Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Tamquam

Tamquam = als het ware

Mijn hamster is als het ware tam 

Door Miep

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

rideo = lachen

doe niet zo ridiculous dan moet ik lachen!

Door Anoniem

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

cogitare

cogitare=denken
ik denk na terwijl ik gitaar speel

Door Donutgirl🍩

Vetus

Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.

Door Merel

Properare

Properare = zich haasten

Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig

Door Anje

Statuere

Statueren = besluiten

Ik maak een besluit over dit standbeeld

Door Jootje

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Gaudere

Ik ben blij als ik een stukje Gaudakaas krijg.

Gaudere = blij zijn

Door Ella

Coniunctivus

Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus

W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid

Door Carolien

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Uitgangen praeses

Om de uitgangen o-s-t-mus-tis-nt niet meer uit je hoofd te krijgen zoek je op youtube op latijn is stampen.

(https://www.youtube.com/watch?v=Fh_BqcXEfMs)

Door anna

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

Miles, milites

Miles, milites = soldaat. Miles, milites lijkt op militair. Een militair is een soldaat

Door jasmijn

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

volgorde naamvallen

N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)

Door yens

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma
Home
Alle items
Uploaden