Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ballo

Ballo = gooien

Ik gooi een bal

Door Suuz

Trema

Alleen op de medeklinkers van Auto kunnen een trema komen. 

Door Boo

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Oxidator en reductor

Oxidator- elektronen Opnemen
Reductor- elektronen Afstaan
Oxidator en opnemen beginnen beide met de O.

Door joelle

Plombier em pompier

Plombier betekent loodgieter
Pompier betekent brandweerman

Om deze uit elkaar te houden, kun je denken aan
De brandweer pompt water op vuur –> pompier
De loodgieter werkt met buizen (plumbing) –> plombier

 

Door Leonietje

Het verschil tussen endehors en endedans

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

Endehors –> horse, paardrijden doe je buiten

Endedans –> dans, dansen doe je binnen

Door Margot

zwobbels!

de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen

Door sien

Vaarregels (bpr)

Bij zeilen heb je vaarregels (bpr) die onthoud je zo:

Gekke Stoere Kees Moet Surfen Leren

Gekke: goed zeemanschap
stoere: stuurboord wal houden
kees: klein wijkt voor groot
moet: motor wijkt voor spier en voor zeil
surfen: stuurboord wijkt voor bakboord
leren: loef wijkt voor lij

Door Emilie

Magisme

Magisme betekent winkel
Denk hierbij aan een magazijn, wat heeft een winkel een magazijn.

Door xapie

OMA

Laat OMA thuis. OMA staat voor Oordelen, Meningen en Adviezen.

Door Romy

Peu

Un peu betekent een beetje.

Een beetje is klein. Klein is een peuk en een peuk lijkt op peu.

Door David

Rekenvolgorde HMWVDOA

HMWVDOA = Hare Majesteit Wenst Vandaag De Open Auto
1. Haakjes
2. Machtsverheffen
3. Worteltrekken
4. Vermenigvuldigen
5. Delen
6. Optellen
7. Aftrekken

Door Gerard

Het verschil tussen de boomklever en de boomkruiper

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

L=L en R=R

De kLever = bLauw

De kRuiper = bRuin

Door H.

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Lakmoes papier

Als blauw lakmoes blauw blijft, is het een base. En als het verandert in rood is het een zuur. Wanneer rood lakmoes rood blijft, is het een zuur. En wanneer het verandert in blauw is het een base.
‘B’lauw lakmoes: ‘B’ase
‘R’ood lakmoes: Zuu’r’

Door Annelien

Lood

Pb = lood

De PABO is loodzwaar

Door Lonneke

Lagen epidermis

Stratum …

Come (corneum)
Lets (lucidum)
Get (granulosum)
Sun (spinosum)
Burned (basale)

Door Sterre

Tekstsoorten en tekstdoelen

Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP

D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen

Door Anoniem

Vires

Vires = krachten

Een virus maakt je minder krachtig

Door Anoniem

Zelfstandige naamwoorden

Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi

Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen

Door Wendy

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Landen in Zuid-Amerika

Veel Collega’s En Beroemde Personen Chillen Altijd Boven de Paarden Uitgang, Graag Super Feestelijk:

Venezuela
Colombia
Ecuador
Brazilië
Peru
Chili
Argentinië
Bolivia
Paraguay
Uruguay
Guyana
Suriname
Frans Guyana

Door Teun Berkhout

De volgorde van de darmen

Om de volgorde van de darmen te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Daar Danst Bart Met Angela

M aag

D unne darm

D ikke darm

B linde darm

A ppendix

Door Nena

Et puis

Et puis betekent en verder!

Denk aan een puist, die mag niet verder gaan

Door Maxime

substitutie of complementaire goederen

Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.

Door Bo

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

Qui?

Qui? = Wie?
kiwi
Je hebt qui (ki) en wie (wi).

Door Nora
Home
Alle items
Uploaden