Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Invitus

Invitus = tegen mijn zin in

Ik ben tegen mijn zin in uitgenodigd

Door Jootje

Present Simple en signaalwoorden

De present simple komt voor bij gewoonte, regelmaat en feit

Dit kun je onthouden door GiRaF

De signaalwoorden kun je onthouden met
SNORFEUS

S ometimes
N ever
O ften
R egularly
E very
U sually
S eldom

Door Niala & Marjolein

De geologische afzettingen

Om de afzettingen te onthouden, kun je denken aan de zin 
Flessen Eten Geen Moorkop

F luviatiele afzetting (rivier)
E ologische afzetting (wind)
G laciale afzetting (ijs)
M aritieme afzetting (zee)

Door Sanne

eerste been traplopen

Bij een enkelzijde voet/been klachten
trap op;
je loopt naar de hemel, dus je zet eerst je goede (niet- aangedane) voet neer
trap af:
je loopt naar de hel, dus je zet eerste je slechten (aangedane) voet neer

Door Esmée

De leesstrategieën

De verschillende leesstrategieën kun je onthouden door de zin
Kom, Ik Ga Zo Op School

K ritisch
I ntensief
G lobaal
Z oekend
O riënterend
S tuderend

Door Anne

Het verschil tussen thursday en tuesday

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R 

ThuRsday = DondeRdag
Tuesday = Dinsdag

Door linda

Voorzetsels met vierde naamval

Sommige voorzetsels hebben automatisch de vierde naamval bij zich. Deze voorzetsels zijn te onthouden met het ezelsbruggetje DOFEGUB (doof visje): 

D urch 
O hne 
F Ã¼r 
E ntlang 
G egen 
U m 
B is

Deze zin werkt ook:
De Feestelijke Ober Uit Griekenland Eet Bananen.


Door amber

Het verschil tussen convex en concaaf

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol

Concaaf = hol
Convex = bol

Door Dries

De spieren van de Rotatorenmanchet

Deze spieren kun je onthouden met SITS

S upraspinatus muscle

I nfraspinatus muscle

T eres minor muscle

S ubscapularis muscle

Door Gian

PANQ (bij ontkenning)

Temps composé: (de ontkenning)

PANQ=
ne Personne
ne Aucun
ne Nulle part
ne Que

Regel bij PANQ ->
onderwerp+ ne +hulpwerkwoord+voltooid deelwoord + ‘personne’

Door Anoniem

Keerkringen

Om het verschil tussen de twee keerkringen te onthouden, kun je denken aan de zin
De kreeft zit op de steenbok

De kreeftskeerkring staat boven de evenaar, de steenbokskeerkrings staat onder de evenaar

Door Anita

Umlaut

Alle medeklinkers uit het woord Auto krijgen een ümlaut

Door jacco

Vix

Vix = nauwelijks

Met vix heb je nauwelijks last van verkoudheid

Door Eva

Gradenhoeken

Een klok is rond en is 360 graden.
Ieder cijfer X 30 is het aantal graden dat hiermee correspondeert.

Voorbeeld: 3X90=45 graden

Door Falko

Speudo

Speudo = ik haast me

Met een speedo aan, kun je je altijd haasten

Door Martine

Motorrijbewijs

Om te onthouden welke controlepunten je aan je examinator dient op te noemen, kun je denken aan BROVAK

B anden en brandstof
R emmen
O lie
V ering en verlichting
A ccu
K etting en koeling

Door Annemarie

Hogedrukgebied en lagedrukgebied

Om het verschil te onthouden denk aan een strand in bijvoorbeeld Spanje

🌤 Hogedrukgebied = hoog aantal toeristen
want veel zon, is weinig bewolking, is weinig neerslag

🌧 Lagedrukgebied = laag aantal toeristen
want weinig zon, is veel bewolking, is veel neerslag

Er zijn weinig mensen om het strand bij slecht weer.

Daarbij kun je denken aan het rijmpje
“Hoog is droog en laag is vaag”

Hoog drukgebied is droog weer, laag drukgebied is regen

Door Quinty

Volgorde grootte gesteente

Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van BRiKGeZaKt

B erg
R otsblok
K ei
G rind
Z and
K lei

Door Renate

Het verschil tussen ei en ij

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
EI = EI en IJ= IJ

De ge-kipte EI = het EI van een kip
De ge-stipte IJ =  met 2 stipjes IJ

Door Maria

Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor

Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt

Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter

Door Lindsay

Geologisch tijdperken

Petra’s Coole Oma Snoept Donkere Chocolade Pepernoten Terwijl Jan Kazige Tosti’s Kaant

P = Precambrium
C = Cambrium
O = Ordovicium
S =Siluur
D =Devoon
C = Carboon
P =Perm
T =Trias
J =Jura
K = Krijt
T = Tertiar
K = Kwartair

Door Naomi

Het omrekenen van mollen

Om te onthouden in welke volgorde je mollen om kunt rekenen, kun je denken aan
Liever Geen Melk

L iter
G ram
M ol

Door Stéphanie

De randstad

De steden van de randstad kun je onthouden met RAUD

R otterdam
A msterdam
U trecht
D en Haag

Door maaike

lagen van de atmosfeer

Tom Stopt Met Inne’s Ex.
Troposfeer
Stratosfeer
Mesosfeer
Ionosfeer
EXosfeer

Door Ewoud

Een Engels uitroepteken

Een uitroepteken (!) = Exclamation mark

Om dit te onthouden, kun je denken aan het Latijn

Ex = uit
Clamare = roepen
Mark = Teken

Door piet

Ta Hopla

Ta hopla = wapens

Wapens moet je eerst opladen, voor je ze kunt gebruiken

Door Nina

Ferme

Ferme = dichtdoen, sluiten

Als je de deur dicht gooit dan doe je dat met een ferme slag

Door Zoë
Home
Alle items
Uploaden