
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen biceps & triceps
Het verschil tussen biceps en triceps kun je onthouden door
B=B en TR=TR
Bicep = Buigspier
TRicep = TRekspier
Lagen van de opperhuid
Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd
B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag
Autotroof – Heterotroof
Autotroof –> A van Anorganisch. Halen dus energie uit Anorganische stoffen en zonlicht
Heterotroof –> Hetero’s zijn verliefd op organismen van het andere geslacht. Halen dus energie uit organische stoffen (andere organismen).
De magen van een koe
De volgorde van de magen van een koe zijn te onthouden met PeNiBeL
P ens
N etmaag
B oekmaag
L ebmaag.
Het verschil tussen de boomklever en de boomkruiper
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
L=L en R=R
De kLever = bLauw
De kRuiper = bRuin
De onderdelen van een plant
De onderdelen van een plant kunnen onthouden worden met BELKO
B ladoksel
E indknop
L id
K noop
O kselknop
Graan soorten
Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen
H aver
G erst
T arwe
R ogge
Mutualisme of commensalisme?
Bij mutualisme hebben zowel de gastheer als de gast voordeel, het voordeel is dus wederzijds. Het Engelse woord mutual betekent wederzijds, mutualisme is hiervan afgeleid.
mutual = wederzijds
mutualisme = allebei voordeel
Bij commensalisme heeft alleen de gast voordeel, de gastheer is neutraal.
Formule voor dichtheid
De formule voor dichtheid is
ρ = m*V
ρ = Dichtheid
m = Massa
V = Volume
De volgorde kun je onthouden door te denken aan het alfabet. De M komt voor de V in het alfabet en ook in de formule
Proces in histologisch lab
Pas Als U Iets Snijdt Kan Controle Plaatsvinden;
Postkamer
Administratie
Uitsnijkamer
Inbedruimte
Snijruimte
Kleurruimte
Controle
Patholoog
Het verschil tussen genotype en fenotype
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk
Van top tot teen
Wanneer je je armen spreidt, is de afstand van de linkse top van je middelvinger naar de rechtse top van middelvinger, even groot als je eigen lengte
Organische stoffen
Deze kun je onthouden met het acroniem KaPSaLoN
K oolstofverbindingen
S achariden
L ipiden
P roteïnen
N ucleïnezuren
De onderdelen van een bloemplant
Om deze te onthouden, kun je denken aan KeKroMeSt
Ke lkbladeren
Kro onbladeren
Me eeldraden
St amper
Het verschil tussen homo-en heterozygoot
Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel
Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap
De inhoud van een chromosoom
Om te onthouden hoe een chromosoom is opgebouwd, kun je het vergelijken met een boek
Het boek –> de chromosoom
De bladzijdes –> het DNA
De informatie –> Het gen met het bijbehorende genotype
De lever
Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan
R=R
LeveR = Rechts
Het verschil tussen Flora en Fauna
Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L
FLora = pLanten
Fauna = dieren
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Botten in handen en voeten
Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha
V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen
Het verschil tussen een spar en een den
Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D
Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)
Organen
De verschillende organen kun je onthouden met de zin
Hoe Maken De Leeuwen De Lange Neus
H art
M aag
D ikke darm
L ongen
D unne darm
L ever
N ieren
De levensstadia van een koolwitje
Om de levensstadia te onthouden, kun je denken aan de zin
Evert Rijdt Plots Verkeerd
E i
R ups
P op
V linder
Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan P = P en S = S
Primair –> Penis, deze heb je vanaf je geboorte
Secundair –> Schaamhaar, dit krijg je pas in de puberteit
Het verschil tussen sytole en diastole
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en DI = DI
Sytole = Samentrekken
DIastole = DIvers, uit elkaar –> ontspannen
Pelvis
Pelvis = bot in je heup
Om te onthouden waar deze zit, kun je denken aan
Elvis de Pelvis
Elvis schudde namelijk vaak met zijn heupen
Het centrale dogma
Het centrale dogma mechanisme:
1. Replicatie
2. TransCriptie
3. TransLatie
De C komt voor de L dus transcriptie komt voor translatie in het mechanisme.
(Daarnaast is de R ook voor de T in het alfabet)
