Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Tempestas

Tempestas = storm

Bij een hoge temperatuur ontstaat er een zomerstorm

Door Fenna

Tollere

Tollere = opheffen

Een tol kun je opheffen

Door renzke

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Puer

Puer = jongen

Dit kun je onthouden door puber

Door Anoniem

facere

facere lijkt op faire in het frans
dus maken ,doen

Door neo

Perficere

Perficere = voltooien

Als iets voltooid is, is het af

Door Jootje

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

Legere

Legere = verzamelen, lezen

Ik verzamel lego-blokjes en ik lees de handleiding

Door Sander

Ablativus

De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:

W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd

Door Luca

Gaudere

Gaudere —> guard
Guard—> bewaker

Als bewaker moet je wel blij zijn met je job

Door Len

Het werkwoord Esse

Deze kun je onthouden door ze op het ritme van de Macarena op te zeggen

Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Sum Es Est
Summus Estis Sunt
Het werkwoord Esse

Door Laurine

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Priusquam

Priusquam = voordat

Jij was er al voordat de Prius aan kwam rijden

Door Anoniem

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

ezelsbruggetje voor ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de
die gaan met de ablativus mee

Door Anoniem

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie
Home
Alle items
Uploaden