Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Mulier

Mulier = vrouw

De vrouw speelt MUziek op de LIER

Door Sam

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Salutare

Salutare = begroeten

Denk maar aan salut (Frans)

Door sophie

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Coniunctivus in de hoofdzin vertalen

WATVIM

Wens = Moge(n), ik hoop dat …
Aansporing = Laat hij/Laten we …
Twijfel = Moeten wij … (meestal 1e persoon)
Verbod = Laat … niet …
Irrealis = als …, zou(den) …
Mogelijkheid = Hij zou kunnen …

Ik hoop dat dit helpt/Moge dit helpen = Utinam hoc iuvet

Door Max

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Ridere

Ridere = lachen

Ridders moeten met elkaar kunnen lachen

Door Anoniem

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Het verschil tussen Adesse en Abesse

Abesse = afwezig zijn

Adesse = aanwezig zijn 

Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.

Door Baukje

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Unda

Unda = golf

Als er een golf op je afkomt, zwem je er onder

Door Fenna

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden