Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

To pretend

To pretend = doen alsof

Je doet alsof je pret hebt

Door Moo

De onderste regel van het toetsenbord

De letters op de onderste regel van het toetsenbord kan je onthouden met de zin:
Zoek X Cent Verloren Bij Nieuwe Maan

Door Leo

Ammoniak, Ammonia, Ammonium

Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’

Door Daphne

Orant

Orant= smeken

Ik smeek jou om een Oreo-koekje

Door Judith

De Bourbons

Om te onthouden dat de familie van Bourbon de laatste Franse monarchie vormden (1589-1792) kun je denken aan de zin

Omdat ze aan de Bourbon zaten, vlogen ze eruit

Door Katrijn

Himalaya

De Himalaya is de hoogste berg ter wereld, je kunt dus de
himmel aaien [hemel aaien]!

Door Laura

Het verschil tussen debiteren en crediteren

Dit verschil kun je onthouden met de volgende zin
Bij de V&D naar de WC

In het boekhouden worden
V erliezen ge
D ebiteerd en

W insten ge
C rediteerd 

Door Marleen Peters

Griekse wetenschappers

Om te onthouden wie 4 Griekse wetenschapper waren en wat zij deden:

Hero schreef hoe Archie en Piet berekenden hoe een Hippie moest zorgen.

Herodotus: geschiedenis schrijver
Archimedes: wiskunde
Pythagoras: wiskunde
Hippocratus: geneeskunde

Door Jacky

Nevenschikkende voegwoorden

Om de nevenschikkende voegwoorden te onthouden, kun je denken aan WANDMODE

W ant
A lsmede
N och
D och
M aar
O f
D us
E n

Door Pauline

Reductor of oxidator?

In reductor zit het Engelse woord “reduce”=verminderen en de reductor stoot dus elektronen af
Dan neemt de oxidator de elektronen op

Door Rianne

Pleurer

Pleurer betekent huilen

Als je pleurt (valt) moet je huilen

Door Fleurtje

NOZW

Nooit (Noord)
Op (Oost)
Zondag (Zuid)
Werken (West
Zo onthoud je de windrichtingen

Door Luuk

de Dativ voorzetsels

ZAAGMENS BV

Z = zu
A = aus
A = außer
G = gegenüber
M = mit
E = entgegen
N = nach
S = seit

B = bei
V = von

Door Daniël

Graan soorten

Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen

H aver
G erst
T arwe
R ogge

Door Zoë

Het verschil tussen xyleem en floëem

Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank

Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen

Door Selinde

Osmose

Osmose is een proces op basis van diffussie, waarbij een oplossing door een semi-permeabel membraan gaat en alleen vloeistof doorlaat en niet de stoffen

Dit kun je onthouden door OSMOSE zelf

O plossing
SM semi-muur

Door George

Organische elementen

Om alle belangrijke elementen te onthouden die er in de organische elementen zitten, kun je denken aan SPONCH

S zwavel
P fosfor
O zuurstof
N stikstof
Hoofdelementen
C koolstof
H waterstof

Door Silke

Dierenstammen

Wormen, gewervelden, weekdieren, sponzen, neteldieren, geleedpotigen, stekelhuidigen

Waarom
Gaat
Willem (of een andere naam met een w)
Snel
Naar
Giesbeek (of een andere plaats met een g)
Skeeleren

Door Maud

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

Cupere

verlangen, graag willen

cupido

Door Diethe

Tura

Tura = deur

Ik tuur naar de deur

Door Rianne

moleculen met 2 atomen

Brenda Houdt Naakt Feesten In Ons Clubhuis
Br2, H2, N2, F2, I2, O2, Cl2
Broom,Waterstof,Stikstof,Fluor,Jood,
Zuurstof,Chloor.

Door Jeroen

Das Angebot

das Angebot = de aanbieding

Denk maar aan het aanbod

Door Kelsayney

De fasen van een cel

De fasen die een celcyclus doorloopt, kun je onthouden met de zin
In Parijs Poepen Mensen Altijd Telefonerend

I nterfase
P rofase
P rometafase
M etafase
A nafase
T elofase

Door Jaap

Trema

Alleen op de medeklinkers van Auto kunnen een trema komen. 

Door Boo

Tafel dekken

Wanneer je de uiteinden van je wijsvinger en duim naar elkaar toe brengt, ontstaat er bij je linkerhand een ‘b’ en bij je rechterhand een ‘d’. Zo kun je bij het tafeldekken onthouden aan welke kant van het bord het brood en aan welke kant de drank hoort te staan volgens de etiquette.

Door Hanna

Woorden in de passé composé

Om de woorden die in de passé composé met être gaan, te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAMPERSVAT

D escendre
A ller
M onter
P artir
E ntrer
R ester
S ortir
V enir
R etourner
A rriver

Door Charlotte
Home
Alle items
Uploaden