
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Ezelsbruggetje muzieknoot D
De muzieknoot D hangt te drogen, omdat de noot D onder de lijnen hangt
Stromingen tijdens de verlichting
Om de verschillende stromingen tijdens de Verlichting te onthouden, kun je denken aan VERlichting
V erlichting
E mpirisme
R ationalisme
Van elektriciteitsfabriek naar huisaansluiting
Om de route van de elektriciteitsfabriek naar de huisaansluiting te onthouden, kun je denken aan VAAGHAK
V oedingskabel
A ardleiding
A ardleidingmeter
G roepenkast met zekeringen
H uisaansluiting
A ndere kabels
K wh-meter
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
De bijwoordelijke bepalingen
De verschillende bijwoordelijke bepalingen kun je onthouden aan de hand van het woord
POTMaR
P laats
O orzaak
T ijd
Ma nier
R eden
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
Bezittingen en schulden
Links in het woord Balans staat de B van Bezittingen – die moeten dus links
Rechts in het woord balanS staat de S van Schulden. Die moeten dus rechts
De alkanen
Met Een Paraplu Blijft Pino Heel Hoog Ook Nog Droog
Methaan
Ethaan
Propaan
Butaan
Pentaan
Hexaan
Heptaan
Octaan
Nonaan
Decaan
Geologisch tijdperken
Petra’s Coole Oma Snoept Donkere Chocolade Pepernoten Terwijl Jan Kazige Tosti’s Kaant
P = Precambrium
C = Cambrium
O = Ordovicium
S =Siluur
D =Devoon
C = Carboon
P =Perm
T =Trias
J =Jura
K = Krijt
T = Tertiar
K = Kwartair
substitutie of complementaire goederen
Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.
Slovenië – Ljubljana
Om het land Slovenië met de hoofd stad Ljubljana te onthouden, kun je denken aan
Sloof je uit voor (koningin) Juliana
pi uitrekenen
may i have a large container of coffee beans
may 3
i 1
have 4
a 1
large 5
container 9
of 2
coffee 6
beans 5
3,14159265
Avoir
Een soort liedje
Met je een ai
Met tu een as
Met il een a
En elle a
Ook een a met on
Nous is apart avons
Vous is een avez
Ils elles (h)ont
Tacere
Tacere = zwijgen
Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit
Het verschil tussen où en ou
Oú = waar
Ou = of
Je kunt hierbij denken aan de vraag; waar is het streepje?
Als het streepje erop staat, is het óu –> waar
jou of jouw?
Als je niet weet of je ‘jou’ of ‘jouw’ moet gebruiken in een zin, maak er dan in je hoofd ‘u’ of ‘uw’ van. Dan weet je of er wel of of niet een ‘w’ achter ‘jou’ moet.
volgorde naamvallen
N ooit (nominativus)
G een (genitivus)
D ertig (genitivus)
A chten (accusativus)
A chter elkaar (ablativus)
Conferre
Conferre = bijeenbrengen, vergelijken
Bij een conferentie komt iedereen BIJEEN om zijn mening met een ander te VERGELIJKEN
Reactiesnelheid
Makkelijke afkorting voor onthouden reactiesnelheid —> CAKETV:
C oncentratie
A ard van de gas
K atalysator
E nzym
T emperatuur
V erdelingsgraad
