Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

GRUM

GRUM

G(aleazzi)R(adius)U(lna)M(onteggia)

Om aan te geven wat een Galeazzi en een Monteggia fractuur zijn.

Galeazzi = een Radius fractuur en een Ulna luxatie.

Monteggia = een Ulna fractuur en een Radius luxatie.

Door Harold

Embryologie van de gehoorbeentjes

ACH MIS HAS

A rticulare = M alleus = H amer

Q(c)uadratum = I ncus = A ambeeld

H yomandibulare = S tapes = S tijgbeugel

Door Wim

Reductor of oxidator?

In reductor zit het Engelse woord “reduce”=verminderen en de reductor stoot dus elektronen af
Dan neemt de oxidator de elektronen op

Door Rianne

Metriek stelsel

Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter

naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters

Door Lenno

Het verschil tussen Flora en Fauna

Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L

FLora = pLanten
Fauna = dieren

Door Marie

Franse vervoersmiddelen

Voor vervoersmiddelen waar een dak op zit, gebruik je à –> à pied , à vélo!
Voor vervoersmiddelen waar wel een dak op zit, gebruik je en –> en voiture, en bus!

Door Joyce

De wervels

Deze kun je, van boven naar beneden, onthouden met de zin
HandBoeien Leiden Hoge Straf

H alswervels
B orstwervels
L endenwervels
H eiligbeen
S taartbeen

Door Rosalie

Das Märchen

das Märchen = het sprookje

Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje).  In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.

Door Myrthe

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Het verschil tussen bakboord en stuurboord

Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R

StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links

Door Miriam

Some Say Money Matters

Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More

Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:

n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch

Door Karen

verbranding

Veel Grijze Zeehonden Eten Wekelijks Kabeljauw.

Verbranding
Glucose
Zuurstof
Energie
Water
Koolstofdioxide

Door Anoniem

Plombier em pompier

Plombier betekent loodgieter
Pompier betekent brandweerman

Om deze uit elkaar te houden, kun je denken aan
De brandweer pompt water op vuur –> pompier
De loodgieter werkt met buizen (plumbing) –> plombier

 

Door Leonietje

Stammen in het dierenrijk

Om de 7 stammen van het dierenrijk te onthouden, kun je deze zin gebruiken

Stoere Gerrit Gaf Willem Wortel Nooit Snoep

S ponzen
G ewervelden
W eekdieren
W ormen
N eteldieren
S tekelhuidigen

Door Anoniem

Suffer by

Suffer by = te lijden hebben van

Als je suf bent heb je hier veel van te lijden

Door Mirjam

Voor de geofactoren

Loop Pas Door Water Wanneer (Het) Op Gras Regent

Lucht, Planten wereld, Dieren wereld , Water, Wind , (het)Ondergrond, Gesteente, Reliëf

Door Bridget

Kakos

Kakos = slecht

Een slechte kaak

Door Nerissa

Voorzetsels met de 3e naamval

Op deuntje van vader Jacob

aus bei mit nach
aus bei mit nach
Seit von zu
Seit von zu
Auber genüber
Auber genüber
Ent-ge-gen
Ent-ge-gen

Door Anoniem

Ammoniak, Ammonia, Ammonium

Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’

Door Daphne

Zelfstandige naamwoorden

Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi

Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen

Door Wendy

Beeldaspecten vormgeving

De beeldaspecten van vormgeving kun je onthouden aan de hand van

VLC KRO

V orm
L icht
C ompostie

K leur
R uimte
O rdening

Door Naomi

Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP

Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen

Door Jade

Eenheden

Kale Harry Danst Met De Chinezen Mee

Kilometer
Hectameter
Decameter
Meter
Decimeter
Centimeter
Milimeter

Door Anoniem

GOUDBEF 4e naamval

Gegen – tegen
Ohne – zonder
Um – om
Durch – door
Bis – tot
Entlang – langs
Für – voor

Door Michelle

De actiepunten bij EHBO

De tien geboden voor de eerste hulpverlening, kun je onthouden met de zin
Goh, Gisteren Scheelde Het Maar Anderhalve Actiepunt Bij de C&R

G evaar?
G etuigen?
S lachtoffer aanspreken
H ulp zoeken/roepen
M ond bekijken
A demhaling controleren
A larm slaan
B eadem tweemaal
C irculatie controleren
R eanimeren

Door Remco

Sterke werkwoordsvervoegingen

Engelse sterke werkwoorden worden meestal vervoegd via de Miauw-regel

IAU

Voorbeeld: To drink, drank, drunk

Door Lisanne

Wanneer mag je rechts inhalen?

FRUIT

F = File
R = Rotonde
U = Uitvoegen
I = Invoegen
T = Tram

Door Sophie
Home
Alle items
Uploaden