Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Volgorde naamvallen

Nooit geld doneren aan armen.

Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.

Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus

Door Myrthe

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

Punire

Punire = straffen

Denk aan to punish

Door Femke

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Vidēre

vidēre = zien,

vidēre lijkt op video, dus een video kijken/zien

Door Senne

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Voorzetsels ablativus

Pro e(x) A(b) Sine in de sub cum
ezelsbrug: Proef appelsienen in de soepkom

Door Mohamed

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

Dum

Dum = terwijl

Je ziet er dom uit als je kwijlt

Door Anoniem

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

Cado

Cado = vallen

Ik val bijna over al je cadeau’s

Door Anoniem

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse
Home
Alle items
Uploaden