
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Verbranding bij de mens en de kaars
Om de verbranding bij de mens te onthouden, kun je denken aan de zin
Goed, Zei Winston Koning Eergisteren
G lucose
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie
Om de verbranding bij een kaars te onthouden, kun je denken aan de zin
Kopen! Zei Winston Koning Eergisteren
K aarsvet
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie
De Apgarscore
De apgarscore is de score die een baby bij de geboorte scoort. De onderdelen hiervan zijn de onthouden met de zin
Het Arme Schlemieltje Reutels Keihard
H artslag
A demhaling
S piertonus
R eactievermogen
K leur
De economische factoren van de secundaire factor
Deze kun je onthouden met het acroniem BOWIE
B ouw
O ntginning van delfstoffen
W aterwinning
I ndustrie
E nergie opwekken
De draairichting
De draairichting van schroeven kun je onthouden door te denken aan
Righty Tighty, Lefty Loosy
Rechtsom is vast
Linksom is los
DHCP handshake
DORA
Discover (client)
Offer (server)
Request (client)
Acknowledgement (server)
Tautologie
Om te onthouden wat een tautologie is, kun je denken aan T = T
Tautologie = Twee keer dezelfde betekenis
VOORZETSEL +ACC
Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro
Windrichtingen
nooit opstaan zonder wekker
N=nooit=Noord
O=opstaan = Oost
Z=zonder = Zuid
W= wekker=Westen
Fase overgangen water
Er zijn 6 fase overgangen en die leer je zo uit je hoofd!
Cor rijmt veel, ben smakt veel
Pak van alle de eerste twee letters van de woorden en je kom al verder ook staan ze in volgorde
Condenseren
Rijpen
Verdampen
Bevriezen
Smelten
Vervluchtigen
Bon beau grand
Rijmpje:
(Ook vrouwelijk en meervoud)
bon beau grand
gros mauvais mechant
haut vieux long petit
cher jeun joli
Deze bijvoeglijke naamwoorden komen vóór het zelfstandig naamwoord
substitutie of complementaire goederen
Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.
Kenmerken concurrentiekracht
Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT
P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren
Beeldaspecten vormgeving
De beeldaspecten van vormgeving kun je onthouden aan de hand van
VLC KRO
V orm
L icht
C ompostie
K leur
R uimte
O rdening
cogitare
cogitare = nadenken
als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.
Hedonistische Calculus
Hoe onthoud je de zeven categorieën van genot in de hedonistische calculus?
In De Zee Naast Paal Z Rust
Intensiteit
Duur
Zekerheid
Nabijheid
Productiviteit
Zuiverheid
Reikwijdte
De Eurolanden
Om de Eurolanden te onthouden, kun je deze zin gebruiken
SMS FF BONDIGE CLIPS
S lovenië
M alta
S lowakije
F rankrijk
F inland
B elgië
O ostenrijk
N ederland
D uitsland
I erland
G riekenland
E stland
C yprus
L uxemburg
I talië
P ortugal
S panje
Met veel liefde
Als je tafel dekt en je dekt kopbestek in gebruik je Met Veel Liefde
Vanaf het bord gezien naar boven:
Mes, Vork, Lepel
Conferre
Conferre = bijeenbrengen, vergelijken
Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN
Bytes
Kabouters Met Grote Tenen
(kabouters) Kilo byte
(met) Mega byte
(grote) Giga byte
(tenen) Tera byte
Philip de Schone en Philip de Goede
Om te onthouden wie dit waren en waar ze vandaan kwamen, kun je denken aan
O = O en OE = OE
Philip de Schone kwam uit het Oostenrijke Huis
Philip de Goede kwam uit het Bourgondische Huis
Muzieknoten
Op deze manier kun je onthouden dat de noten maar tot G gaan!
A t/m G en de rest doet niet mee!
Tacere
Tacere = zwijgen
Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit
Diverse Griekse woordjes
Dendron = boom > dendrologie
Petra = rots > Petra (stad in Jordanië)
Proton = eerst > prototype
Aei = altijd > altijd fonetisch = ˈɑltɛit, oftewel ˈ A lt E I t
Bios = leven > biologie
Thèrion = dier > thèr lijkt op dier
Nun = nu > dat is nun zonder n
Dolos = bedorg > een doolhof is bedrog
Thronos = troon > thron is troon zonder o
Oun (spreek uit: oen) = dus > ik weet hem niet DUS ben ik een oen
Doru = lans > een lans gaat DOOR je heen
Mètèr = moeder > mètèr lijkt op moeder
Monon = alleen (maar) > Engels: monotonous = eentonig ALLEEN MAAR dingen van één soort
Pragma = gebeurtenis > een SPRAAKMAkende gebeurtenis
Pur = vuur > lijkt op vuur
Phòs = licht > genetivus = phòtos een vroeger was er bij een foto belichting nodig
Hogedrukgebied en lagedrukgebied
Om het verschil te onthouden denk aan een strand in bijvoorbeeld Spanje
🌤 Hogedrukgebied = hoog aantal toeristen
want veel zon, is weinig bewolking, is weinig neerslag
🌧 Lagedrukgebied = laag aantal toeristen
want weinig zon, is veel bewolking, is veel neerslag
Er zijn weinig mensen om het strand bij slecht weer.
Daarbij kun je denken aan het rijmpje
“Hoog is droog en laag is vaag”
Hoog drukgebied is droog weer, laag drukgebied is regen
