Wiskunde Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Assenstelsel

Wanneer je vergeten bent of je eerst de verticale of eerst de horizontale lijn moet bekijken, kun je hieraan denken.

Eerst lopen en dan met de lift. Je bekijkt eerst de horizontale lijn en daarna de verticale lijn.

Door Anoniem

SCHERP OF STOMP GRADEN

Scherp= de buitenste en de scherpste strakste lijn

Stomp=de binnenste de ronde lijn.

Door Anna

Romeinse cijfers

Ik Vind Xylofoons Leuke, Coole, Dure Muziekinstrumenten.
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Van Romeins cijfer vermenigvuldig je steeds om en om met 2 en met 5.

Door anoniem

Goniometrie

Cosinus –> Cas : aanliggend / schuin
Sinus –> Sos: overstaand/ schuin
Tangens –> Toa: overstaand/aanliggend

Door andrea

De verschillende vormen van een meter

Deze kun je onthouden met de zin 
Kan Het Dametje Met De CM Meten

K m
H m
M
D m
CM
M m

Door Esmee

Formule voor Inhoud

Deze formule kun je onthouden aan de hand van de zin
Leuke BH met Inhoud

Inhoud = LxBxH.

Door E.J.E.

Cirkel: omtrek of oppervlakte?

De omtrek is 2 x pi x r
De oppervlakte is pi x r²

Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r² in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!

Door Rob

Richtingscoëfficiënt

De formule voor de r.c. is Verticaal/Horizontaal

Om dit te onthouden, kun je denken aan VerHip

V erticaal /
H orizontaal

Door Colin

Vlakke meetkunde

FOX-Z
F-hoeken zijn gelijk aan elkaar
O:Hoeken die in een cirkel van 360 graden staan vormen een volle hoek ( 4 x 90 )
X: overstaande hoeken zijn gelijk
-: Alle drie de hoeken van een driehoek passen op een rechte lijn: een gestrekte hoek van 180 graden
Z-hoeken zijn gelijk

Door Clara

afgeleide van een breuk

als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:

NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)
N²

NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²

Door Ramy

De eigenschappen van transformaties

Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE

A anpassen

H oekgrootte

O mega

E enheid

Door emma

Rekenkundige bewerkingen

Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen?

H= Haakjes
M= Machtsverheffen
W= Worteltrekken
V= Vermenigvuldigen
D= Delen
O= Optellen
A= Aftrekken

Door Anoniem

Tafel van 9

9 x 1 = 0 9
9 x 2 = 1 8
9 x 3 = 2 7
9 x 4 = 3 6
9 x 5 = 4 5
9 x 6 = 5 4
9 x 7 = 6 3
9 x 8 = 7 2
9 x 9 = 8 1
9 x 10 = 9 0

Door Hamza

Volgorde van bewerkingen

Het Mannetje Won Van De Oude Aap

Het -> haakjes

Mannetje-> machten
Won-> worteltrekking

Van-> vermenigvuldig
De-> delen

Oude-> optellen
Aap-> aftrekken

Door Ilisa

Het verschil tussen convex en concaaf

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol

Concaaf = hol
Convex = bol

Door Dries

Eenheden van de gram

Om de eenheden van de gram te onthouden, kun je denken aan de zin
Tankt Kees Gewoon Mee

T on
K ilogram
G ram
M iligram

Door mel

km-hm-dam-m-dm-cm-mm

kan het dametje met de centimeter meten
km=kan
hm=het
dam=dametje
m=met
dm=de
cm=centimeter
mm=meten

Door mel

Formule voor volume

Om de formule voor volume te onthouden, kun je denken aan de zin
VOLle LENGTE BRandt HOOG

Volume = lengte x breedte x hoogte

Door Ilisa

Het verschil tussen suppelementair en complementair

Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord

SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien

Door Hilke

Het verschil tussen < en >

Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje

Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!

Door Anoniem

Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP

Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen

Door Jade

Binaire talstelsel

In het binaire talstel zitten maar twee cijfers. (0,1) Dit is te onthouden doordat de ‘b’ van binair de tweede letter in het alfabet is.

Door Jesse

Logaritmen en kwadraten

Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??

A^b=C

De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.

Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)

Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B

Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡

Door Sandra

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

Differentiëren

Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD

D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren

Door Max

Het verschil tussen modus en mediaan

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal

Door Onno

Metriek stelsel

Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter

naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters

Door Lenno

Km² Km³

Bij km² dan moet er 2 nullen bij en bij km³ 3 nullen.

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden