
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
neurotransmitters in Hersenen
Tel Die Mes Met My:
Telencephalon, Diencephalon, Mesencephalon, Metencephalon, Myelencephalon
Ans Heeft Die Nice String:
Telencephalon – Acetylcholine
Diencephalon – Histamine
Mesencephalon – Dopamine
Metencephalon – Noradrenaline
Myelencephalon – Serotonine
Stand van de benen
Om het verschil tussen genu varum en genu valgum te onthouden, kun je denken aan PHARAO
Genu Varum –> O-benen
Genu Valgum –> X-benen
Hersenvliezen
Om de hersenvliezen van binnen naar buiten te onthouden, kun je denken aan PAD
P ia mater
A rachnoidea mater
D ura mater
GRUM
GRUM
G(aleazzi)R(adius)U(lna)M(onteggia)
Om aan te geven wat een Galeazzi en een Monteggia fractuur zijn.
Galeazzi = een Radius fractuur en een Ulna luxatie.
Monteggia = een Ulna fractuur en een Radius luxatie.
De ontwikkelingsstadia van een embryo
De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME
Mo rurla
B lastula
G astrula
E ctroderm
M esoderm
E ndoderm
Functies bindweefsel
De functies kun je onthouden door de zin
Stevige Trek, Bier Helpt Ook!
S teun en verbindende functie (oa organen, bot en kraakbeen)
T ransportmedium (cellen en bloed)
B eschermende functie (voorkomen van het verspreiden van micro-organismen)
H erstellende functie, na weefselschade
O pslag, chemische energie in vetcellen of Ca2+ en water in het bindweefsel.
Toedieningsvormen
De verschillende toedieningsvormen kun je onthouden met SPROLTS
S ystematisch
P arentaal
R ectaal
O raal
L okaal
T ransdermaal
S ublinguaal
Oogspieren
Om de innervatie van de oogspieren te onthouden, kun je denken aan de zin
Tot Onze Spijt Altijd Redelijk Langzaam
T rochlearis
O bliquus
S uperior
A bducens
R ectus
L ateralis
Risicogroepen
Om de vier risicogroepen voor o.a. de griepprik te onthouden, kun je denken aan YOPI
Y oung
O ld
P regnant
I ll
De malleolus medialis
Om de ligging van de pezen, de arterie en de nerva dorsaal van de malleolus medialis te onthouden, van ventraal naar dorsaal, kun je denken aan
Tom, Dick And Neville
T ibialis posterior
D igitorum Longus flexor
A tibialis tosterior
N tibialis
De adductoren in de heup
Om de adductoren in de heup, van lateraal naar mediaal, te onthouden, kun je denken aan de zin
Pietje Ligt Graag Boven Op Marietje
P ectineus
L ongus
G racilis
B revis
M agnus
De bijnierschors
Om de lagen van de bijnierschors, van buiten naar binnen, te onthouden, kun je denken aan GFR
G lomerulose zona
F asciculata zona
R eticularis zona
Het verschil tussen supinatie en pronantie
Supinatie –> de beweging die je maakt als je soep van een lepel eet
Pronantie –> de beweging die je maakt als je een slok neemt, proost!
Het verschil tussen varus en valgus
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R en L = L
vaRus = Rond
vaLgus = distaaL –> LateraaL
