
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Objectief
Ik vergeet vaak het woord objectief de betekenis daarvan is: wie alleen op de feiten let. Als je het laatste stukje van het woord objectief omdraait (tief) dan staat er feit.
Redactoren met een negatieve electrodepotentiaal
Deze kun je onthouden door te denken aan de zin
LIeve Kleine BasCAs en NAtalie MoGen ALleen op ZoN en FEestdagen NIet SnoeP(B)en
Li -3,05
K -2,92
Ba -2,90
Ca -2,87
Na -2,71
Mg -2,34
Al -1,67
Zn -0,76
Fe -0,44
Ni -0,25
Sn -0,14
Pb 0,13
Ze staan in tabel 48 van de BINAS
eau
haal jij de eau ook altijd door elkaar
ik heb er een handig trucje voor
je spreekt de eau uit als een ” o ”
en de ” o ” lijkt op een nul (0)
Net als nul
e a u
snap je hem?? 😉
videre audire
je moet denken aan je ziet een video, videre (zien). je hoort een audio, audire (horen).
De voorzetsels bij de akkusativ
De voorzetsels bij de akkusativ zijn te onthouden met de zin
Beer Doodt Geen Oudtjes En Fietst Uren
B is
D urch
G egen
O hne
E ntlang
F ur
U m
Diatomische elementen
Om de diatomische elementen te onthouden denk aan de zin Have No Fear Of Ice Cold Beer
H(waterstof)
N(stikstof)
F(fluor)
O(zuurstof)
I(jood)
Cl(chloor)
Br(broom)
Osteoblasten en Osteoclasten
Osteoblasten: zorgen voor de bouw van nieuw bot.
Osteoclasten: zorgen voor het Crushen (afbreken) van bot.
Het verschil tussen thursday en tuesday
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R
ThuRsday = DondeRdag
Tuesday = Dinsdag
Het omrekenen van mollen
Om te onthouden in welke volgorde je mollen om kunt rekenen, kun je denken aan
Liever Geen Melk
L iter
G ram
M ol
Devaluatie valuta
De Cognac En Bier Wil(ik)
Devaluatie eigen valuta
↓
Concurrentiepositie verbetert
↓
Export neemt toe, import daalt
↓
Binnenlandse productie neemt toe
↓
Werkgelegenheid neemt toe.
De koersdaling van een munt kan dus de werkgelegenheid bevorderen in een land.
7 uitzonderingen atoomsoorten
CLaire Fietst Naar Haar Oma In Breda
Cl2 (g) – chloor
F2 (g) – fluor
N2 (g) – stikstof
H2 (g) – waterstof
O2 (g) – zuurstof
I2 (s) – jood
Br2 (l) – broom
bovenstaande 2tjes moeten in het subscript!
De tijdsperiodes
De verschillende tijdsperioden in de geschiedenis kun je onthouden met de zin
Piet Smits Kaatst Mini Nootjes Naar Erik
P rehistorie
S troomculturen
K lassieke oudheden
M iddeleeuwen
N ieuwe tijd
N ieuwste tijd
E igen tijd
Het verschil tussen homo-en heterozygoot
Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel
Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap
Faire
fraire betekent in het nederlands maken
om het handig te onthouden is door:
Faire
Frambose jam maken
hier zie je de F van faire en van framboos
en jam dat maak je dus hierdoor weet je dat faire – maken is
voorzetsels accusativus
DOFE GUB:
D – durch
O – ohne
F – für
E – entlang
G – gegen
U – um
B – bis
Een grote beer die fietst op de lijnen
Een Grote Beer Die Fietst
E-en
G-rote
B-eer
D-ie
F-ietst
Let op! het is op de lijnen en het is vanaf onder
Lagen in de Romeinse Samenleving
Om de lagen in de Romeinse Samenleving te onthouden, kun je denken aan PSP
P lebejers
S laven
P atriciërs
OLIGARCHIE
OLIEGARCHIE—> een klein groepje rijke mensen die aan de macht is
door OLIE word je rijk
De stikstofbasen in een DNA-molecuul
AT is GeC (Ad is gek)
A denine
T hymine
G uanine
C ytosine
Assimiliatie en Dissimiliatie
A = A
D = D
Assimiliatie = Aanbouw –> De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
Dissimiliatie = Destructie –> De afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen
Keuzevoorzetsels Duits
In Andere Achterbuurten Hebben (mensen) Uiteraard Nooit Zeeën Uien (zien) Vliegen
In = in, naar
An = aan, bij, naar
Auf = op
Hinter = achter
Unter = onder
Neben = naast
Zwischen = tussen
Über = boven, over
Vor = voor
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
volgorde naamvallen
N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)
