Latijn Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Aliquis

Na de woorden si, nisi, num en ne verandert ‘aliquis’ in ‘quis’:

ne quis hic veniat = dat niet iemand (!) hier komt.

Dit kun je onthouden door de zin
Na ‘si’, ‘nisi’, ‘num’ en ‘ne’ gaat ‘ali-‘ niet met ‘quis’je mee! 

Door Didier

Docere

Docere betekent onderwijzen
Een docent onderwijst, docent lijkt op doceren!

Door

Relinquit

Relinquit = achterlaten

Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten

Door Liesju

Punire

Punire = straffen

Denk aan to punish

Door Femke

Solvere

Solvere = losmaken

Sol kun je omdraaien naar los

Door Anoniem

De Latijnse uitgangen

Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT

-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt

Door Thijs

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Modo

Modo = slechts

Van de dodo’s waren er slechts een paar over voordat ze uitstierven

Door Jootje

Tectum

Tectum = dak

Een architect bouwt een huis met een dak

Door Pauwie

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Osculum

Osculum = kus

Een os kust een koe

Door Shaimaa

Etiam

Etiam = ook

Koop jij ook bij Miss Et(i)am?

Door Julian

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Retinēre

Retinere = tegenhouden

Als je iets retourneert, hou je het tegen

Door Hanneke

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette
Home
Alle items
Uploaden