Biologie Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Functies in zenuwstelsel

Deze kun je onthouden met RO CV EU 

R eceptoren –> O ntvangen
C onductoren –> V oortgeleiden
E ffectoren –> U itvoeren

Door Miran

De onderdelen van een bloemplant

Om deze te onthouden, kun je denken aan KeKroMeSt

Ke lkbladeren
Kro onbladeren
Me eeldraden
St amper

Door Nette

DNA wenteltrap

A Tegenover T (van Tegenover)

G Contra C ( van Contra)

Door Pien

Van top tot teen

Wanneer je je armen spreidt, is de afstand van de linkse top van je middelvinger naar de rechtse top van middelvinger, even groot als je eigen lengte

Door Suzan

Het verschil tussen een spar en een den

Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D

Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)

Door Maxime

Het verschil tussen genotype en fenotype

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk

Door Marijke

Het verschil tussen onverzadigd en verzadigd vet

Om te onthouden welke van de twee goed of slecht zijn, kun je denken aan
O = O

Onverzadigd vet = Oké, deze verkleinen de kans op hart- en vaatziekten
Verzadigd vet = Niet oké

Door Meta

De verteringssappen in je lichaam

De verteringssappen in je lichaam kun je onthouden met het acroniem DAMAALGASP

DA rmsappen
MA agsappen
AL vleessappen
GA l
SP eeksel

Door Adam

De magen van een koe

De volgorde van de magen van een koe zijn te onthouden met PeNiBeL

P ens
N etmaag
B oekmaag
L ebmaag.

Door Denise

Alle tijdvakken van de aarde

Pratende Choco Stengels Doen Charismatische Pogingen Tot Jodelen, Kruipend Tussen Kwallenpootjes

P recambrium
C ambrium
S iluur
D evoon
C arboon
P erm
T rias
J ura
K rijt
T ertair
K wartair

Door Henk

Het hart

Het hart is een pomp, deze regelt de bloedsomloop in het lichaam.
Om te onthouden dat de linkerkant zuurstofrijk bloed door heel het lichaam pompt en de rechterkant zuurstofarm bloed door de longen pompt, kun je denken aan Li = Li

Li nks = Li chaam

Door Heleen

Conflictgedrag

Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)

Door Jasmijn

Lagen van de opperhuid

Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd

B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag

Door Lise

Ordening dieren (organisatieniveau)

Die (domein)
Rijke (rijk)
Stinkerds (stam)
Kunnen (klasse)
Overal (orde)
Fijne (familie)
Gebakjes (geslacht)
Stoppen (soort)

Door Sterre

7 levenskenmerken

Vroeger ———– Voeden
Aten ————– Ademhalen
Witte ————– Waarnemen
Uilen ————– Uitscheiden
Bijna ————– Bewegen
Geen ————– Groeien
Volkorenbrood —– Voortplanten

Door Marina

Het experiment

Om de onderdelen van een experiment te onthouden, kun je denken aan de zin
Papa Hoort Eekhoorns, Bakt Reusachtige Cupcakes

P robleemstelling
H ypothese
E xperiment
B enodigdheden
R esultaten
C onclusie

Door Lilly

indelen van groepen

je hoeft allen het zinnetje te onthouden

De Rijkste Stammen Komen Ook Fietsend
Geld Strooien

D omeinen
R ijken
S tammen
K lassen
O rden
F amilies
G eslachten
S oorten

Door Simon

Het verschil tussen xyleem en floëem

Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank

Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen

Door Selinde

Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor

Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt

Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter

Door Lindsay

Het spijsverteringskanaal

Om te onthouden welke weg je voedsel moet afleggen, kun je denken aan
Mijn Slak Moet Lekker Altijd Trakteren De Blinde Doet Eng

M ondholte
S lokdarm
M aag
L ever
A lvleesklier
T waalfvingerige darm
D unne darm
B linde darm
D ikke darm
E ndeldarm

Door Judith

De 7 levensverschijnselen

VUBV WAG

Voeden
Uitscheiden
Bewegen
Voortplanten
Waarnemen
Ademhalen
Groeien

Door David

Indeling dierenrijk

Ergens in September Hoort Willie Wortel Gekke, Slimme Grappen.

E = eencelligen
S = sponzen
H = holtedierne
W = wormen
W = weekdieren
G = geleedpotigen
S = stekelhuidigen
G = gewervelden

Door Anna

De lagen van de opperhuid

Om de lagen van de opperhuid van buiten naar binnen te onthouden, kun je denken aan de zin
Hoor Daar Komt Sint Binnen

H oornlaag
D oorschijnende laag
K orrellaag
S tekellaag
B asaalcellenlaag

Door Martine

Osteoblasten en Osteoclasten

Osteoblasten: zorgen voor de bouw van nieuw bot.
Osteoclasten: zorgen voor het Crushen (afbreken) van bot.

Door Teun

Organismen

Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc

O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el

Door Evie

Immunoglobulines van het lichaam

Deze kun je onthouden met GADME

IgG
IgA
IgD
IgM
IgE

Door denise

Autotroof – Heterotroof

Autotroof –> A van Anorganisch. Halen dus energie uit Anorganische stoffen en zonlicht

Heterotroof –> Hetero’s zijn verliefd op organismen van het andere geslacht. Halen dus energie uit organische stoffen (andere organismen).

Door George

ATP-moleculen

A = atoomgroep (molecuul)
T = ter bewaring (opgeslagen)
P = power (energie)

De beschikbare gekomen energie wordt tijdelijk opgeslagen in ATP-moleculen

Door George

De lever

Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan 
R=R

LeveR = Rechts

Door Lydia
Home
Alle items
Uploaden