Biologie Archives - Pagina 3 van 4 - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

DNA wenteltrap

A Tegenover T (van Tegenover)

G Contra C ( van Contra)

Door Pien

De geleedpotigen

De geleedpotigen zijn de onthouden met het acroniem KIDS

K reeftachtigen 
I nsecten
D uizendpoten

S pinachtigen

Door Aya

Het centrale dogma

Het centrale dogma mechanisme:
1. Replicatie
2. TransCriptie
3. TransLatie

De C komt voor de L dus transcriptie komt voor translatie in het mechanisme.

(Daarnaast is de R ook voor de T in het alfabet)

Door Thanh

Conflictgedrag

Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)

Door Jasmijn

Proces in histologisch lab

Pas Als U Iets Snijdt Kan Controle Plaatsvinden;
Postkamer
Administratie
Uitsnijkamer
Inbedruimte
Snijruimte
Kleurruimte
Controle
Patholoog

Door Martine

Invloeden bij zwangerschap

Om de onthouden welke slechte invloeden bij zwangerschap een rol kunnen spelen, kun je denken aan de zin
Rex Dook Achter Mijn Zetel

R oken
D rugs
A chter
M edicijnen
Z iekten

Door Anoniem

Lagen van de opperhuid

Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd

B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag

Door Lise

Het verschil tussen xyleem en floëem

Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank

Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen

Door Selinde

Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor

Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt

Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter

Door Lindsay

Pelvis

Pelvis = bot in je heup

Om te onthouden waar deze zit, kun je denken aan
Elvis de Pelvis
Elvis schudde namelijk vaak met zijn heupen

Door Caren

Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan P = P en S = S

Primair –> Penis, deze heb je vanaf je geboorte 
Secundair –> Schaamhaar, dit krijg je pas in de puberteit

Door Pascalle

De niveaus van ecologie

“Ik Pak Lekker Eten” staat voor
Individu
Populatie
Levensgemeenschap
Ecosysteem

Door Jaël

Levensverschijnselen

De levensverschijnselen van een gewervelde kun je onthouden aan de hand van de zin
Alle Vogels Uit het Bos Worden Groot met Vis

A demhalen
V oeden
U itscheiden
B ewegen
W aarnemen
G roeien
V oortplanten

Door Linda

De magen van een koe

De volgorde van de magen van een koe zijn te onthouden met PeNiBeL

P ens
N etmaag
B oekmaag
L ebmaag.

Door Denise

Het verschil tussen Flora en Fauna

Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L

FLora = pLanten
Fauna = dieren

Door Marie

Het verschil tussen onverzadigd en verzadigd vet

Om te onthouden welke van de twee goed of slecht zijn, kun je denken aan
O = O

Onverzadigd vet = Oké, deze verkleinen de kans op hart- en vaatziekten
Verzadigd vet = Niet oké

Door Meta

Permeabel membraan

Om te onthouden wat een permeabel membraan is, kun je denken aan
Per = per

Permeabel membraan = permissive membrane –> doorlaatbaar membraan

Door George

Alle tijdvakken van de aarde

Pratende Choco Stengels Doen Charismatische Pogingen Tot Jodelen, Kruipend Tussen Kwallenpootjes

P recambrium
C ambrium
S iluur
D evoon
C arboon
P erm
T rias
J ura
K rijt
T ertair
K wartair

Door Henk

Taxonomische indeling dierenrijk

Om de ordening van het dierenrijk in te delen, kun je denken aan de zin
Als Kleine Otters Fietsen Gaan Stelen

A fdeling
K lasse
O rde
F amilie
G eslacht
S oort

Door Maria

De stikstofbasen in een DNA-molecuul

AT is GeC (Ad is gek)

A denine
T hymine

G uanine
C ytosine

Door Sanne

De levensstadia van een koolwitje

Om de levensstadia te onthouden, kun je denken aan de zin
Evert Rijdt Plots Verkeerd

E i
R ups
P op
V linder

Door Dinja

Functies steunweefsels

De functies van steunweefsels kun je onthouden met BOOT VS

B escherming
O pslag
O ndersteuning
T ransport
V erbinding
S tevigheid

Door Justin

Functies in zenuwstelsel

Deze kun je onthouden met RO CV EU 

R eceptoren –> O ntvangen
C onductoren –> V oortgeleiden
E ffectoren –> U itvoeren

Door Miran

Het verschil tussen genotype en fenotype

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk

Door Marijke

Organische stoffen

Deze kun je onthouden met het acroniem KaPSaLoN

K oolstofverbindingen
S achariden
L ipiden
P roteïnen
N ucleïnezuren

Door Evy

Smaakpapillen

Om de verschillende smaakpapillen te onthouden, kun je denken aan ZoZoZuBi

Zo ut
Zo et
Zu ur
Bi tter

Door Anoniem

Het verschil tussen een spar en een den

Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D

Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)

Door Maxime

De fasen van een cel

De fasen die een celcyclus doorloopt, kun je onthouden met de zin
In Parijs Poepen Mensen Altijd Telefonerend

I nterfase
P rofase
P rometafase
M etafase
A nafase
T elofase

Door Jaap
Home
Alle items
Uploaden