Wiskunde Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Tafel van 9

9 x 1 = 0 9
9 x 2 = 1 8
9 x 3 = 2 7
9 x 4 = 3 6
9 x 5 = 4 5
9 x 6 = 5 4
9 x 7 = 6 3
9 x 8 = 7 2
9 x 9 = 8 1
9 x 10 = 9 0

Door Hamza

Metriek stelsel

Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter

naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters

Door Lenno

De verschillende vormen van een meter

Deze kun je onthouden met de zin 
Kan Het Dametje Met De CM Meten

K m
H m
M
D m
CM
M m

Door Esmee

Berg of dalparabool

Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg

Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal

Door Marit

assenstelsel

wanneer je vergeten bent of je eerst de y as of de x as moet doen ga je gewoon het alfabet af! eerst de x dan de y!

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
zie je!

Door Anoniem

Hoekberekening Sos, Cas Toa

Met hoekberekening heb je 2 formules waardoor je elke hoek kan berekenen

Sinus= overstaande: schuine
Tangens = overstaande : aanliggende
Cosinus= aanliggende : schuine

Als je daarnaast
5= 10 : 2 neerzet kan je alles berekenen.

Door Alex

Groter dan(<) en kleiner dan(>)

< heb je een grote opening en dat is groter dan > heb je een puntje dan is het kleiner dan

Door Ryan

Logaritmen en kwadraten

Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??

A^b=C

De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.

Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)

Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B

Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡

Door Sandra

Wiskundige verbanden

Om de verschillende wiskundige verbanden te onthouden, kun je denken aan WELKOM

W ortelverbanden
E xponentiële verbanden
L ineaire verbanden
K wadratische verbanden
O mgekeerd evenredige verbanden
M achtsverbanden

Door Joyce

Romeinse cijfers

Ik Vind Xylofoons Leuke, Coole, Dure Muziekinstrumenten.
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Van Romeins cijfer vermenigvuldig je steeds om en om met 2 en met 5.

Door anoniem

Costa Rica!

Weet je nou nooit in de eenheidscirkel of de cosinus nou op de X-as ligt of op de Y-as? Nu vergeet je het nooit meer:

COSta Rica, zand, zee, horizon, dus die ligt op de X-as.

Sinus ligt dan op de Y natuurlijk 😎

Door Binc

delen door 6

Snel of een groot getal door 3 of 9 deelbaar is, tel dan alle cijfers steeds bij elkaar op totdat je een 1-cijferig getal overhoudt. Is dat getal deelbaar door of 9 dan is het grote getal dat ook.

voorbeeld:
418617 deelbaar door 9?
4+1+8+6+1+7=27
2+7=9
418617 is dus deelbaar door 9

163536 deelbaar door 9 en 3?
1+6+3+5+3+6=24
2+4=6
6 is niet deelbaar door 9, maar wel door 3, dus 163536 is wel deelbaar door 3 maar niet door 9.

Door some

Metriek stelsel

Km ~ kijk
Hm ~ hoe
Dm ~ dat
M ~ meisje
Dm ~ die
Cm ~ cirkel
Mm ~ maakt

Kijk hoe dat meisje die cirkel maakt!

Door Paula

De eigenschappen van transformaties

Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE

A anpassen

H oekgrootte

O mega

E enheid

Door emma

Volgorde van bewerkingen

Het Mannetje Won Van De Oude Aap

Het -> haakjes

Mannetje-> machten
Won-> worteltrekking

Van-> vermenigvuldig
De-> delen

Oude-> optellen
Aap-> aftrekken

Door Ilisa

Toa, Sos, Cas

Toa, Sos. Cas

Tangens = overstaande : aanligende
Sinus= overstaande: schuine
Cosinus= aanligende : schuine

Door rosa

Assenstelsel

Wanneer je vergeten bent of je eerst de verticale of eerst de horizontale lijn moet bekijken, kun je hieraan denken.

Eerst lopen en dan met de lift. Je bekijkt eerst de horizontale lijn en daarna de verticale lijn.

Door Anoniem

Diameter en straal

Het verschil tussen een diameter en een straal is soms lastig te onthouden.  Diameter is een langer woord dan straal. In een cirkel kun je de korte en de lange lijn onderscheiden door te bedenken dat diameter de lange lijn is en dat straal de korte lijn is, omdat straal een korter woord is dan diameter.

Door Anoniem

Goniometrie; SOL, CAL, TOA (Bij rechthoekige driehoeken)

SOL: sin(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
CAL: cos(α) = aanliggende (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
TOA: tan(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ aanliggende (rechthoekszijde)

SOS/CAS zijn hetzelfde als SOL/CAL, maar een schuine zijde kan soms lastig te herkennen zijn.

Door Rens

100×100=……

10×10+2 nullen

Door Floor

Km² Km³

Bij km² dan moet er 2 nullen bij en bij km³ 3 nullen.

Door Anoniem

Het verschil tussen de teller en de noemer

Om te onthouden waar de teller en de noemer komen in een breuk, kun je denken aan T = T

Teller = Top

Door Maartje

Het verschil tussen suppelementair en complementair

Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord

SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien

Door Hilke

De vlakken van een vierkant

Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers

R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak

Door michiel

Volgorde van berekeningen

Hoe Komen Wij Van Die Onvoldoendes Af?

Elke eerste letter telt voor een stap
H: haakjes
K: kwadrateren ( Machtsverheffen)
W: worteltrekken
V: vermenigvuldigen
D: delen
O: optellen
A: aftrekken

Door Rianne

Gradenhoeken

Een klok is rond en is 360 graden.
Ieder cijfer X 30 is het aantal graden dat hiermee correspondeert.

Voorbeeld: 3X90=45 graden

Door Falko

afgeleide van een breuk

als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:

NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)

NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²

Door Ramy

Berg- of dalparabool

Als je blij bent (dus positief) heb je een lachende mond (zelfde vorm als dalparabool). Als je verdrietig bent (dus negatief), heb je een droevige mond (zelfde vorm als bergparabool).

Door Denise

Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP

Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen

Door Jade
Home
Alle items
Uploaden