
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Waarde- of welvaartsvast
Hoogte van een bedrag en de stijging:
Waardevast = denk aan de waarde van een prijs.
Welvaartsvast = denk aan de welvaart die iemand heeft door het loon.
Voedingstoffen biologie
“Vader en moeder willen veel kinderen staan” voor de 6 voedingstoffen:
Vetten
Eiwitten
Mineralen
Water
Vitaminen
Koolhydraten
Verschillende soorten bedrijven
Om de verschillende soorten bedrijven te onthouden, kun je denken aan NICA
N iet-commerciële bedrijven
I ndustriële bedrijven
C ommerciële bedrijven
A grarische bedrijven
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
Tafel van 11
Bijv 11 ×54 wat je doet is je pakt het eerste getal van (54) dus 5 dan moet je de twee cijfers bij elkaar optellen (5+4)=9 en dan pak je het laatste getal dus 4 en dan plakje het aan elkaar dus
594 zie je simpel
Ordening biologie
Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)
1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras
leerjaar 1 – biologie voor jou VWO
Functies van zinnen
Om de functies van een zin te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Vader Bakt Uijen
M ededelende zin
V ragende zin
B evelende zin
U itroepende zin
Formele brief
Alle dingen waar je op moet letten als je een formele brief schrijft, kun je onthouden door de zin
Alle Paarden Doen Gek Als Sinterklaas Opkomt
A fzender
P laats en Datum
G eadresseerde
A anhef
S lot
O ndertekening
Argumenten
Inductie
Deductie
Autoriteit
Analogie
Voorbeeld
Statistieken
Oorzak
Gedrags
Pragmatish
Bijvoeglijke naamwoorden
Aux Champs Elysées
De bijvoeglijke naamwoorden die vóór het zelfstandig naamwoord moeten, passen precies in de melodie van Aux Champs Elysées. Zo kun je ze onthouden:
Beau-, bon, joli
*paraparapa*
Haut, long, petit
*paraparapa*
Jeune au vieux
Grand au gros
Mauvais au nouveau
Ce sont les adjectifs avant le nom
(En dan nog de rangtelwoorden zoals première, deuxième etc.)
Het verschil tussen stalagmieten en stalagtieten
Om het verschil tussen stalagtieten en stalagmieten te onthouden, kun je denken aan
Tieten hangen, mieten staan
Differentiëren
Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD
D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren
Hogedrukgebied en lagedrukgebied
Om het verschil te onthouden denk aan een strand in bijvoorbeeld Spanje
🌤 Hogedrukgebied = hoog aantal toeristen
want veel zon, is weinig bewolking, is weinig neerslag
🌧 Lagedrukgebied = laag aantal toeristen
want weinig zon, is veel bewolking, is veel neerslag
Er zijn weinig mensen om het strand bij slecht weer.
Daarbij kun je denken aan het rijmpje
“Hoog is droog en laag is vaag”
Hoog drukgebied is droog weer, laag drukgebied is regen
Bleu of blue
Frans betekent bleu, want Frankrijk zit nog in de EU
Engels betekent blue, want Engeland zit niet meer in de EU
Eilanden van nederland
je kan alle eilanden van Nederland onthouden door het volgende ezelsbruggetje: TVTAS
T: Texel
V: Vlieland
T: Terschelling
A: Ameland
S: Schiermonnikoog
Door het gebruik van dit ezelsbruggetje staan ze direct allemaal in de goede volgorde
Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch
Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal
Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden
ARMA welke is X_t of Z_t
Nou kijk, als je hem omschrijft naar operator form, staat X_t links van de = en Z_t rechts, dus AR = X_t en MA = Z_t.
Het verschil tussen kathode en anode
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan KNAP
K athode is
N egatief
A node is
P ositief
