
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
productiefactoren
de 4 productiefactoren
KANO
K: kapitaal
A: arbeid
N: natuur
O: ondernemerschap
Tekstverbanden
Hier een ezelsbruggetje voor de Tekstverbanden. Ik hoop dat het je helpt!
cc + tt + oo = rv.
Denk aan:
Cake.
Cafe.
+
Tegenwoordige.
Tijd.
+
Oude.
Opa.
=
Rot.
Vrouw.
Indianenstammen
Om te onthouden waar de indianenstammen gevestigd zijn, kun je denken aan CANO
C alifornië
A rizona
N ew Mexico
O klahoma
Naamgeving alkaan/alkeen
Tel het aantal C-Tjes in de keten
1. Mama – methaan
2. En – ethaan
3. Papa – Propaan
4. Bestellen – Butaan
5. Pizza – Propaan
6. Hawaii – Hexaan
Assume
Om te onthouden hoe je ‘asume’ spelt, kun je denken aan de zin
Never assume! It makes an ASS of U and ME
Grieks: ta kaka nl: ellende, rampen, ongeluk
Grieks: ta kaka nl: ellende, rampen, ongeluk
Ezelsbruggetje: het is echt een ellende als Je moet kakken (poepen)
Het verschil tussen suppelementair en complementair
Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord
SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien
Organische chemie
Denk voor organische chemie aan de zin “Mama En Papa Blowen Perfecte Hasj”
M = Methaan
E = Ethaan
P = Propaan
B = Butaan
P = Pentaan
H = Hexaan
Elke Goede Band Drinkt Fanta
Om de volgorde van de noten te onthouden op een notenbalk gebruik je de zin ‘Elke Goede Band Drinkt Fanta’. Dit geldt dan voor de noot die afgebeeld wordt op de streep van de notenbalk.
Voorbeeld:
——————-
——————-
——————-
——————-
———•——-
Het bolletje staat op de regel en is dus de noot ‘E’.
Werking transistor
De transistor heeft drie contactpunten:
Basis
Collector
Emitter
Als dit onderdeel in een schakeling zit, hoe loopt de stroom dan? Alfabet!
Stroom komt eerst bij de B van Basis.
Vervolgens gaat de stroomrichting via de C van Collector alle stroom kom uit bij de E van Emitter.
De lagen van de opperhuid
Om de lagen van de opperhuid van buiten naar binnen te onthouden, kun je denken aan de zin
Hoor Daar Komt Sint Binnen
H oornlaag
D oorschijnende laag
K orrellaag
S tekellaag
B asaalcellenlaag
Bruine Boon
De onderdelen van een bruine boon kun je onthouden met HaNaPoZa
Ha rtvormig bultje
Na vel
Po ortje
Za adhuid
Drink Drank Drunk
Om de volgorde van de vervoegingen van het werkwoord to Drink te onthouden, kun je denken aan
Eerst Drink je de Drank, hiervan wordt je Drunk
Het verschil tussen Flora en Fauna
Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L
FLora = pLanten
Fauna = dieren
Aantal dagen in de maand
De knokkels van je hand helpen! De hoge knokkels staan voor 31 dagen, de lage voor 30 dagen (en in februari 28 of 29). Begin links op je hand bij de hoge knokkel (Januari), en ga zo maar door.
Kopzenuwen
Om de kopzenuwen te onthouden, kun je denken aan de zin
Op Ons Oude TuinTerras Aaide Frieda Achter Glas Vele Afgematte Ramen
O lfactorius
O pticus
O culomotorius
T rochlearis
T rigeminus
A bducens
F acialis
V estibulocochlearis (anatomische aanduiding)
G lossopharyngeus
V agus
A ccessorius
H ypoglossus
Tekstsoorten en tekstdoelen
Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP
D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen
De onderste regel van het toetsenbord
De letters op de onderste regel van het toetsenbord kan je onthouden met de zin:
Zoek X Cent Verloren Bij Nieuwe Maan
Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)
De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:
(ich) wohn e
(du) wohn st
(er) wohn t
(wir) wohn en
(ihr) wohn t
(sie) wohn en
Être en avoir
om Être en avoir niet door elkaar te halen kan je dit gebruiken: bij avoir begint alles met een a (behalve ils sont) en avoir begint ook met een a 🙂
Abonnement
Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement
Bus = b
Nonnen = nn
Argumenten
Inductie
Deductie
Autoriteit
Analogie
Voorbeeld
Statistieken
Oorzak
Gedrags
Pragmatish
Het verschil tussen AM en PM (Latijn)
Anti Meridiem (voor de noen) –> AM –> Vóór 12 uur ’s middags
Post Meridiem (na de noen) –> PM –> Ná 12 uur ’s middags
GRUM
GRUM
G(aleazzi)R(adius)U(lna)M(onteggia)
Om aan te geven wat een Galeazzi en een Monteggia fractuur zijn.
Galeazzi = een Radius fractuur en een Ulna luxatie.
Monteggia = een Ulna fractuur en een Radius luxatie.
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
klok tijden a.m. en p.m.
Als je wilt onthouden wat a.m en p.m is dan denk je aan het alfabet de a zit eerder dan de p in het alfabet dus is a in de ochtend want de ochtend is altijd eerder.
