
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen modus en mediaan
Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.
Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal
Differentiëren
Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD
D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren
Formule voor volume
Om de formule voor volume te onthouden, kun je denken aan de zin
VOLle LENGTE BRandt HOOG
Volume = lengte x breedte x hoogte
Het verschil tussen convex en concaaf
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol
Concaaf = hol
Convex = bol
Formule voor Inhoud
Deze formule kun je onthouden aan de hand van de zin
Leuke BH met Inhoud
Inhoud = LxBxH.
Romeinse cijfers
Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:
Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Assenstelsel
Wanneer je vergeten bent of je eerst de verticale of eerst de horizontale lijn moet bekijken, kun je hieraan denken.
Eerst lopen en dan met de lift. Je bekijkt eerst de horizontale lijn en daarna de verticale lijn.
Costa Rica!
Weet je nou nooit in de eenheidscirkel of de cosinus nou op de X-as ligt of op de Y-as? Nu vergeet je het nooit meer:
COSta Rica, zand, zee, horizon, dus die ligt op de X-as.
Sinus ligt dan op de Y natuurlijk 😎
Teller en Noemer
Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.
Het verschil tussen suppelementair en complementair
Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord
SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien
De verschillende vormen van een meter
Deze kun je onthouden met de zin
Kan Het Dametje Met De CM Meten
K m
H m
M
D m
CM
M m
assenstelsel
wanneer je vergeten bent of je eerst de y as of de x as moet doen ga je gewoon het alfabet af! eerst de x dan de y!
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
zie je!
SCHERP OF STOMP GRADEN
Scherp= de buitenste en de scherpste strakste lijn
Stomp=de binnenste de ronde lijn.
Berg of dalparabool
Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg
Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal
Binaire talstelsel
In het binaire talstel zitten maar twee cijfers. (0,1) Dit is te onthouden doordat de ‘b’ van binair de tweede letter in het alfabet is.
Groter dan(<) en kleiner dan(>)
< heb je een grote opening en dat is groter dan > heb je een puntje dan is het kleiner dan
De vlakken van een vierkant
Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers
R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak
Factoren van 5 vermenigvuldigen
Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5
Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –> 70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625
Cijfers van pi
De precieze cijfers van pi kan je onthouden met de zin ‘Yes I want a pizza, yesterday we wanted pizza, yes pizza!
De hoeveelheid letters per woord staan voor een getal van pi. En het verhaal gaat nog over pizza ook!
Pi is dus: 3,1415926535
Toa, Sos, Cas
Toa, Sos. Cas
Tangens = overstaande : aanligende
Sinus= overstaande: schuine
Cosinus= aanligende : schuine
afgeleide van een breuk
als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:
NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)
N²
NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²
Gradenhoeken
Een klok is rond en is 360 graden.
Ieder cijfer X 30 is het aantal graden dat hiermee correspondeert.
Voorbeeld: 3X90=45 graden
X en Y as
Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)
zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel
