
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Wiskundesom
Om een wiskundesom goed te beantwoorden, kun je denken aan FIBA
F ormule opschrijven
I nvullen wat je weet
B erekening opschrijven
A ntwoord geven
Het verschil tussen oud en jong gebergte
Hierbij kun je denken aan O = O
Oud gebergte = rOnde toppen
Jong gebergte heeft spitse toppen, net als de J
Woorden in de passé composé
Om de woorden die in de passé composé met être gaan, te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAMPERSVAT
D escendre
A ller
M onter
P artir
E ntrer
R ester
S ortir
V enir
R etourner
A rriver
Continenten
Alle continenten van groot naar klein.
Alle Apen Naaien Zakdoekjes Aan Elkaar, Ongelofelijk!
A zië
A frika
N oord-Amerika
Z uid-Amerika
A ntarctica
E uropa
O ceanië
Alkanen
Ma En Pa Blowen Perfecte Hasj, Hou Op, Niet Doen:
Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan, Nonaan, Decaan
De lagen van de opperhuid
Om de lagen van de opperhuid van buiten naar binnen te onthouden, kun je denken aan de zin
Hoor Daar Komt Sint Binnen
H oornlaag
D oorschijnende laag
K orrellaag
S tekellaag
B asaalcellenlaag
Organische elementen
Om alle belangrijke elementen te onthouden die er in de organische elementen zitten, kun je denken aan SPONCH
S zwavel
P fosfor
O zuurstof
N stikstof
Hoofdelementen
C koolstof
H waterstof
uitgangen -are -ire -ere
ost mus tis naar toilet
(mooi nederlands:Ost moest eens naar het toilet
1ste p.enk. -o
2de p.enk. -s
3de p.enk. -t
1ste p.mv. -mus
2de p.mv. -tis
3de p.enk. -nt(nt is bij het ezelsbruggetje ‘naar toilet’
hopelijk begrijp je het ;-)Xxx
traplopen na trauma
trap op
je loopt naar de hemel dus je zet je goede been eerst neer (niet- aangedane zijde)
trap af
je loopt naar de hel dus je zet je slechte been eerst neer (aangedane zijde)
Euriskei
Euriskei = hij vindt
Het woord lijkt op eureka. Als je iets hebt gevonden roep je eureka!
Voor het landen
Om te onthouden waar je aan moet denken voor een landing, kun je denken aan HARS
H oogte
A fstand
R ichting
S nelheid
Soorten humor
Om de verschillende soorten humor te onthouden, kun je denken aan de zin
Sarah Is Plots Content Met Andere Zwarte Snoepjes
S arcasme
I ronie
P arodie
C ynisme
M ilde humor
A bsurde humor
Z warte humor
S atire
Groen Rechts aan Stuurbord
Een alternatief voor een ezelsbruggetje dat al op deze pagina staat:
GRaS geeft aan dat er een
Groene lamp zit, aan de
Rechter zijde van een schip, en dat dit
Stuurboord wordt genoemd.
cogitare
cogitare = nadenken
als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.
complere = vullen
Complere lijkt op compleet
Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN
Het verschil tussen loefzijde en lijzijde
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
De lijzijde –> is blij (veel zon)
De loefzijde –> is droef (veel regen)
De adductoren in de heup
Om de adductoren in de heup, van lateraal naar mediaal, te onthouden, kun je denken aan de zin
Pietje Ligt Graag Boven Op Marietje
P ectineus
L ongus
G racilis
B revis
M agnus
Alfabet
ABC, daar begint het mee.
In deftig zit DEFG
In hij vind je HI en J
De KLM vliegt over de zee
Een NOP zit onder een voetbalschoen
Met de Q kun je maar weinig doen
RSTU zit in verstuurd
Laatst had ik VW gehuurd
Daar reed ik mee naar XYZ
Het einde van het alfabet
Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP
Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen
Botten in handen en voeten
Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha
V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen
Indeling dierenrijk
Ergens in September Hoort Willie Wortel Gekke, Slimme Grappen.
E = eencelligen
S = sponzen
H = holtedierne
W = wormen
W = weekdieren
G = geleedpotigen
S = stekelhuidigen
G = gewervelden
Voorzetsels van Dativ
Altijd Bij Moeder Naar Sport Vereniging op Zaterdag
Aus
Bei
Mit
Nach
Seit
Von
Zu
X en Y as
Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)
zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel
