
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Suffer by
Suffer by = te lijden hebben van
Als je suf bent heb je hier veel van te lijden
Warmtetransport
Voorbeelden nodig van de 3 vormen van warmtetransport? Denk aan de 3 vormen waar in een stof kan voor komen (fases)
Geleiding = door een vaste stof heen (metaal)
Stroming = vloeibare stof, zoals stromend water (douche)
Straling = gas: je ziet het niet, maar je voelt het wel.
Spijkenisse
Om te onthouden dat Spijkenisse aan de Lek ligt, kun je denken aan
De spijker prikt dingen lek
Voorzetsels met de dativ
Om te onthouden welke voorzetsels met de dativ gaan, kun je het volgende rijmpje op het deuntje van Vader Jacob zingen
Aus bei mi-it, aus bei mi-it
Von zeit zu, von zeit zu
Immer mit dem dativ, immer mit dem dativ
Gegen über nach, gegen über nach
Muzieknoten
Op deze manier kun je onthouden dat de noten maar tot G gaan!
A t/m G en de rest doet niet mee!
Belangrijkste steden van België
ABC, in alfabetische volgorde.
Op de kaart van boven naar beneden;
Antwerpen
Brussel
Charleroi
Bijwoorden
Herkenning bijwoorden : POOT
Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)
Het verschil tussen de teller en de noemer
Om te onthouden waar de teller en de noemer komen in een breuk, kun je denken aan T = T
Teller = Top
hogedrukgebied
denk bij hogedrukgebied aan bosbranden bij bosbranden geen regen dus bij hogedrukgebied ook geen regen
dus onthoud hb (hogedrukgebied bosbranden)
Toedieningsvormen
De verschillende toedieningsvormen kun je onthouden met SPROLTS
S ystematisch
P arentaal
R ectaal
O raal
L okaal
T ransdermaal
S ublinguaal
Pv zoeken
Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).
De Schepping (volgens de Bijbel)
De schepping in 7 dagen kun je onthouden met de zin
Haar Wanten Lagen Zo Voor Mijn Raam
H emel en Aarde (dag 1)
W ater boven en water onder (dag 2)
L and scheiden van water (dag 3)
Z on, maan en sterren (dag 4)
V ogels en vissen (dag 5)
M ensen en landdieren (dag 6)
R ustdag (dag 7)
Spoel en condensator
CIRCUS LUIPAARD
C I r c U s
Condensator: de stroom loopt voor op de spanning
L U I paard
Spoel: de spanning loopt voor op de stroom
Tekstverbanden
ChOpTeTo & VoReOoCo
Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband
Naamgeving alkaan/alkeen
Tel het aantal C-Tjes in de keten
1. Mama – methaan
2. En – ethaan
3. Papa – Propaan
4. Bestellen – Butaan
5. Pizza – Propaan
6. Hawaii – Hexaan
Das Märchen
das Märchen = het sprookje
Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje). In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.
De lever
Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan
R=R
LeveR = Rechts
Kleuren van de regenboog
Om de kleuren te onthouden, kun je denken aan de zin
Ridder Overwint Gevaarlijk Gevecht, Blinkend In Victorie Ridder
R ood
O ranje
G eel
G roen
B lauw
I ndigo
V iolet
Perro
Perro=hond
Bij de rr van perro, als je het zegt klinkt het een beetje als grommen, en een hond gromt.
Interactietheorie
De verschillende onderdelen van de interactietheorie kun je onthouden door CAT
C omplementariteit –> het ene gebied moet iets kunnen leveren waar in het andere gebied vraag naar is
A ndere mogelijkheden –> er mogen geen tussenliggende mogelijkheden zijn
T ransportbaarheid –> het moet allemaal in een redelijk tempo tegen een redelijke prijs kunnen worden vervoerd
klok tijden a.m. en p.m.
Als je wilt onthouden wat a.m en p.m is dan denk je aan het alfabet de a zit eerder dan de p in het alfabet dus is a in de ochtend want de ochtend is altijd eerder.
Conferre
Conferre = bijeenbrengen, vergelijken
Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN
