Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Mensa

Mensa = tafel

Een inmense tafel

Door Anoniem

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Mox

Mox = spoedig, weldra

Als je mok omvalt moet je spoedig een doekje halen

Door Anoniem

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Puella

Puella = meisje

Ella is een meisjes naam

Door Anoniem

Natio

Natio = volksstam

Denk aan natie of nationaal

Door Anoniem

Spectare

Spectare = kijken

Naar een spektakel kom je kijken

Door Anoniem

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje
Home
Alle items
Uploaden