Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Trappen van vergelijking

Als je een woord met twee of meer lettergrepen tegenkomt en het bevat een van de uitgangen van LE|ER|OW|Y|SOME dan zijn de uitgangen bij de vergelijkende en overtreffende trap gewoon -er, -est.

Voorbeelden:
-ow: yellow-yellower-yellowest
-le: simple-simpler-simplest
-er: clever-cleverer-cleverest
-some: handsome-handsomer-handsomest
-y: happy-happier-happiest (let op y wordt i)

Door Chantal

V-dal

Om te onthouden wat een V-dal is, kun je denken aan V = V

V-dal = riVierdal

Door Renate

Lood

Pb = lood

De PABO is loodzwaar

Door Lonneke

ό φοβος

ό φοβος=angst
φοβος lijkt op het woord fobie dat betekent angst.

Door Michelle

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Une glace

Une glace betekent een ijsje

IJs eet je uit een glas

Door Beau

indelen van groepen

je hoeft allen het zinnetje te onthouden

De Rijkste Stammen Komen Ook Fietsend
Geld Strooien

D omeinen
R ijken
S tammen
K lassen
O rden
F amilies
G eslachten
S oorten

Door Simon

De snaren van een ukulele

Om de snaren van een ukulele te onthouden, kun je denken aan
Gekke Cavia’s Eten Aardappelen

G – C – E – A

Door Lotte

Geboortejaren van de Karels

Om het verschil te onthouden, kun je denken aan 5=5

Karel de Vijfde werd geboren in 1500.
Karel de Grote werd geboren in 742 nChr.

Door Els

De ontwikkelingsstadia van een embryo

De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME

Mo rurla
B lastula
G astrula

E ctroderm
M esoderm
E ndoderm

Door Norbert

Magneet

Op een magneet is het rode gedeelte de noordpool en de witte kant de zuidpool. Om dit te onthouden, kun je denken aan R=R

NooRdpool = Rood

Door Kay

zwobbels!

de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen

Door sien

Stromingen tijdens de verlichting

Om de verschillende stromingen tijdens de Verlichting te onthouden, kun je denken aan VERlichting

V erlichting
E mpirisme
R ationalisme

Door Marie

Hodie

Hodie = vandaag

Vandaag trek ik mijn hoodie aan

Door Jootje

Present Simple en signaalwoorden

De present simple komt voor bij gewoonte, regelmaat en feit

Dit kun je onthouden door GiRaF

De signaalwoorden kun je onthouden met
SNORFEUS

S ometimes
N ever
O ften
R egularly
E very
U sually
S eldom

Door Niala & Marjolein

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje

Schaalvergroting rekenen

2 formules, en je weet alles:

Toename:
(nieuw : oud x 100%)-100

Afname:
100-(nieuw : oud x 100%)

Bijvoorbeeld: Een bedrijf had eerst 200 euro, later 300. Dan doe je: (300 : 200 x 100%)-100 = 50% gestegen

Door Anoniem

vivere

vivere = leven
denk aan vive la france (= leve frankrijk)

Door Anoniem

Tacere

Tacere = zwijgen

Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit

Door Timo

Costa Rica!

Weet je nou nooit in de eenheidscirkel of de cosinus nou op de X-as ligt of op de Y-as? Nu vergeet je het nooit meer:

COSta Rica, zand, zee, horizon, dus die ligt op de X-as.

Sinus ligt dan op de Y natuurlijk 😎

Door Binc

De lagen van de opperhuid

Om de lagen van de opperhuid van buiten naar binnen te onthouden, kun je denken aan de zin
Hoor Daar Komt Sint Binnen

H oornlaag
D oorschijnende laag
K orrellaag
S tekellaag
B asaalcellenlaag

Door Martine

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

2*3=6

Als je bijvoorbeeld U = I * R ziet is het lastig om te bedenken wat nou de formule is voor I of juist R, bedenk dan:
6 = 2*3
dan is de stap naar
2 = 6/3 en 3 = 6/2,
en dus
I = U/R en R = U/I,
een stuk makkelijker.
Dit werkt met alle formules die je om moet schrijven!

Door David

Legei

Legei = hij zegt/sprekt

In Nederland is het legaal om te zeggen wat je wilt

Door Anoniem

jou of jouw?

Als je niet weet of je ‘jou’ of ‘jouw’ moet gebruiken in een zin, maak er dan in je hoofd ‘u’ of ‘uw’ van. Dan weet je of er wel of of niet een ‘w’ achter ‘jou’ moet.

Door Chris

Être en avoir

om Être en avoir niet door elkaar te halen kan je dit gebruiken: bij avoir begint alles met een a (behalve ils sont) en avoir begint ook met een a 🙂

Door daphne

Het verschil tussen cela en ceci

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
A=A en I=I

CelA = dAt
CecI = dIt

Door Jan
Home
Alle items
Uploaden