Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Causa

Causa = reden/oorzaak

Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak

Door Cornelia

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

uitgangen ww preasens

Maak er een liedje van.
O
S
t
Mus
Tis
nt

Te
Re

Door nynke

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Conjunctief Praeses

Hoe je een conjunctief Praeses vertaalt, kun je onthouden aan de hand van de zin
Gisteren Was Pa Veel Te Aangeschoten

G ebod
W ens
P otentialis (mogelijkheid)
V erbod
T wijfel
A ansporing

Door Nis

Puella

Puella = meisje

Ella is een meisjes naam

Door Anoniem

Mox

Mox = spoedig, weldra

Als je mok omvalt moet je spoedig een doekje halen

Door Anoniem

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith
Home
Alle items
Uploaden