
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen sytole en diastole
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en DI = DI
Sytole = Samentrekken
DIastole = DIvers, uit elkaar –> ontspannen
Assimiliatie en Dissimiliatie
A = A
D = D
Assimiliatie = Aanbouw –> De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
Dissimiliatie = Destructie –> De afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen
Nieren
Om te onthouden wat nieren allemaal uit je bloed halen, kun je denken aan de zin
Onder Andere Troep
O verbodige stoffen
A fvalstoffen/afbraakproducten
T eveel aan stoffen
Organismen
Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc
O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el
Anatomie van de handwortelbeentjes
Some Lovers Try Pies That They Can’t Handle
S caphoideum
L unatum
T riquetrum
P isiforme
T rapezium
T rapezoideum
H amatum
C apitatum
Aantal wervels
Het aantal nekwervels van de mens zijn er net zoveel als de dagen van de week, dus zeven.
Het aantal borstwervels zijn er net zoveel als de maanden van het jaar, dus twaalf.
Het aantal lendewervels houd je over als je 12 – 7 doet, dus vijf.
Pelvis
Pelvis = bot in je heup
Om te onthouden waar deze zit, kun je denken aan
Elvis de Pelvis
Elvis schudde namelijk vaak met zijn heupen
De Cel
Om de onderdelen van een cel te onthouden, kun je denken aan de zin
Kim Circuleert Cellen Club.
K ern
C ytoplasma
C elmembraam
C hromosomen
Lagen van de opperhuid
Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd
B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag
Levensverschijnselen
De levensverschijnselen van een gewervelde kun je onthouden aan de hand van de zin
Alle Vogels Uit het Bos Worden Groot met Vis
A demhalen
V oeden
U itscheiden
B ewegen
W aarnemen
G roeien
V oortplanten
Voedingstoffen biologie
“Vader en moeder willen veel kinderen staan” voor de 6 voedingstoffen:
Vetten
Eiwitten
Mineralen
Water
Vitaminen
Koolhydraten
De lagen van de biologie
Om alle lagen van levende systemen waar de biologie zich mee bezighoudt, van hoog naar laag, te onthouden, kun je denken aan
Becpoot.com
B iosphere
E cosphere
C ommunity
P opulation
O rganism
O rgan
T issue
C ell
O rganelle
M olecule
Hout- en bastvaten
De vaten en hun functie kun je onthouden met de zin
HAnS eet je BOrD leeg
H outvaten vervoeren
An organische stoffen in de
S tijgende sapstroom
Bastvaten vervoeren
OR ganische stoffen in de
D alende sapstroom
De 7 levensverschijnselen
VUBV WAG
Voeden
Uitscheiden
Bewegen
Voortplanten
Waarnemen
Ademhalen
Groeien
Onverzadigde en verzadigde vetten
Onverzadigde vetten heeft de O van “Oké” dus dat zijn de gezonde vetten die het lichaam nodig heeft.
Verzadigde vetten heeft de V van “Fout” (ff spreektaal natuurlijk) en dat zijn de ongezonde vetten wat je lichaam niet nodig heeft.
Het centrale dogma
Het centrale dogma mechanisme:
1. Replicatie
2. TransCriptie
3. TransLatie
De C komt voor de L dus transcriptie komt voor translatie in het mechanisme.
(Daarnaast is de R ook voor de T in het alfabet)
spijsvertering
mond=m
slokdarm=s
maag=ma
twaalfvlingerige=t
dunne darm=d
dikke darm=di
endeldarm=e
anus=a
Het verschil tussen xyleem en floëem
Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank
Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen
Het verschil tussen een spar en een den
Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D
Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)
De onderdelen van een plant
De onderdelen van een plant kunnen onthouden worden met BELKO
B ladoksel
E indknop
L id
K noop
O kselknop
De lever
Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan
R=R
LeveR = Rechts
Stammen in het dierenrijk
Om de 7 stammen van het dierenrijk te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Stoere Gerrit Gaf Willem Wortel Nooit Snoep
S ponzen
G ewervelden
W eekdieren
W ormen
N eteldieren
S tekelhuidigen
Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan P = P en S = S
Primair –> Penis, deze heb je vanaf je geboorte
Secundair –> Schaamhaar, dit krijg je pas in de puberteit
De verteringsvolgorde
Deze volgorde kun je onthouden door de zin
Koolmezen Eisen Vetbollen
K oolhydraten (in de mond)
E iwitten (in de maag)
V etten (in de 12vingerige darm)
Bruine Boon
De onderdelen van een bruine boon kun je onthouden met HaNaPoZa
Ha rtvormig bultje
Na vel
Po ortje
Za adhuid
Het proces van ontkiemen
Dit proces kun je onthouden met de zin
Wat Zullen We Stelen, Bas?
W ater wordt opgenomen
Z aadhuid barst open
W ortel komt naar buiten
S tengel komt naar buiten
B laadjes komen naar buiten
Het verschil tussen een kameel en een dromedaris
Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken
Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult
Voedingsstoffen
De belangrijkste voedingsstoffen kun je onthouden aan de hand van de zin
Veel Kinderen Willen Meer Vlees En Vis.
V oedingsvezels (on-officiële)
K oolhydraten
W ater
M ineralen
V etten
E iwitten
V itamines
Klasse van geleedpotigen
Geleedpotigen:
Kreeftachtigen
Insecten
Duizendpoten
Spinachtigen
============
KIDS (alle eerste Letters)
