Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Umbra

Umbra = schaduw

Een paraplu zorgt voor schaduw in de zon

Door Anoniem

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

accipere = ontvangen

Accipere lijkt op accepteren. Als je een pakketje ontvangt, moet je het eerst nog accepteren.

Wil je het pakketje accepteren? Anders kan je het niet ontvangen!

Door Jootje

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Coniunctivus

Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus

W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid

Door Carolien

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

Clamor

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

claris

Claris = beroemd, helder

De hemel wordt klaar, dus helder. Beroemde mensen klagen graag

Door eva

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden