
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Reactiesnelheid
Om te onthouden waar de reactiesnelheid allemaal van afhangt, kun je denken aan de zin
Snelle Scholieren Concentreren zich Veel Te Kort
S oort stof
C oncentratie
V erdelingsgraad
T emperatuur
K atalysator
Oekraïne – Kiev
Om het land Oekraïne met de hoofdstad Kiev te onthouden, kun je denken aan
Snoekraïne heeft kieuwen
Zon
de zon komt Op in het Oosten
de zon is S middags in het Zuiden
de zon is Nooit in het Noorden
de zon gaat Weg in het Westen
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
Zelfstandige naamwoorden
Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi
Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen
Osteoblasten en Osteoclasten
Osteoblasten: zorgen voor de bouw van nieuw bot.
Osteoclasten: zorgen voor het Crushen (afbreken) van bot.
Nox
Nox betekent nacht
Een spreuk uit harry potter is nox, licht uit en in de nacht is het licht uit
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
De verschillende vormen van een meter
Deze kun je onthouden met de zin
Kan Het Dametje Met De CM Meten
K m
H m
M
D m
CM
M m
Onderscheid economische groepen
Om het onderscheid tussen de vier groepen in de Economie te onthouden, kun je denken aan
BaBy Go
B edrijven
B uitenland
G ezinnen
O verheid
nihil = niets
Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’
Dus:
Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.
De ontwikkelingsstadia van een embryo
De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME
Mo rurla
B lastula
G astrula
E ctroderm
M esoderm
E ndoderm
Scrijf/ tekstdoelen
Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)
Uitgangen futuro
De uitgangen van de futuro komen grotendeels overeen met de uitgangen van haber, van de preterito perfecto.
Ik heb gegeten: He comido
Ik zal eten: comeré
De uitgang is dus de ‘h’ weg en een accent erop. Dit geldt voor allemaal behalve hemos en habéis, die worden respectievelijk ‘emos’ en ‘éis’.
Franse dagen van de week
De dagen van de week kun je onthouden met de zin
Lieve Meisjes Moeten Jatten Van Smerige Dieven
L undi –> Maandag
M ardi –> Dinsdag
M ercredi –> Woensdag
J eudi –> Donderdag
V endredi –> Vrijdag
S amedi –> Zaterdag
D imanche –> Zondag
Naamvallen aanvallen
Alle uitgangen in de Der-groep:
1: RESE
3: MRMN
4: NESE
Man/Vrouw/Onz./Meerv.
Dus je zegt gewoon: rese, mirmin, nese, en de tweede naamval is SRSR maar die gebruik je niet zo vaak.
Bij de ein-groep haal je alleen 1e MO weg en 4e O (Mannenlijk/Onzijdig krijgen geen uitgang)
Op de pot met An
Optativus potentialis komt met AN
Dus als je een optativus met An staat weet je meteen dat het de potentialis is
Voor het landen
Om te onthouden waar je aan moet denken voor een landing, kun je denken aan HARS
H oogte
A fstand
R ichting
S nelheid
Het verschil tussen many en much
Dit verschil kun je onthouden aan de hand van de zin
Many kisses and much love
Many –> kun je tellen
Much –> kun je niet tellen
Tautologie
Om te onthouden wat een tautologie is, kun je denken aan T = T
Tautologie = Twee keer dezelfde betekenis
Het verschil tussen Bruto en Netto
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
BRUTO –> de belasting e.d. gaat op BRUTE wijze van je loon af
NETTO –> je houdt nog NET wat over
Gradenhoeken
Een klok is rond en is 360 graden.
Ieder cijfer X 30 is het aantal graden dat hiermee correspondeert.
Voorbeeld: 3X90=45 graden
Het verschil tussen < en >
Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje
Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!
