
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Scheikundige ontleding
Hierbij kun je denken aan OPA HeNK
O xigenium (zuurstof) is
P ositief
A node
H ydrogenium (Waterstof) is
N egatief
K athode
De Schepping (volgens de Bijbel)
De schepping in 7 dagen kun je onthouden met de zin
Haar Wanten Lagen Zo Voor Mijn Raam
H emel en Aarde (dag 1)
W ater boven en water onder (dag 2)
L and scheiden van water (dag 3)
Z on, maan en sterren (dag 4)
V ogels en vissen (dag 5)
M ensen en landdieren (dag 6)
R ustdag (dag 7)
Kustgemeenten West Vlaanderen
Dave en Kaatje ook niet. Maar Wim, Els ,Maarten,Osas en Barbara doen het wel. BRABANDER zei Hakem Karim
Van elektriciteitsfabriek naar huisaansluiting
Om de route van de elektriciteitsfabriek naar de huisaansluiting te onthouden, kun je denken aan VAAGHAK
V oedingskabel
A ardleiding
A ardleidingmeter
G roepenkast met zekeringen
H uisaansluiting
A ndere kabels
K wh-meter
Het verschil tussen een optimist en een pessimist
Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval
Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)
lagen van de atmosfeer
Tom Stopt Met Inne’s Ex.
Troposfeer
Stratosfeer
Mesosfeer
Ionosfeer
EXosfeer
KNAP
Je kan de lading van een anode of kathode onthouden door te denken aan het woord KNAP.
Kathode = Negatief. KN
Anode = Positief. AP
Dit maakt KNAP.
Een kathode is dus negatief geladen en een anode positief.
Hydrofobe vitamines
Om te onthouden welke vitamines hydrofoob zijn, kun je denken aan de zin
Hydrofobe vitamines blijven liever op de KADE
Vitamines K, A, D en E zijn niet wateroplosbaar (hydrofoob).
Hiermee houd je B en C over als wateroplosbare vitamines (hydrofiel).
Functies steunweefsels
De functies van steunweefsels kun je onthouden met BOOT VS
B escherming
O pslag
O ndersteuning
T ransport
V erbinding
S tevigheid
voorzetsels accusativus
DOFE GUB:
D – durch
O – ohne
F – für
E – entlang
G – gegen
U – um
B – bis
Het verschil tussen neus en zolen
Neus = bovenaan de landkaart
Zolen = onderaan de landkaart
Je eigen neus zit ook bovenaan en je zolen onderaan
Het verschil tussen sytole en diastole
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en DI = DI
Sytole = Samentrekken
DIastole = DIvers, uit elkaar –> ontspannen
Werking transistor
De transistor heeft drie contactpunten:
Basis
Collector
Emitter
Als dit onderdeel in een schakeling zit, hoe loopt de stroom dan? Alfabet!
Stroom komt eerst bij de B van Basis.
Vervolgens gaat de stroomrichting via de C van Collector alle stroom kom uit bij de E van Emitter.
De volgorde van de Noordelijke provincies
De volgorde van de drie Noordelijke provincie zijn te onthouden met het acroniem DOG
Van boven naar beneden
D renthe
O verijssel
G elderland
De vijf zuilen van de Islam
Deze kun je onthouden met de zin
Geloof Geen Lieve Vastende Bedelaars
G eloofsbelijdenis
G ebed
L iefdadigheid
V asten
B edevaart
Formele brief
Alle dingen waar je op moet letten als je een formele brief schrijft, kun je onthouden door de zin
Alle Paarden Doen Gek Als Sinterklaas Opkomt
A fzender
P laats en Datum
G eadresseerde
A anhef
S lot
O ndertekening
Geologisch tijdperken
Petra’s Coole Oma Snoept Donkere Chocolade Pepernoten Terwijl Jan Kazige Tosti’s Kaant
P = Precambrium
C = Cambrium
O = Ordovicium
S =Siluur
D =Devoon
C = Carboon
P =Perm
T =Trias
J =Jura
K = Krijt
T = Tertiar
K = Kwartair
pi uitrekenen
may i have a large container of coffee beans
may 3
i 1
have 4
a 1
large 5
container 9
of 2
coffee 6
beans 5
3,14159265
Tekstverbanden NL
C oncluderend
U itleggend
T egenstellend
T ijdsvolgorde
R edengevend
O orzaak-gevolg
S amenvattend
M iddel-doel
O psommend
V oorwaardelijk
V ergelijkend
Continenten
Alle continenten van groot naar klein.
Alle Apen Naaien Zakdoekjes Aan Elkaar, Ongelofelijk!
A zië
A frika
N oord-Amerika
Z uid-Amerika
A ntarctica
E uropa
O ceanië
Ooster- en westerschelde
Als je met je neus naar de Noordzee staat, zie je in het Oosten de Oosterschelde en in het Westen de Westerschelde
Organisatieniveaus
Altijd Moet Celon Cellen Wegen Onder Orgels, Ook Planten Leven Ergens Binnen of Buiten
A: atoom
M: molecuul
C: celorganel
C: cellen
W: weefsel
O: orgaan
O: orgaanstelsel
O: organisme
P: populatie
L: levensgemeenschap
E: ecosysteem
B: bioom
B: biosfeer
