
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen où en ou
Oú = waar
Ou = of
Je kunt hierbij denken aan de vraag; waar is het streepje?
Als het streepje erop staat, is het óu –> waar
De rivier Po
Om de rivier de Po te vinden op te kaart, ga je op zoek naar de Laars. Wanneer je op de Po zit, laat je je broek zakken tot aan je laars
De voorzetsels bij Der
De voorzetsels die met Der samengaan, kun je onthouden door het acroniem DJ WAMS
D ies –> deze
J ed –> iedere, menig
W elch –> welke
A ll –> alle(s), iedereen
M anch –> sommige, menig
S olch –> zulke
Voorrang auto rijden
Kijk je hem op z’n bek of nek, dan blijf je op je plek. Kijk je hem op z’n oor dan rijd je door!
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
Steden in Drenthe
Om de steden in Drenthe te onthouden, kun je denken aan HEMA
H oogeveen
E mmen
M eppel
A ssen
Indianenstammen
Om te onthouden waar de indianenstammen gevestigd zijn, kun je denken aan CANO
C alifornië
A rizona
N ew Mexico
O klahoma
Volgorde van berekeningen
Hoe Komen Wij Van Die Onvoldoendes Af?
Elke eerste letter telt voor een stap
H: haakjes
K: kwadrateren ( Machtsverheffen)
W: worteltrekken
V: vermenigvuldigen
D: delen
O: optellen
A: aftrekken
Assume
Om te onthouden hoe je ‘asume’ spelt, kun je denken aan de zin
Never assume! It makes an ASS of U and ME
Het verschil tussen Nominativus en Accusativus
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes
S ubject
O nderwerp
N ominativus
O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus
Commissaris
Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen.
De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss
De delen van de pharynx
De pharynx bestaat uit 3 delen (van boven naar beneden):
-De nasopharynx (bij de neusholte)
-De oropharynx (bij de mondholte dus oraal)
-De hypopharynx (hypo=laag dus dit deel ligt het laagst).
Magnetische metalen
Alle metalen die magnetisch zijn, kun je onthouden met FeNiCo
Fe ijzer
Ni kkel
Co balt
Hout- en bastvaten
De vaten en hun functie kun je onthouden met de zin
HAnS eet je BOrD leeg
H outvaten vervoeren
An organische stoffen in de
S tijgende sapstroom
Bastvaten vervoeren
OR ganische stoffen in de
D alende sapstroom
Maw kernconcept cultuur
VOUW’N =
het geheel van
Voorstellingen
Opvattingen
Uitdrukkingsvormen
Waarden
Normen
die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven
Grieks uitgangen
Voor de uitgangen van groep3 heb ik (nou eigenlijk mijn leraar) een ezelsbruggetje bedacht:
de OS die I-A zegt, is een ESel die OOk Nog SIN-AS drinkt.
(os, i, a, es, wv, sin, as)
Het verschil tussen this en that
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en A = A
ThIs = dIchtbij
ThAt = verAf
Moldavië – Chisinâu
Om het land Moldavië met hoofdstad Chisinâu te onthouden, kun je denken aan MOCH
Mo ldavië
Ch isinâu
De landschapzones
Paarse Bloemen Groeien Samen Aan Tulpen
Polaire zone , Boreale zone , Gematigde zone , Subtropische zone , Aride zone , Tropisch zone
Dativ
Aus bei mit nach, aus bei mit nach
Seit von zu, seit von zu
AuBer gegenüber, auBer gegenüber
Im dativ
-> op de toon van Vader Jakob
Vestigingsfactoren
Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT
W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport
Het verschil tussen bakboord en stuurboord
Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R
StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links
Occasion
Om de spelling van het woord ‘occasion’ te onthouden, kun je denken aan de zin
I learned to see it as an occasion to spell it right
To see = 2 c
As an = S 1
De ontwikkelingsstadia van een embryo
De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME
Mo rurla
B lastula
G astrula
E ctroderm
M esoderm
E ndoderm
Das Märchen
das Märchen = het sprookje
Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje). In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.
Toonladders met kruizen
Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#
De EU-landen die geen Euro gebruiken
De landen die de euro niet gebruiken kan je onthouden met ZZOND!
Z weden
Z witserland
O ost Europa (dan moet je de landen wel kennen)
N oorwegen
D enemarken
