
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Invloeden bij zwangerschap
Om de onthouden welke slechte invloeden bij zwangerschap een rol kunnen spelen, kun je denken aan de zin
Rex Dook Achter Mijn Zetel
R oken
D rugs
A chter
M edicijnen
Z iekten
Tanden en bijbehorende structuren
Deze kun je onthouden aan de zin
Geurende Taart Trekt Celebrity’s Tevens Wilde Klanten Zenuwachtige Bakker
G lazuur
T andholte
T andvlees
C ement
T andbeen
W ortelbeen
K aakbeen
Z enuw
B loedvat
De onderdelen van het oog
De onderdelen van het oog kunnen onthouden worden met de zin
Bep Heeft Veel Inhoud ALS Greet Niet Veel Op Heeft
B eschermend vlies
H oornvlies
V oorste oogkamer
I ris
A chterste oogkamer
L ens(bandjes)
S traallichaam
G lasachtig lichaam
N etvlies
V aatvlies
O ogzenuw
H arde oogvlies
Mutualisme
denk aan een (Mutu) meteoor die ze samen tegen moeten houden.
of denk aan (Mutu) meter om hun band met elkaar te meten
De 7 levensverschijnselen
VUBV WAG
Voeden
Uitscheiden
Bewegen
Voortplanten
Waarnemen
Ademhalen
Groeien
Pelvis
Pelvis = bot in je heup
Om te onthouden waar deze zit, kun je denken aan
Elvis de Pelvis
Elvis schudde namelijk vaak met zijn heupen
Taxonomische indeling
“Rijken Spelen Koning Over Fel Gele Stenen” staat voor
Rijk
Stam
Klasse
Orde
Familie
Geslacht
Soort
Formule voor dichtheid
De formule voor dichtheid is
ρ = m*V
ρ = Dichtheid
m = Massa
V = Volume
De volgorde kun je onthouden door te denken aan het alfabet. De M komt voor de V in het alfabet en ook in de formule
Smaakpapillen
Om de verschillende smaakpapillen te onthouden, kun je denken aan ZoZoZuBi
Zo ut
Zo et
Zu ur
Bi tter
Cones -> Color
De regel van de staafjes en de kegeltjes (kleur) geldt ook in het Engels voor de rods and cones: Cones zijn voor Color!
Categorize organism
KiPCOFGeSp
Kingdom
Phylum
Class
Order
Family
Genus
Species
Binomial system Linnaeus
Organismen
Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc
O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el
Helicasa
Om te onthouden wat Helicase doet, kun je denken aan H = H
Helicase verbeekt H-bruggen in het DNA
Het verschil tussen genotype en fenotype
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk
Organisatieniveaus
Altijd Moet Celon Cellen Wegen Onder Orgels, Ook Planten Leven Ergens Binnen of Buiten
A: atoom
M: molecuul
C: celorganel
C: cellen
W: weefsel
O: orgaan
O: orgaanstelsel
O: organisme
P: populatie
L: levensgemeenschap
E: ecosysteem
B: bioom
B: biosfeer
Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan P = P en S = S
Primair –> Penis, deze heb je vanaf je geboorte
Secundair –> Schaamhaar, dit krijg je pas in de puberteit
indelen van groepen
je hoeft allen het zinnetje te onthouden
De Rijkste Stammen Komen Ook Fietsend
Geld Strooien
D omeinen
R ijken
S tammen
K lassen
O rden
F amilies
G eslachten
S oorten
Formule fotosynthese
Om deze formule te onthouden kun je denken aan de zin
Wat Kan Linda Geweldig Zingen
W ater +
K oolstofdioxide +
L icht =
G lucose &
Z uurstof.
Het verschil tussen een spar en een den
Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D
Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)
7 levens verschijnselen
Als Vader Uitgaat Wordt Vader Goed Bezopen.
Als= ademen
Vader= voeden
Uitgaat= uitscheiden
Wordt= Waarnemen
Vader= voortplanten
Goed= groeien
Bezopen= bewegen
Organen
De verschillende organen kun je onthouden met de zin
Hoe Maken De Leeuwen De Lange Neus
H art
M aag
D ikke darm
L ongen
D unne darm
L ever
N ieren
Het centrale dogma
Het centrale dogma mechanisme:
1. Replicatie
2. TransCriptie
3. TransLatie
De C komt voor de L dus transcriptie komt voor translatie in het mechanisme.
(Daarnaast is de R ook voor de T in het alfabet)
De niveaus van ecologie
“Ik Pak Lekker Eten” staat voor
Individu
Populatie
Levensgemeenschap
Ecosysteem
De geleedpotigen
De geleedpotigen zijn de onthouden met het acroniem KIDS
K reeftachtigen
I nsecten
D uizendpoten
S pinachtigen
Voedingsstoffen
De belangrijkste voedingsstoffen kun je onthouden aan de hand van de zin
Veel Kinderen Willen Meer Vlees En Vis.
V oedingsvezels (on-officiële)
K oolhydraten
W ater
M ineralen
V etten
E iwitten
V itamines
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
De lever
Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan
R=R
LeveR = Rechts
