Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

“Soepkom in productie”

De meeste voorzetsels die gevolgd worden door een ablatief, zitten verscholen in “Soepkom in productie” ofwel “SubCum In ProDeExSine” ofwel “sub cum in pro de ex sine. “a” en “ab” zitten verscholen in het woord “ablatief” zelf. Je moet dan nog enkel de twee overige voorzetsel “prae” en “super” onthouden.

Door Eleni

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab
Home
Alle items
Uploaden