Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Validus

Validus = gezond

Het tegenovergestelde van invalide zijn, gezond zijn

Door Hannelore

Bibere

Bibere = drinken

Mijn oma bibbert als ze drinkt

Door Lilian

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Gaudere

Gaudere —> guard
Guard—> bewaker

Als bewaker moet je wel blij zijn met je job

Door Len

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

Bellum

Bellum = oorlog

Er is geen tijd om te bellen in de oorlog

Door Jootje

Deinde

Deinde = vervolgens

Vervolgens deinde het schip

Door Anne

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

Reus

Reus = verdachte

De verdachte is een reus

Door Jasmijn

Delectare

Delectare = zich verheugen, verblijden.

Van een delicatesse word je blij

Door bianca

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Puer

Puer = jongen

Dit kun je onthouden door puber

Door Anoniem

Uxor

Uxor = echtgenote

Het is luxe als je een echtgenote hebt

Door Polle

Ardere

Ardere = branden

Ardeense ham wordt gebrand

Door Bab

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Misceo

Misceo = mengen

Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen

Door Kim

Unda

Unda = golf

Als er een golf op je afkomt, zwem je er onder

Door Fenna

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Saxum

Saxum = rots

Je kunt saxofoon spelen op een rots

Door Anoniem

Offerre

Offerre = aanbieden

Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan

Door Anneke
Home
Alle items
Uploaden