
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De Apgarscore
De apgarscore is de score die een baby bij de geboorte scoort. De onderdelen hiervan zijn de onthouden met de zin
Het Arme Schlemieltje Reutels Keihard
H artslag
A demhaling
S piertonus
R eactievermogen
K leur
Stand van de benen
Om het verschil tussen genu varum en genu valgum te onthouden, kun je denken aan PHARAO
Genu Varum –> O-benen
Genu Valgum –> X-benen
Gevaccineerde ziektes
Om de gevaccineerde ziektes te onthouden, kun je denken aan het acroniem DKTP;BMR
D ifterie
K inkhoest
T etanus
P olio
B of
M azelen
R ode Hond
PrilSartan
Raas-remmers is een geneesmiddel groep die ingezet wordt bij een hoge bloeddruk.
Deze groep is onderverdeeld in twee groepen, de Ace-remmers en de Angiotensine-II Remmers
ACE-remmers eindigen op -pril; o.a. Enalapril, Perindopril
Angiotensine-II Remmers eindigen op -sartan; Valsartan, Candesarta
Risicogroepen
Om de vier risicogroepen voor o.a. de griepprik te onthouden, kun je denken aan YOPI
Y oung
O ld
P regnant
I ll
De adductoren in de heup
Om de adductoren in de heup, van lateraal naar mediaal, te onthouden, kun je denken aan de zin
Pietje Ligt Graag Boven Op Marietje
P ectineus
L ongus
G racilis
B revis
M agnus
Functies bindweefsel
De functies kun je onthouden door de zin
Stevige Trek, Bier Helpt Ook!
S teun en verbindende functie (oa organen, bot en kraakbeen)
T ransportmedium (cellen en bloed)
B eschermende functie (voorkomen van het verspreiden van micro-organismen)
H erstellende functie, na weefselschade
O pslag, chemische energie in vetcellen of Ca2+ en water in het bindweefsel.
Huidlagen: buiten –> binnen
Can Good Skin Be My Defense?
C = Corneum
G = Stratum granulosum
S = Stratum spinosus
B = Stratum basale
M = Basaal membraan
D = Dermis
Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit
Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit
S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten
Volgorde leukocyten
Om deze volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Never Let Monkeys Eat Bananas
N eutrofiele granulocyten
L ymfocyten
M onocyten
E osinofiele granulocyten
B asofiele granulocyten
De oorzaken van splenomegalie
Deze kunnen onthouden worden aan de hand van SPLENO
S ekwestreren van erytrocyten bij hemolytische anemieën
P roliferatie secundair aan een acute of chronische ontsteking:
•acuut: sepsis, bacteriële endocarditis, tyfus, mononucleosis infectiosa, hepatitis;
•chronisch: brucellose, tuberculose, lues, malaria, leishmania, schistosomiasis,syndroom van Felty bij reumatoïde artritis, sle
L ipide-depositie of andere stapelingsziekten (ziekte van Gaucher, hemochromatose,amyloïdose, ziekte van Niemann-Pick)
E igenschappen sinds geboorte aanwezig (milt-hemangiomen, hamartomen, cysten)
N iNvasie door granulomen of hematologische maligniteiten.
O Ophoping van bloed:
•milttrauma;
•portale hypertensie (levercirrose, hartfalen, portale of miltvenetrombose).
Oorzaken van symptomen
Om verschillende mogelijke oorzaken voor symptomen te onthouden, kun je denken aan VINDICATEN
V asculair
I nflammatoir
N eoplasma
D egeneratief
I ntoxicatie
C ongenitaal
A utoimmuun/allergisch
T rauma
E ndocrinologisch
N utrioneel
De kruisbanden in de knie met insertie
Om de kruisbanden in de knie met hun insertie op de femurcondyl te onthouden, kun je denken aan
VLAM
V oorste
L ateraal
A chterste
M ediaal
Arm en hand
De botten in de arm en de hand kun je onthouden door DRUP
D uim zit aan de
R adius (spaakbeen)
U lna (ellepijp) zit vast aan de
P ink
Formule voor prevalentie
Om de formule voor prevalentie te onthouden, kun je denken aan PID
P revalentie =
I ncidentie *
D uur
12 paar hersenzenuwen
Op N. Olfactorius
Ons N. Opticus
Oude N. Occulomotorius
Tuin N. Trohlearis
Terras N. Trigeminus
At N. Abducens
Frits N. Facialis
Verse N. Vestibulo-cochlearis
Groente N Glosso-pharyngeus
Van N Vagus
Albert N Accessorius
Heijn N Hypoglossus
De spieren van de Rotatorenmanchet
Deze spieren kun je onthouden met SITS
S upraspinatus muscle
I nfraspinatus muscle
T eres minor muscle
S ubscapularis muscle
Huidtumoren
Om de huidtumoren te onthouden, kun je gebruiken maken van het acroniem
BLEND AN EGG
B lue rubber bleb naevus
L eiomyoom
E ndometrioom
N eurinoom
D ermatofibroom
A ngiolipoom
N eurilemmoom
E ccrien spiradenoom
G lomus tumor
G ranular cell tumor
De bijnierschors
Om de lagen van de bijnierschors, van buiten naar binnen, te onthouden, kun je denken aan GFR
G lomerulose zona
F asciculata zona
R eticularis zona
Congenitale infecties
De belangrijkste congenitale infecties
TORCHES
T oxoplasmose
R ubella
C MV
H IV / He patitis
S yfilis
GRUM
GRUM
G(aleazzi)R(adius)U(lna)M(onteggia)
Om aan te geven wat een Galeazzi en een Monteggia fractuur zijn.
Galeazzi = een Radius fractuur en een Ulna luxatie.
Monteggia = een Ulna fractuur en een Radius luxatie.
De ontwikkelingsstadia van een embryo
De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME
Mo rurla
B lastula
G astrula
E ctroderm
M esoderm
E ndoderm
Advanced Trauma Life Support
ATLS staat voor Advanced Trauma Life Support.
ATLS kent een bepaalde volgorde van handelen bij een ongeval, onthou hierbij SAFE ABC
S hout for help
A pproach with care
F ree from danger
E valuate:
A irway?
B reathing?
C irculation?
D isability?
E xposure?
Beroerte
Om te onthouden wat de signalen zijn voor een beroerte, kun je denken aan
FAST
F ace (hangen van een zijde van het gezicht)
A rm (één kant van het lichaam zal minder goed kunnen meewerken, arm gaat niet meer goed omhoog)
S peech (iemand praat opvallend anders)
T ime (snel handelen is belangrijk omdat anders geen behandeling met atropine kan worden gestart na 3 uur)
De delen van de pharynx
De pharynx bestaat uit 3 delen (van boven naar beneden):
-De nasopharynx (bij de neusholte)
-De oropharynx (bij de mondholte dus oraal)
-De hypopharynx (hypo=laag dus dit deel ligt het laagst).
Some Say Money Matters
Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More
Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:
n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch
