
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Lagen van de retina
Om de lagen te onthouden, kun je denken aan de zin
Zondags Graag Niet Fietsen Rond Centrum
Z enuwlaag
G anglionlaag
N eurale laag
F otoreceptorlaag
R etinaal pigment epitheel
C horoidea
Formule voor Inhoud
Deze formule kun je onthouden aan de hand van de zin
Leuke BH met Inhoud
Inhoud = LxBxH.
De Algemene Gaswet
Om de Algemene Gaswet te onthouden, kun je denken aan
RoeP VeNT
R = p*V / n*T
R = gasconstante
p = druk
V = volume
n = hoeveelheid gas in mol
T = absolute temperatuur
lagen van de atmosfeer
Tom Stopt Met Inne’s Ex.
Troposfeer
Stratosfeer
Mesosfeer
Ionosfeer
EXosfeer
De levensloop van een product
Om de levensloop van een product te onthouden, kun je denken aan de zin
Op Prachtig Texel Vindt Gijs Allerlei Rozen
O ntwerpen
P roduceren
T ransporteren
V erhandelen
G ebruiken
A fdanken
R ecyclen
Tanden en bijbehorende structuren
Deze kun je onthouden aan de zin
Geurende Taart Trekt Celebrity’s Tevens Wilde Klanten Zenuwachtige Bakker
G lazuur
T andholte
T andvlees
C ement
T andbeen
W ortelbeen
K aakbeen
Z enuw
B loedvat
Functies van zinnen
Om de functies van een zin te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Vader Bakt Uijen
M ededelende zin
V ragende zin
B evelende zin
U itroepende zin
De Plié
Om te onthouden of de plié naar beneden of omhoog gaat, kun je denken aan de zin
De Plié gaat naar benée
Offerre
Offerre = aanbieden
Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan
Mutualisme of commensalisme?
Bij mutualisme hebben zowel de gastheer als de gast voordeel, het voordeel is dus wederzijds. Het Engelse woord mutual betekent wederzijds, mutualisme is hiervan afgeleid.
mutual = wederzijds
mutualisme = allebei voordeel
Bij commensalisme heeft alleen de gast voordeel, de gastheer is neutraal.
De wet van Ohm
Deze kun je onthouden aan Oom RUDI
Ohm –> R = U/I
R = weerstand
U = spanning
I = stroomsterkte
Proces in histologisch lab
Pas Als U Iets Snijdt Kan Controle Plaatsvinden;
Postkamer
Administratie
Uitsnijkamer
Inbedruimte
Snijruimte
Kleurruimte
Controle
Patholoog
Invloeden bij zwangerschap
Om de onthouden welke slechte invloeden bij zwangerschap een rol kunnen spelen, kun je denken aan de zin
Rex Dook Achter Mijn Zetel
R oken
D rugs
A chter
M edicijnen
Z iekten
Kleurcoderingen in electrotechniek en electronica
De kleurcoderingen in electrotechniek en electronica kun je onthouden met de zin
Zij Bracht Rozen Op Gerrits Graf Bij Vies Grauw Weer.
Z wart, waarde = 0
B ruin, waarde = 1
R ood, waarde = 2
O ranje, waarde = 3
G eel, waarde = 4
G roen, waarde = 5
B lauw, waarde = 6
V iolet, waarde = 7
G rijs, waarde = 8
W it, waarde = 9
Satelliet
Om de spelling van het woord ‘satelliet’ te onthouden, kun je denken aan
In saté zitten altijd twee stokjes
zwobbels!
de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen
Dativ voorzetsels
Zaagmens BV
Z= zu
a= aus
a= außer
g= gegenüber
m= mit
e= entgegen
n= nach
s= seit
B= bei
V= von
onleesbaar = illegible
Het woord illegible… Hoe kan ik dat toch onthouden? Nou ik heb hier een ezelsbruggetje voor je:
Je probeert het Nederlandse woord illegaal te lezen, maar je leest eerder “illegiebel”. Daardoor is het onleesbaar.
De vertaling is dan ook: onleesbaar.
Keuzevoorzetsels Duits
In Andere Achterbuurten Hebben (mensen) Uiteraard Nooit Zeeën Uien (zien) Vliegen
In = in, naar
An = aan, bij, naar
Auf = op
Hinter = achter
Unter = onder
Neben = naast
Zwischen = tussen
Über = boven, over
Vor = voor
Trappen van vergelijking
Als je een woord met twee of meer lettergrepen tegenkomt en het bevat een van de uitgangen van LE|ER|OW|Y|SOME dan zijn de uitgangen bij de vergelijkende en overtreffende trap gewoon -er, -est.
Voorbeelden:
-ow: yellow-yellower-yellowest
-le: simple-simpler-simplest
-er: clever-cleverer-cleverest
-some: handsome-handsomer-handsomest
-y: happy-happier-happiest (let op y wordt i)
Het verschil tussen current ratio en quick ratio
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
RR=RR
CuRRent Ratio = Incl VooRRaad
Quick Ratio = Excl voorrraad
obstare = in de weg staan
stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.
Kan je opstaan? Je staat in de weg!
Nederlandse Antillen
Om de Nederlandse Antillen te onthouden, kun je denken aan
ABC – SSS
A ruba
B onaire
C uracao
S ab
S int-Eustasius
S int-Maarten
Pv zoeken
Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).
Ambulare
Ambulare = wandelen
Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen
Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch
Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal
Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden
De EU-landen die geen Euro gebruiken
De landen die de euro niet gebruiken kan je onthouden met ZZOND!
Z weden
Z witserland
O ost Europa (dan moet je de landen wel kennen)
N oorwegen
D enemarken
Het verschil tussen où en ou
Oú = waar
Ou = of
Je kunt hierbij denken aan de vraag; waar is het streepje?
Als het streepje erop staat, is het óu –> waar
