
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
GOUDBEF 4e naamval
Gegen – tegen
Ohne – zonder
Um – om
Durch – door
Bis – tot
Entlang – langs
Für – voor
Landen in Zuid-Amerika
Veel Collega’s En Beroemde Personen Chillen Altijd Boven de Paarden Uitgang, Graag Super Feestelijk:
Venezuela
Colombia
Ecuador
Brazilië
Peru
Chili
Argentinië
Bolivia
Paraguay
Uruguay
Guyana
Suriname
Frans Guyana
Éviter
Éviter betekent vermijden
In het Engels is: ‘invite’ uitnodigen. En als je iemand wilt vermijden ga je iemand niet uitnodigen.
Het TCP-model
De onderdelen van het TCP-model kun je onthouden met de zin
Anna Trapt Naar de Prins
A pplicatie
T ransport
N etwerk
D ata physical
Het verschil tussen AM en PM
Het verschil tussen AM en PM, kun je onthouden door ze als acroniem te beschouwen
AM –> Akelige Morgen (dus in de ochtend)
PM –> Prettige Middag (dus in de middag)
bijv. naamwoorden vóór zn
Als (autre)
Ben (bon)
Jou (joli)
Niet (nouveau)
Leuk (long)
Vindt (vieux)
Gaat (gros)
Het (haute)
Met (mauvais)
Ben (beau)
Gewoon (grand)
Prima (petit)
En dan de rangtelwoorden natuurlijk!
De beginsels van kunststoffen
Deze kun je onthouden met de volgende zin
Met Een Paraplu Blijft Pino Heel Hoog Ook Nog Droog
M eth
E th
P rop
B ut
P ent
H ex
H ept
O ct
N on
D ec
Eenheid van versnelling
versnelling a in m/s^2
“een a-tje met een kwadraatje”.
tijd dus in het kwadraat.
Osteoblasten en Osteoclasten
Osteoblasten: zorgen voor de bouw van nieuw bot.
Osteoclasten: zorgen voor het Crushen (afbreken) van bot.
Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….
Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)
7 uitzonderingen atoomsoorten
CLaire Fietst Naar Haar Oma In Breda
Cl2 (g) – chloor
F2 (g) – fluor
N2 (g) – stikstof
H2 (g) – waterstof
O2 (g) – zuurstof
I2 (s) – jood
Br2 (l) – broom
bovenstaande 2tjes moeten in het subscript!
Hout- en bastvaten
De vaten en hun functie kun je onthouden met de zin
HAnS eet je BOrD leeg
H outvaten vervoeren
An organische stoffen in de
S tijgende sapstroom
Bastvaten vervoeren
OR ganische stoffen in de
D alende sapstroom
Teller en Noemer
Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.
Het verschil tussen genotype en fenotype
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk
Botten in handen en voeten
Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha
V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen
De actiepunten bij EHBO
De tien geboden voor de eerste hulpverlening, kun je onthouden met de zin
Goh, Gisteren Scheelde Het Maar Anderhalve Actiepunt Bij de C&R
G evaar?
G etuigen?
S lachtoffer aanspreken
H ulp zoeken/roepen
M ond bekijken
A demhaling controleren
A larm slaan
B eadem tweemaal
C irculatie controleren
R eanimeren
De komma
Om te onthouden wat er met de komma gebeurt bij vermenigvuldigen en delen, kun je denken aan
R = R en L = L
KeeR = Komma naar Rechts
DeLen = Komma naar Links
Het verschil tussen peux en veux
Om het verschil hiertussen te onthouden, kun je denken aan
Peux = kunnen –> PK –> Paardenkracht
Veux = willen –> VW –> Volkswagen
Volgorde steden Brabant
Hoe je de volgorde Breda, Tilburg, Eindhoven makkelijk kan onthouden:
B van Begin: Breda
T van Tussen: Tilburg
Eind van het Einde: Eindhoven
Het lijdend voorwerp
Om te onthouden wat het lijdend voorwerp van een zin is, kun je denken aan de zin
Vader slaat moeder
Moeder lijdt hieronder en is het lijdend voorwerp
Het verschil tussen Bruto en Netto
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
BRUTO –> de belasting e.d. gaat op BRUTE wijze van je loon af
NETTO –> je houdt nog NET wat over
Vaarregels (bpr)
Bij zeilen heb je vaarregels (bpr) die onthoud je zo:
Gekke Stoere Kees Moet Surfen Leren
Gekke: goed zeemanschap
stoere: stuurboord wal houden
kees: klein wijkt voor groot
moet: motor wijkt voor spier en voor zeil
surfen: stuurboord wijkt voor bakboord
leren: loef wijkt voor lij
