
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen endehors en endedans
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Endehors –> horse, paardrijden doe je buiten
Endedans –> dans, dansen doe je binnen
Vetus
Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.
Op de pot met An
Optativus potentialis komt met AN
Dus als je een optativus met An staat weet je meteen dat het de potentialis is
Voorzetsels met vierde naamval
Sommige voorzetsels hebben automatisch de vierde naamval bij zich. Deze voorzetsels zijn te onthouden met het ezelsbruggetje DOFEGUB (doof visje):
D urch
O hne
F ür
E ntlang
G egen
U m
B is
Deze zin werkt ook:
De Feestelijke Ober Uit Griekenland Eet Bananen.
Kruisbanden
Om de kruisbanden te onthouden, kun je denken aan LAMP
Voorste kruisband
L ateraal naar
A nterior
Achterste kruisband
M ediaal naar
P osterior
Lange ij, korte ei.
Als je een plank neerlegt op de puntjes van de lange ij dan blijft hij recht liggen, dus dan is het een sterk werkwoord en wordt het woord geschreven met een lange ij.
Want een sterk werkwoord is bijna altijd met een lange ij.
De voorzetsels bij de akkusativ
De voorzetsels bij de akkusativ zijn te onthouden met de zin
Beer Doodt Geen Oudtjes En Fietst Uren
B is
D urch
G egen
O hne
E ntlang
F ur
U m
De zonen van Noach
Om de drie zonen van Noach te onthouden, kun je denken aan
Jam, Ham en Braadvet
Sem
Cham
Jafeth
voorzetsels accusativus
DOFE GUB:
D – durch
O – ohne
F – für
E – entlang
G – gegen
U – um
B – bis
km-hm-dam-m-dm-cm-mm
kan het dametje met de centimeter meten
km=kan
hm=het
dam=dametje
m=met
dm=de
cm=centimeter
mm=meten
Voorzetsels Gerund
De voorzetsels van de Gerund kun je onthouden met het acroniem WAFFOTO
W ithout
A bout
F rom
F or
O n
T o
O f
4e naamval voorzetsels
Om de voorzetsels uit de 4e naamval te onthouden kun je zeggen:
Bier Uit Een Flesje Dood Geen Oudjes
Bis
Um
Entlang
Durch
Gegen
Ohne
De lever
Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan
R=R
LeveR = Rechts
Invloeden bij zwangerschap
Om de onthouden welke slechte invloeden bij zwangerschap een rol kunnen spelen, kun je denken aan de zin
Rex Dook Achter Mijn Zetel
R oken
D rugs
A chter
M edicijnen
Z iekten
hélicoptère
Een helikopter moet eerst opstijgen é (streepje omhoog) en dan dalen è (streepje omlaag)
Voor het landen
Om te onthouden waar je aan moet denken voor een landing, kun je denken aan HARS
H oogte
A fstand
R ichting
S nelheid
Urbs
Urbs is vrouwelijk en betekent “de stad”.
Je kan makkelijk onthouden dat het vrouwelijk is want vrouwen shoppen graag in de stad.
De volgorde van bytes
Deze volgorde kun je onthouden door de zin
Blauwe Koekjes Maken Gek, Truus
B ytes
K ilobytes
M egabytes
G igabytes
T erabytes
Rapido
Rapido=Snel.
Dit weet je door het voorste woord rap, Want een rap gaat snel en nu weet je het antwoord.
Ontleden van een zin
Voor het ontleden van zinnen:
Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.
Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)
Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)
Zeilen = zinsdelen
Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)
Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)
Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)
Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!
Het verschil tussen hoge en lage luchtdruk
Om te onthouden hoe de wind draait bij een hoge of lage luchtdruk, kun je denken aan
H=H
Hoge luchtdruk = Horloge, met de klok mee
Lage luchtdruk = Tegen de klok in
cogere
Als je koken niet leuk vind moet je iemand dwingen om voor je te koken. Dus is cogere dwingen.
De woordvolgorde van een Engelse zin
De volgorde van een standaard Engelse zin kun je onthouden aan de hand van TOPVPT
T ijd
O nderwerp
P ersoonsvorm
V oorwerp
P laats
T ijd (Tijd kan zowel aan het begin als aan het einde van de zin).
Volgorde naamvallen
Nooit geld doneren aan armen.
Klinkt misschien een beetje erg maar werkt wel.
Nominativus
Genitivus
Dativus
Accusativus
Ablativus
