Wiskunde Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

X en Y as

Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)

zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel

Door Liv

Het verschil tussen < en >

Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje

Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!

Door Anoniem

Richtingscoëfficiënt

De formule voor de r.c. is Verticaal/Horizontaal

Om dit te onthouden, kun je denken aan VerHip

V erticaal /
H orizontaal

Door Colin

Hoekberekening Sos, Cas Toa

Met hoekberekening heb je 2 formules waardoor je elke hoek kan berekenen

Sinus= overstaande: schuine
Tangens = overstaande : aanliggende
Cosinus= aanliggende : schuine

Als je daarnaast
5= 10 : 2 neerzet kan je alles berekenen.

Door Alex

maaltafel 9

9×1=9
9×2=18
9×3=27
9×4=36
9×5=45
9×6=54
9×7=63
9×8=72
9×9=81
9×10=90

Dus als je goed kijkt komen er telkens bij de tientallen een bij, en bij de eenheden gaat er telkens een af.

Door Nore

Het verschil tussen suppelementair en complementair

Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord

SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien

Door Hilke

Toa, Sos, Cas

Toa, Sos. Cas

Tangens = overstaande : aanligende
Sinus= overstaande: schuine
Cosinus= aanligende : schuine

Door rosa

delen door 0

delen door 0 is flauwekul

Door Astrid

Rekenvolgorde HMWVDOA

HMWVDOA = Hare Majesteit Wenst Vandaag De Open Auto
1. Haakjes
2. Machtsverheffen
3. Worteltrekken
4. Vermenigvuldigen
5. Delen
6. Optellen
7. Aftrekken

Door Gerard

Wiskundige vergelijking (x,y)

Als je tussen haakjes werkt, komt eerst de x en dan de y. De x staat ook eerder in het alfabet.

Door Jordy

Bereik en domein

Het bereik –> de hemel, omhoog, de y-as
Het domein –> de vlakte, in de lengte, de x-as

Door Dima

Assenstelsel

Wanneer je vergeten bent of je eerst de verticale of eerst de horizontale lijn moet bekijken, kun je hieraan denken.

Eerst lopen en dan met de lift. Je bekijkt eerst de horizontale lijn en daarna de verticale lijn.

Door Anoniem

Driehoeken

Het snijpunt van de Middenloodlijnen in een driehoek is het middenpunt van een Omgeschreven cirkel. Het snijpunt van de Bissectrices in een driehoek is het middenpunt van een Ingeschreven cirkel.

Samen wordt dat MOBI

Door X.L.

Metriek stelsel

Km ~ kijk
Hm ~ hoe
Dm ~ dat
M ~ meisje
Dm ~ die
Cm ~ cirkel
Mm ~ maakt

Kijk hoe dat meisje die cirkel maakt!

Door Paula

Het verschil tussen modus en mediaan

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal

Door Onno

100×100=……

10×10+2 nullen

Door Floor

pi uitrekenen

may i have a large container of coffee beans
may 3
i 1
have 4
a 1
large 5
container 9
of 2
coffee 6
beans 5

3,14159265

Door joost

Logaritmen en kwadraten

Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??

A^b=C

De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.

Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)

Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B

Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡

Door Sandra

De vlakken van een vierkant

Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers

R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak

Door michiel

Romeinse cijfers

Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:

Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:

I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000

Door Thomas

Cirkel: omtrek of oppervlakte?

De omtrek is 2 x pi x r
De oppervlakte is pi x r²

Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r² in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!

Door Rob

afgeleide van een breuk

als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:

NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)
N²

NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²

Door Ramy

Diameter en straal

Het verschil tussen een diameter en een straal is soms lastig te onthouden.  Diameter is een langer woord dan straal. In een cirkel kun je de korte en de lange lijn onderscheiden door te bedenken dat diameter de lange lijn is en dat straal de korte lijn is, omdat straal een korter woord is dan diameter.

Door Anoniem

Cijfers van pi

De precieze cijfers van pi kan je onthouden met de zin ‘Yes I want a pizza, yesterday we wanted pizza, yes pizza!
De hoeveelheid letters per woord staan voor een getal van pi. En het verhaal gaat nog over pizza ook!
Pi is dus: 3,1415926535

Door Henk

Eenheden

Kale Harry Danst Met De Chinezen Mee

Kilometer
Hectameter
Decameter
Meter
Decimeter
Centimeter
Milimeter

Door Anoniem

Differentiëren

Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD

D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren

Door Max

Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP

Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen

Door Jade

Metriek stelsel

Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter

naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters

Door Lenno
Home
Alle items
Uploaden