
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Diatomische elementen
Deze kun je gemakkelijk onthouden met de zin
I Have No BRight Or CLever Friends
I odine
H ydrogen
N itrogen
Br omine
O xygen
C hlorine
F luorine
Het verschil tussen meridiaan en parallel
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Mollige Lange en Pestende Bolle
M eridiaan is voor
L engte
P arallel is voor
B reedte
Grootheden
Om het verschil te onthouden tussen de grootheden van getallen; van laag naar hoog, kun je denken aan
Mijn Bil Trilt (2x)
Miljoen = 1.000.000
Miljard = 1.000.000.000
Biljoen = 1.000.000.000.000
Biljard = 1.000.000.000.000.000
Triljoen = 1.000.000.000.000.000.000
Triljard = 1.000.000.000.000.000.000.000
Domeinen van de geschiedenis
Om deze vier domeinen te onthouden, kun je denken aan PESC
P olitiek
E conomisch
S ociaal
C ultuur
Lakmoes papier
Als blauw lakmoes blauw blijft, is het een base. En als het verandert in rood is het een zuur. Wanneer rood lakmoes rood blijft, is het een zuur. En wanneer het verandert in blauw is het een base.
‘B’lauw lakmoes: ‘B’ase
‘R’ood lakmoes: Zuu’r’
Formule fotosynthese
Om deze formule te onthouden kun je denken aan de zin
Wat Kan Linda Geweldig Zingen
W ater +
K oolstofdioxide +
L icht =
G lucose &
Z uurstof.
De fasen van een cel
De fasen die een celcyclus doorloopt, kun je onthouden met de zin
In Parijs Poepen Mensen Altijd Telefonerend
I nterfase
P rofase
P rometafase
M etafase
A nafase
T elofase
Indianenstammen
Om te onthouden waar de indianenstammen gevestigd zijn, kun je denken aan CANO
C alifornië
A rizona
N ew Mexico
O klahoma
De malleolus medialis
Om de ligging van de pezen, de arterie en de nerva dorsaal van de malleolus medialis te onthouden, van ventraal naar dorsaal, kun je denken aan
Tom, Dick And Neville
T ibialis posterior
D igitorum Longus flexor
A tibialis tosterior
N tibialis
Oude Testament (Thora)
Een manier om de eerste vijf boeken van het Oude Testament (oftewel de Thora) te onthouden, is met het acroniem GELND
G enesis
E xodus
L eviticus
N umeri
D euteronomium
12 paar hersenzenuwen
Op N. Olfactorius
Ons N. Opticus
Oude N. Occulomotorius
Tuin N. Trohlearis
Terras N. Trigeminus
At N. Abducens
Frits N. Facialis
Verse N. Vestibulo-cochlearis
Groente N Glosso-pharyngeus
Van N Vagus
Albert N Accessorius
Heijn N Hypoglossus
Het verschil tussen bleu en blue
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Frans –> bleu, met EU, want Frankrijk zit nog in de EU
Engels –> blue, met UE, want Engeland zit niet meer in de EU
De volgers van Filips II
Om de volgers van Philps II tijdens de Gouden Eeuw te onthouden, kun je denken aan PARDon Farnesse
P arma
A lva
R equesens
D on jaun
Farnesse
Het verschil tussen cohesie en adhesie
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
A=A
Adhesie = aantrekkingskracht tot een Andere molecuul
Cohesie = aantrekkingskracht tot een dezelfde molecuul
adress of address?
In het Nederlands heb je het woord ‘adres’. In het Engels raak je daarmee in de war, want daar betekent het iets anders. In het Engels betekent het ’toespreken’.
Ik kan onthouden dat ’to address’ met dubbel D is door het volgende ezelsbruggetje:
Als je mensen toespreekt ben je wat informatie bij de mensen aan het toevoegen -> ’to add’ (dus met dubbel D).
De provincies
De 12 provincies van Nederland kan je onthouden met de volgende zin:
Niemand Uit NederLand Geeft Grote Feesten Omdat Dat Flauwekul Zou Zijn
N oord-Holland
U trecht
N oord-Brabant
L imburg
G roningen
G elderland
F riesland
O verijssel
D renthe
F levoland
Z uid-Holland
Z eeland
De geologische afzettingen
Om de afzettingen te onthouden, kun je denken aan de zin
Flessen Eten Geen Moorkop
F luviatiele afzetting (rivier)
E ologische afzetting (wind)
G laciale afzetting (ijs)
M aritieme afzetting (zee)
Het verschil tussen convex en concaaf
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol
Concaaf = hol
Convex = bol
Assimiliatie en Dissimiliatie
A = A
D = D
Assimiliatie = Aanbouw –> De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
Dissimiliatie = Destructie –> De afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen
