Wiskunde Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Hoekberekening Sos, Cas Toa

Met hoekberekening heb je 2 formules waardoor je elke hoek kan berekenen

Sinus= overstaande: schuine
Tangens = overstaande : aanliggende
Cosinus= aanliggende : schuine

Als je daarnaast
5= 10 : 2 neerzet kan je alles berekenen.

Door Alex

Bytes

Kabouters Met Grote Tenen

(kabouters) Kilo byte
(met) Mega byte
(grote) Giga byte
(tenen) Tera byte

Door jonathan

pi uitrekenen

may i have a large container of coffee beans
may 3
i 1
have 4
a 1
large 5
container 9
of 2
coffee 6
beans 5

3,14159265

Door joost

De eigenschappen van transformaties

Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE

A anpassen

H oekgrootte

O mega

E enheid

Door emma

De komma

Om te onthouden wat er met de komma gebeurt bij vermenigvuldigen en delen, kun je denken aan
R = R en L = L

KeeR = Komma naar Rechts
DeLen = Komma naar Links

Door Wladimir

Grootheden

Om het verschil te onthouden tussen de grootheden van getallen; van laag naar hoog, kun je denken aan
Mijn Bil Trilt (2x)

Miljoen = 1.000.000

Miljard = 1.000.000.000

Biljoen = 1.000.000.000.000

Biljard = 1.000.000.000.000.000

Triljoen = 1.000.000.000.000.000.000
Triljard = 1.000.000.000.000.000.000.000

Door Martijn

delen door 0

delen door 0 is flauwekul

Door Astrid

Cirkel: omtrek of oppervlakte?

De omtrek is 2 x pi x r
De oppervlakte is pi x r²

Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r² in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!

Door Rob

Formule voor volume

Om de formule voor volume te onthouden, kun je denken aan de zin
VOLle LENGTE BRandt HOOG

Volume = lengte x breedte x hoogte

Door Ilisa

Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP

Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen

Door Jade

Het verschil tussen modus en mediaan

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal

Door Onno

Differentiëren

Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD

D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren

Door Max

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

De verschillende vormen van een meter

Deze kun je onthouden met de zin 
Kan Het Dametje Met De CM Meten

K m
H m
M
D m
CM
M m

Door Esmee

Diameter en straal

Het verschil tussen een diameter en een straal is soms lastig te onthouden.  Diameter is een langer woord dan straal. In een cirkel kun je de korte en de lange lijn onderscheiden door te bedenken dat diameter de lange lijn is en dat straal de korte lijn is, omdat straal een korter woord is dan diameter.

Door Anoniem

Driehoeken

Het snijpunt van de Middenloodlijnen in een driehoek is het middenpunt van een Omgeschreven cirkel. Het snijpunt van de Bissectrices in een driehoek is het middenpunt van een Ingeschreven cirkel.

Samen wordt dat MOBI

Door X.L.

Wiskundige verbanden

Om de verschillende wiskundige verbanden te onthouden, kun je denken aan WELKOM

W ortelverbanden
E xponentiële verbanden
L ineaire verbanden
K wadratische verbanden
O mgekeerd evenredige verbanden
M achtsverbanden

Door Joyce

100×100=……

10×10+2 nullen

Door Floor

afgeleide van een breuk

als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:

NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)
N²

NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²

Door Ramy

Berg- of dalparabool

Als je blij bent (dus positief) heb je een lachende mond (zelfde vorm als dalparabool). Als je verdrietig bent (dus negatief), heb je een droevige mond (zelfde vorm als bergparabool).

Door Denise

Het verschil tussen de teller en de noemer

Om te onthouden waar de teller en de noemer komen in een breuk, kun je denken aan T = T

Teller = Top

Door Maartje

Wiskundige vergelijking (x,y)

Als je tussen haakjes werkt, komt eerst de x en dan de y. De x staat ook eerder in het alfabet.

Door Jordy

Binaire talstelsel

In het binaire talstel zitten maar twee cijfers. (0,1) Dit is te onthouden doordat de ‘b’ van binair de tweede letter in het alfabet is.

Door Jesse

Teller en Noemer

Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.

Door Fenne

Tafel van 9

9 x 1 = 0 9
9 x 2 = 1 8
9 x 3 = 2 7
9 x 4 = 3 6
9 x 5 = 4 5
9 x 6 = 5 4
9 x 7 = 6 3
9 x 8 = 7 2
9 x 9 = 8 1
9 x 10 = 9 0

Door Hamza

Metriek stelsel

Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter

naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters

Door Lenno

Romeinse cijfers

Ik Vind Xylofoons Leuke, Coole, Dure Muziekinstrumenten.
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Van Romeins cijfer vermenigvuldig je steeds om en om met 2 en met 5.

Door anoniem

Cijfers van pi

De precieze cijfers van pi kan je onthouden met de zin ‘Yes I want a pizza, yesterday we wanted pizza, yes pizza!
De hoeveelheid letters per woord staan voor een getal van pi. En het verhaal gaat nog over pizza ook!
Pi is dus: 3,1415926535

Door Henk
Home
Alle items
Uploaden