Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

videre audire

je moet denken aan je ziet een video, videre (zien). je hoort een audio, audire (horen).

Door Anoniem

Vidēre

vidēre = zien,

vidēre lijkt op video, dus een video kijken/zien

Door Senne

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Relinquit

Relinquit = achterlaten

Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten

Door Liesju

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Cogitare

Cogitare = nadenken

Bij het gitaar spelen moet je nadenken. 

Door Arenda

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

uitgangen -are -ire -ere

ost mus tis naar toilet
(mooi nederlands:Ost moest eens naar het toilet
1ste p.enk. -o
2de p.enk. -s
3de p.enk. -t
1ste p.mv. -mus
2de p.mv. -tis
3de p.enk. -nt(nt is bij het ezelsbruggetje ‘naar toilet’
hopelijk begrijp je het ;-)Xxx

Door sula

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella
Home
Alle items
Uploaden