Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

appropiquare, naderen

het woord is zo lang, hij nadert langzaam.

Door myrthe

voorzetsels met de ablativus

pro, cum, sine, ab, ex, de, die gaan met de ablativus mee!

Door Marloes

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

Deinde

Deinde = vervolgens

Vervolgens deinde het schip

Door Anne

Conjunctief Praeses

Hoe je een conjunctief Praeses vertaalt, kun je onthouden aan de hand van de zin
Gisteren Was Pa Veel Te Aangeschoten

G ebod
W ens
P otentialis (mogelijkheid)
V erbod
T wijfel
A ansporing

Door Nis

Mensa

Mensa = tafel

Een inmense tafel

Door Anoniem

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Het verschil tussen Adesse en Abesse

Abesse = afwezig zijn

Adesse = aanwezig zijn 

Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.

Door Baukje

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

VOORZETSEL +ACC

Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro

Door Caitlin

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

Nihil

de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.

Door nynke

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Het verschil tussen Accusativus en Dativus

ACC = LV, DAT = MV

A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag 

Door Quiana

Cito

Cito = snel

De Cito-toets op de basisschool moet je snel maken

Door Jootje

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

Caput

Caput = hoofd

Mijn hoofd is kapot

Door Niels
Home
Alle items
Uploaden