Wiskunde Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Goniometrie; SOL, CAL, TOA (Bij rechthoekige driehoeken)

SOL: sin(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
CAL: cos(α) = aanliggende (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
TOA: tan(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ aanliggende (rechthoekszijde)

SOS/CAS zijn hetzelfde als SOL/CAL, maar een schuine zijde kan soms lastig te herkennen zijn.

Door Rens

Romeinse cijfers

Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:

Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:

I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000

Door Thomas

De vlakken van een vierkant

Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers

R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak

Door michiel

Bytes

Kabouters Met Grote Tenen

(kabouters) Kilo byte
(met) Mega byte
(grote) Giga byte
(tenen) Tera byte

Door jonathan

Logaritmen en kwadraten

Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??

A^b=C

De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.

Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)

Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B

Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡

Door Sandra

Hoekberekening Sos, Cas Toa

Met hoekberekening heb je 2 formules waardoor je elke hoek kan berekenen

Sinus= overstaande: schuine
Tangens = overstaande : aanliggende
Cosinus= aanliggende : schuine

Als je daarnaast
5= 10 : 2 neerzet kan je alles berekenen.

Door Alex

Bereik en domein

Het bereik –> de hemel, omhoog, de y-as
Het domein –> de vlakte, in de lengte, de x-as

Door Dima

Cijfers van pi

De precieze cijfers van pi kan je onthouden met de zin ‘Yes I want a pizza, yesterday we wanted pizza, yes pizza!
De hoeveelheid letters per woord staan voor een getal van pi. En het verhaal gaat nog over pizza ook!
Pi is dus: 3,1415926535

Door Henk

Omrekenen

Om te onthouden dat 1 kilo = 2 pond = 10 ons, kun je het volgende doen

Breng je handen samen (1 kilo), maak nu twee vuisten (2 pond), laat al jouw vingers zien (10 ons)

Door Mathilda

Teller en Noemer

Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.

Door Fenne

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

Driehoeken

Het snijpunt van de Middenloodlijnen in een driehoek is het middenpunt van een Omgeschreven cirkel. Het snijpunt van de Bissectrices in een driehoek is het middenpunt van een Ingeschreven cirkel.

Samen wordt dat MOBI

Door X.L.

Het verschil tussen suppelementair en complementair

Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord

SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien

Door Hilke

Formule voor Inhoud

Deze formule kun je onthouden aan de hand van de zin
Leuke BH met Inhoud

Inhoud = LxBxH.

Door E.J.E.

Eenheden van de gram

Om de eenheden van de gram te onthouden, kun je denken aan de zin
Tankt Kees Gewoon Mee

T on
K ilogram
G ram
M iligram

Door mel

Berg of dalparabool

Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg

Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal

Door Marit

Romeinse cijfers

Ik Vind Xylofoons Leuke, Coole, Dure Muziekinstrumenten.
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Van Romeins cijfer vermenigvuldig je steeds om en om met 2 en met 5.

Door anoniem

De eigenschappen van transformaties

Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE

A anpassen

H oekgrootte

O mega

E enheid

Door emma

maaltafel 9

9×1=9
9×2=18
9×3=27
9×4=36
9×5=45
9×6=54
9×7=63
9×8=72
9×9=81
9×10=90

Dus als je goed kijkt komen er telkens bij de tientallen een bij, en bij de eenheden gaat er telkens een af.

Door Nore

Metriek stelsel

Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter

naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters

Door Lenno

Toa, Sos, Cas

Toa, Sos. Cas

Tangens = overstaande : aanligende
Sinus= overstaande: schuine
Cosinus= aanligende : schuine

Door rosa

Het verschil tussen convex en concaaf

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol

Concaaf = hol
Convex = bol

Door Dries

Cirkel: omtrek of oppervlakte?

De omtrek is 2 x pi x r
De oppervlakte is pi x r²

Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r² in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!

Door Rob

Groter dan(<) en kleiner dan(>)

< heb je een grote opening en dat is groter dan > heb je een puntje dan is het kleiner dan

Door Ryan

afgeleide van een breuk

als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:

NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)

NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²

Door Ramy

Volgorde van berekeningen

Hoe Komen Wij Van Die Onvoldoendes Af?

Elke eerste letter telt voor een stap
H: haakjes
K: kwadrateren ( Machtsverheffen)
W: worteltrekken
V: vermenigvuldigen
D: delen
O: optellen
A: aftrekken

Door Rianne

X en Y as

Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)

zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel

Door Liv

km-hm-dam-m-dm-cm-mm

kan het dametje met de centimeter meten
km=kan
hm=het
dam=dametje
m=met
dm=de
cm=centimeter
mm=meten

Door mel
Home
Alle items
Uploaden