
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Circumspicere
Circumspicere = rondkijken
Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken
covalenties
covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)
covalentie 2:
O(f)
S(anne)
covalentie 3:
N(o)
P(roblem)
covalentie 4:
C(heese)
je moet er een verhaaltje van maken
Canarische eilanden
Alle Canarische eilanden van west naar oost:
Hamsters plassen geel, tenzij gezonde cavia’s fluitend langslopen
Hamsters: El Hierro
Plassen: La Palma
Geel: La Gomera
Tenzij: Tenerife
Gezonde Cavia’s: Gran Canaria
Fluitend: Fuerteventura
Langslopen: Lanzarote
De geofactoren
Deze kun je onthouden met de zin
Koude Latijnse Regels Worden Bedacht Vanwege Fantasie
K limaat
L ithologie
R eliëf
W ater
B odem
V egetatie
F auna
De volgorde staat op basis van prioriteit
De Geallieerden
Om de Geallieerden in WO I te onthouden, kun je denken aan FRASGRIEP
F rankrijk
R usland
A lbanië
S ervië
G riekenland
R oemenië
I talië
E ngeland
P ortugal
Formule molariteit
Om de formule voor molariteit te onthouden, kun je denken aan
Tinus is het gemiddelde van Moeder en Vader Mol
Molariteit –> t = m/VM
t = molariteit
m = mol opgelost
VM = volume (oplossing)
Het verschil tussen mensjewieken en bolsjewieken
Om het verschil tussen de Russische sociaal-democraten te onthouden, kun je denken aan
Mensjewieken –> menselijk (humaan)
Bolsjewieken –> Staan bol van het geweld
Tekstdoelen
Alle Ossen In Opa’s Akker
Amuseren
Overtuigen
Informeren
Opiniëren
Activeren
Organisatieniveaus
Altijd Moet Celon Cellen Wegen Onder Orgels, Ook Planten Leven Ergens Binnen of Buiten
A: atoom
M: molecuul
C: celorganel
C: cellen
W: weefsel
O: orgaan
O: orgaanstelsel
O: organisme
P: populatie
L: levensgemeenschap
E: ecosysteem
B: bioom
B: biosfeer
DHCP handshake
DORA
Discover (client)
Offer (server)
Request (client)
Acknowledgement (server)
Het verschil tussen Accusativus en Dativus
ACC = LV, DAT = MV
A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag
Het verschil tussen meridiaan en parallel
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Mollige Lange en Pestende Bolle
M eridiaan is voor
L engte
P arallel is voor
B reedte
Kunststijlen na 1400
Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Rick Moet Bart Ross Noemen Soms
R enaissance
M aniërisme
B arok
R ococo
N eo-classicisme
S ymbolisme
Zon
de zon komt Op in het Oosten
de zon is S middags in het Zuiden
de zon is Nooit in het Noorden
de zon gaat Weg in het Westen
Stikstof
Om te onthouden dat bij stikstof het symbool N hoort, kun je denken aan
Wanneer je stikt, roep je ‘Nee!’
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
De Zuidpool en de Noordpool
Om te onthouden waar de pinguins en de ijsberen leven, kun je denken aan
U = U en R = R
zUidpool = pingUins
nooRdpool = ijsbeeR
Conflictgedrag
Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)
Vaarregels (bpr)
Bij zeilen heb je vaarregels (bpr) die onthoud je zo:
Gekke Stoere Kees Moet Surfen Leren
Gekke: goed zeemanschap
stoere: stuurboord wal houden
kees: klein wijkt voor groot
moet: motor wijkt voor spier en voor zeil
surfen: stuurboord wijkt voor bakboord
leren: loef wijkt voor lij
