you -dare- om het te geven?
Durf je het te geven?

Door Noah

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

De Latijnse naamvallen

Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Niet Vechten Als Gemene Domme Apen

N ominativus
V ocativus
A ccusativus
G enitivus
D ativus
A blativus

Door Michiel

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

cogitare

cogitare=denken
ik denk na terwijl ik gitaar speel

Door Donutgirl🍩

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Desiderare

Desiderare = verlangen naar 

Wie verlangt er naar school? Desi de rare

Door Anoniem

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

complere = vullen

Complere lijkt op compleet

Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden