
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Metriek stelsel
Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter
naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters
Bytes
Kabouters Met Grote Tenen
(kabouters) Kilo byte
(met) Mega byte
(grote) Giga byte
(tenen) Tera byte
Groter dan(<) en kleiner dan(>)
< heb je een grote opening en dat is groter dan > heb je een puntje dan is het kleiner dan
Volgorde van berekeningen
Hoe Komen Wij Van Die Onvoldoendes Af?
Elke eerste letter telt voor een stap
H: haakjes
K: kwadrateren ( Machtsverheffen)
W: worteltrekken
V: vermenigvuldigen
D: delen
O: optellen
A: aftrekken
Het verschil tussen < en >
Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje
Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!
Het verschil tussen modus en mediaan
Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.
Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal
Wiskundige vergelijking (x,y)
Als je tussen haakjes werkt, komt eerst de x en dan de y. De x staat ook eerder in het alfabet.
Wiskundige verbanden
Om de verschillende wiskundige verbanden te onthouden, kun je denken aan WELKOM
W ortelverbanden
E xponentiële verbanden
L ineaire verbanden
K wadratische verbanden
O mgekeerd evenredige verbanden
M achtsverbanden
Metriek stelsel
Km ~ kijk
Hm ~ hoe
Dm ~ dat
M ~ meisje
Dm ~ die
Cm ~ cirkel
Mm ~ maakt
Kijk hoe dat meisje die cirkel maakt!
Goniometrie
Cosinus –> Cas : aanliggend / schuin
Sinus –> Sos: overstaand/ schuin
Tangens –> Toa: overstaand/aanliggend
Binaire talstelsel
In het binaire talstel zitten maar twee cijfers. (0,1) Dit is te onthouden doordat de ‘b’ van binair de tweede letter in het alfabet is.
Rekenkundige bewerkingen
Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen?
H= Haakjes
M= Machtsverheffen
W= Worteltrekken
V= Vermenigvuldigen
D= Delen
O= Optellen
A= Aftrekken
X en Y as
Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)
zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel
Goniometrie; SOL, CAL, TOA (Bij rechthoekige driehoeken)
SOL: sin(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
CAL: cos(α) = aanliggende (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
TOA: tan(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ aanliggende (rechthoekszijde)
SOS/CAS zijn hetzelfde als SOL/CAL, maar een schuine zijde kan soms lastig te herkennen zijn.
Het verschil tussen de teller en de noemer
Om te onthouden waar de teller en de noemer komen in een breuk, kun je denken aan T = T
Teller = Top
Het verschil tussen convex en concaaf
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol
Concaaf = hol
Convex = bol
Teller en Noemer
Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.
De komma
Om te onthouden wat er met de komma gebeurt bij vermenigvuldigen en delen, kun je denken aan
R = R en L = L
KeeR = Komma naar Rechts
DeLen = Komma naar Links
De vlakken van een vierkant
Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers
R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak
Vlakke meetkunde
FOX-Z
F-hoeken zijn gelijk aan elkaar
O:Hoeken die in een cirkel van 360 graden staan vormen een volle hoek ( 4 x 90 )
X: overstaande hoeken zijn gelijk
-: Alle drie de hoeken van een driehoek passen op een rechte lijn: een gestrekte hoek van 180 graden
Z-hoeken zijn gelijk
Formule voor volume
Om de formule voor volume te onthouden, kun je denken aan de zin
VOLle LENGTE BRandt HOOG
Volume = lengte x breedte x hoogte
Factoren van 5 vermenigvuldigen
Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5
Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –> 70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625
Romeinse cijfers
Ik Vind Xylofoons Leuke, Coole, Dure Muziekinstrumenten.
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Van Romeins cijfer vermenigvuldig je steeds om en om met 2 en met 5.
Eenheden van de gram
Om de eenheden van de gram te onthouden, kun je denken aan de zin
Tankt Kees Gewoon Mee
T on
K ilogram
G ram
M iligram
Berg- of dalparabool
Als je blij bent (dus positief) heb je een lachende mond (zelfde vorm als dalparabool). Als je verdrietig bent (dus negatief), heb je een droevige mond (zelfde vorm als bergparabool).
Driehoeken
Het snijpunt van de Middenloodlijnen in een driehoek is het middenpunt van een Omgeschreven cirkel. Het snijpunt van de Bissectrices in een driehoek is het middenpunt van een Ingeschreven cirkel.
Samen wordt dat MOBI
Formule voor Inhoud
Deze formule kun je onthouden aan de hand van de zin
Leuke BH met Inhoud
Inhoud = LxBxH.
Volgorde van bewerkingen
Het Mannetje Won Van De Oude Aap
Het -> haakjes
Mannetje-> machten
Won-> worteltrekking
Van-> vermenigvuldig
De-> delen
Oude-> optellen
Aap-> aftrekken
