Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Nusquam

Nusquam = nergens

Noes kwam nergens

Door Valerie

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Venire – videre – vicere.

Caesar (belangerijke man van die tijd, die veel oorlog voerde)
zei altijd: Veni Vidi Vici.
wat betekent: ik kwam, ik zag en overwon.

Veni komt van venire – Vidi van videre – en Vici kojmt van vicere.

Door Senne

Vidēre

vidēre = zien,

vidēre lijkt op video, dus een video kijken/zien

Door Senne

Monstrare

Monstrare = laten zien

Ik zal jullie het monster laten zien

Door Charlie

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna
Home
Alle items
Uploaden