
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Wiskundige vergelijking (x,y)
Als je tussen haakjes werkt, komt eerst de x en dan de y. De x staat ook eerder in het alfabet.
afgeleide van een breuk
als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:
NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)
N²
NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²
Factoren van 5 vermenigvuldigen
Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5
Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –> 70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625
Omrekenen
Om te onthouden dat 1 kilo = 2 pond = 10 ons, kun je het volgende doen
Breng je handen samen (1 kilo), maak nu twee vuisten (2 pond), laat al jouw vingers zien (10 ons)
Berg of dalparabool
Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg
Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal
Bereik en domein
Het bereik –> de hemel, omhoog, de y-as
Het domein –> de vlakte, in de lengte, de x-as
Tafel van 9
9 x 1 = 0 9
9 x 2 = 1 8
9 x 3 = 2 7
9 x 4 = 3 6
9 x 5 = 4 5
9 x 6 = 5 4
9 x 7 = 6 3
9 x 8 = 7 2
9 x 9 = 8 1
9 x 10 = 9 0
De eigenschappen van transformaties
Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE
A anpassen
H oekgrootte
O mega
E enheid
Berg- of dalparabool
Als je blij bent (dus positief) heb je een lachende mond (zelfde vorm als dalparabool). Als je verdrietig bent (dus negatief), heb je een droevige mond (zelfde vorm als bergparabool).
Formule voor Inhoud
Deze formule kun je onthouden aan de hand van de zin
Leuke BH met Inhoud
Inhoud = LxBxH.
Volgorde van bewerkingen
Het Mannetje Won Van De Oude Aap
Het -> haakjes
Mannetje-> machten
Won-> worteltrekking
Van-> vermenigvuldig
De-> delen
Oude-> optellen
Aap-> aftrekken
Cirkel: omtrek of oppervlakte?
De omtrek is 2 x pi x r
De oppervlakte is pi x r²
Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r² in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!
De komma
Om te onthouden wat er met de komma gebeurt bij vermenigvuldigen en delen, kun je denken aan
R = R en L = L
KeeR = Komma naar Rechts
DeLen = Komma naar Links
Rekenkundige bewerkingen
Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen?
H= Haakjes
M= Machtsverheffen
W= Worteltrekken
V= Vermenigvuldigen
D= Delen
O= Optellen
A= Aftrekken
Het verschil tussen < en >
Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje
Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!
Teller en Noemer
Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.
Vlakke meetkunde
FOX-Z
F-hoeken zijn gelijk aan elkaar
O:Hoeken die in een cirkel van 360 graden staan vormen een volle hoek ( 4 x 90 )
X: overstaande hoeken zijn gelijk
-: Alle drie de hoeken van een driehoek passen op een rechte lijn: een gestrekte hoek van 180 graden
Z-hoeken zijn gelijk
Het verschil tussen modus en mediaan
Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.
Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal
SCHERP OF STOMP GRADEN
Scherp= de buitenste en de scherpste strakste lijn
Stomp=de binnenste de ronde lijn.
Grootheden
Om het verschil te onthouden tussen de grootheden van getallen; van laag naar hoog, kun je denken aan
Mijn Bil Trilt (2x)
Miljoen = 1.000.000
Miljard = 1.000.000.000
Biljoen = 1.000.000.000.000
Biljard = 1.000.000.000.000.000
Triljoen = 1.000.000.000.000.000.000
Triljard = 1.000.000.000.000.000.000.000
Eenheden van de gram
Om de eenheden van de gram te onthouden, kun je denken aan de zin
Tankt Kees Gewoon Mee
T on
K ilogram
G ram
M iligram
Costa Rica!
Weet je nou nooit in de eenheidscirkel of de cosinus nou op de X-as ligt of op de Y-as? Nu vergeet je het nooit meer:
COSta Rica, zand, zee, horizon, dus die ligt op de X-as.
Sinus ligt dan op de Y natuurlijk 😎
Het verschil tussen de teller en de noemer
Om te onthouden waar de teller en de noemer komen in een breuk, kun je denken aan T = T
Teller = Top
Richtingscoëfficiënt
De formule voor de r.c. is Verticaal/Horizontaal
Om dit te onthouden, kun je denken aan VerHip
V erticaal /
H orizontaal
Romeinse cijfers
Ik Vind Xylofoons Leuke, Coole, Dure Muziekinstrumenten.
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Van Romeins cijfer vermenigvuldig je steeds om en om met 2 en met 5.
Goniometrie
Cosinus –> Cas : aanliggend / schuin
Sinus –> Sos: overstaand/ schuin
Tangens –> Toa: overstaand/aanliggend
