
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De Tijdvakken
De tijdvakken kun je onthouden met de zin
Je Gaat Maar Snel Op Ramen Poepen Bij Witte Tantes
J agers en Boeren
G rieken en Romeinen
M onikken en Ridders
S teden en Staten
O ntdekkers en Hervormers
R egenten en Vorsten
P ruiken en Revoluties
B urgers en Stoommachines
W ereldoorlogen
T v en Computers
Differentiëren
Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD
D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren
Beroerte
Om te onthouden wat de signalen zijn voor een beroerte, kun je denken aan
FAST
F ace (hangen van een zijde van het gezicht)
A rm (één kant van het lichaam zal minder goed kunnen meewerken, arm gaat niet meer goed omhoog)
S peech (iemand praat opvallend anders)
T ime (snel handelen is belangrijk omdat anders geen behandeling met atropine kan worden gestart na 3 uur)
Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit
Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit
S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten
Het verschil tussen een kameel en een dromedaris
Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken
Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult
Een Engels uitroepteken
Een uitroepteken (!) = Exclamation mark
Om dit te onthouden, kun je denken aan het Latijn
Ex = uit
Clamare = roepen
Mark = Teken
Redactoren met een negatieve electrodepotentiaal
Deze kun je onthouden door te denken aan de zin
LIeve Kleine BasCAs en NAtalie MoGen ALleen op ZoN en FEestdagen NIet SnoeP(B)en
Li -3,05
K -2,92
Ba -2,90
Ca -2,87
Na -2,71
Mg -2,34
Al -1,67
Zn -0,76
Fe -0,44
Ni -0,25
Sn -0,14
Pb 0,13
Ze staan in tabel 48 van de BINAS
Embryologie van de gehoorbeentjes
ACH MIS HAS
A rticulare = M alleus = H amer
Q(c)uadratum = I ncus = A ambeeld
H yomandibulare = S tapes = S tijgbeugel
Formule voor snelheid
Om de formule voor snelheid te onthouden, kun je denken aan snelheidsborden. Deze geven bijvoorbeeld 50 km/u aan. Hieruit kun je afleiden dat de afstand gedeeld door de tijd de snelheid berekent
v = s/t
v = snelheid
s = afstand
t = tijd
Warmtetransport
Voorbeelden nodig van de 3 vormen van warmtetransport? Denk aan de 3 vormen waar in een stof kan voor komen (fases)
Geleiding = door een vaste stof heen (metaal)
Stroming = vloeibare stof, zoals stromend water (douche)
Straling = gas: je ziet het niet, maar je voelt het wel.
De Geallieerden
Om de geallieerden uit de Tweede Wereldoorlog te onthouden, kun je denken aan RACE
R usland
A merika
C anada
E ngeland
Oplosbaarheid in water
Hydrofoob lijkt op fobie; deze stof heeft dus angst voor water en zal niet tot slecht oplossen.
Hydrofiel lijkt op pedofiel; deze stof houdt dus van water en zal dus goed oplossen.
Het overdragen van cultuurelementen
Om te onthouden hoe cultuurelementen in de moderne tijd worden overgedragen, kun je denken aan het acroniem ICT
I nternationale handel
C ommunicatiemiddelen (Modern)
T oerisme
De bijwoordelijke bepalingen
De verschillende bijwoordelijke bepalingen kun je onthouden aan de hand van het woord
POTMaR
P laats
O orzaak
T ijd
Ma nier
R eden
Het verschil tussen objectief en subjectief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S
Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)
Buddycheck
Om de volgorde van de buddycheck voor het duiken te onthouden, kun je denken aan
Vlugge Leeuwen Schieten Lekker Op
V est
L ood
S luitingen
L ucht
O k
Dès que
Dès que = zodra
1. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dekken.
Wordt:
2. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dès que
De steden van Japan
Om de steden van Japan, van boven naar beneden, te onthouden, kun je denken aan
ToYoNagOsHiNa
To kyo
Yo kohama
Nag oya
Os aka
Hi roshima
Na gasaki
Magisme
Magisme betekent winkel
Denk hierbij aan een magazijn, wat heeft een winkel een magazijn.
De oorzaken van splenomegalie
Deze kunnen onthouden worden aan de hand van SPLENO
S ekwestreren van erytrocyten bij hemolytische anemieën
P roliferatie secundair aan een acute of chronische ontsteking:
•acuut: sepsis, bacteriële endocarditis, tyfus, mononucleosis infectiosa, hepatitis;
•chronisch: brucellose, tuberculose, lues, malaria, leishmania, schistosomiasis,syndroom van Felty bij reumatoïde artritis, sle
L ipide-depositie of andere stapelingsziekten (ziekte van Gaucher, hemochromatose,amyloïdose, ziekte van Niemann-Pick)
E igenschappen sinds geboorte aanwezig (milt-hemangiomen, hamartomen, cysten)
N iNvasie door granulomen of hematologische maligniteiten.
O Ophoping van bloed:
•milttrauma;
•portale hypertensie (levercirrose, hartfalen, portale of miltvenetrombose).
