Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Specto (Spectare)

Specto (spectare)= Kijken naar zien.

Hierbij kan je denken aan het Engelse woord Spectate wat ook kijken naar of zien betekent.

Door Jan alleman

Voorzetsels ablativus

Pro e(x) A(b) Sine in de sub cum
ezelsbrug: Proef appelsienen in de soepkom

Door Mohamed

Perficere

Perficere = voltooien

Als iets voltooid is, is het af

Door Jootje

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

claris

Claris = beroemd, helder

De hemel wordt klaar, dus helder. Beroemde mensen klagen graag

Door eva

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Puer

Puer = jongen

Dit kun je onthouden door puber

Door Anoniem

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Coniunctivus

Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus

W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid

Door Carolien

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Unda

Unda = golf

Als er een golf op je afkomt, zwem je er onder

Door Fenna

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Nobilis

Nobilis = adellijk, beroemd

Als je een Nobelprijs wint, ben je beroemd

Door Renée

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden