Duits Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Voorzetsels met vierde naamval

Sommige voorzetsels hebben automatisch de vierde naamval bij zich. Deze voorzetsels zijn te onthouden met het ezelsbruggetje DOFEGUB (doof visje): 

D urch 
O hne 
F ür 
E ntlang 
G egen 
U m 
B is

Deze zin werkt ook:
De Feestelijke Ober Uit Griekenland Eet Bananen.


Door amber

Umlaut

Alle medeklinkers uit het woord Auto krijgen een ümlaut

Door jacco

Voorzetsels van Dativ

Altijd Bij Moeder Naar Sport Vereniging op Zaterdag

Aus
Bei
Mit
Nach
Seit
Von
Zu

Door Thies

GANS von BAMZE

Gegenüber – tegenover
Aus – uit
Nach – naar/na/volgens
Seit – sinds

VON – van

Bei – bij
Außer – behalve
Mit – met
Zu – naar/ bij
Entgegen – tegemoet

Door Michelle

Voorzetsels met datief

Gebruik het zinnetje “Met bij nacht van tegenover huis te zijn”

Met = mit
bij = bei
nacht = nach
van = von
tegenover = gegenüber
huis (=Haus) = aus
te = zu
zijn (=sein) = seit

Door Robbe

Voorzetsels met de 3e naamval

Op deuntje van vader Jacob

aus bei mit nach
aus bei mit nach
Seit von zu
Seit von zu
Auber genüber
Auber genüber
Ent-ge-gen
Ent-ge-gen

Door Anoniem

Dativ voorzetsels

Zaagmens BV

Z= zu
a= aus
a= außer
g= gegenüber
m= mit
e= entgegen
n= nach
s= seit

B= bei
V= von

Door Daniël

De voorzetsels bij de akkusativ

De voorzetsels bij de akkusativ zijn te onthouden met de zin
Beer Doodt Geen Oudtjes En Fietst Uren

B is
D urch 
G egen 
O hne 
E ntlang 
F ur 
U m

Door Paul

Modale werkwoorden

mogen=dürfen
kunnen=können
lusten=mögen
moeten=müssen
moeten=sollen
willen=wollen
weten=wissen

Mag jij, wil jij, lust jij dat wel? Moet ik, moeten wij, willen we dat weten?

Darfst du, kannst du, magst du das wel? Muss ich, sollen wir, wollen wir das wissen?

Uit je hoofd en zo weet je de betekenis

Door Mirjam

Duitse Getallen

Om de Duitse getallen te onthouden, kun je denken aan dit rijmpje

Ein, Zwei, Polizei
Drei, Vier, Offisier
Fünf, Zechs, Alte Heks
Sieben, Acht, Guten Nacht
Neun, Zehn, Auf Wiedersehen!

Door Roos

4e naamval voorzetsels

Om de voorzetsels uit de 4e naamval te onthouden kun je zeggen:
Bier Uit Een Flesje Dood Geen Oudjes

Bis
Um
Entlang
Durch
Gegen
Ohne

Door Lise

Voorzetsels met de dativ

Om te onthouden welke voorzetsels met de dativ gaan, kun je het volgende rijmpje op het deuntje van Vader Jacob zingen

Aus bei mi-it, aus bei mi-it

Von zeit zu, von zeit zu

Immer mit dem dativ, immer mit dem dativ

Gegen über nach, gegen über nach

Door Elise

Das Märchen

das Märchen = het sprookje

Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje).  In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.

Door Myrthe

Lied 3e naamval + de rest

1. Zing het deze tekst op de melodie van vader jacob:

Aus bei mit nach
aus bei mit nach
seid von zu
seid von zu
außer gegenuber
außer gegenuber
entgegen
entgegen

2.
Rechts En Snel Evacueren
Snel Rechts Snel Rechts
Maar Rechts Mag Niet
Niet Eerst Snel Eten

ik hoop dat jullie er wat aan hebben. zo heb ik het geleerd.

Door Anoniem

Zelt

Das Zelt = de tent

Zelt lijkt op zeil en voor een tent heb je een zeil nodig.

Door Moniek

Werkwoorden bij de derde naamval

De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank

G lauben

G ehören

G ratulieren

H elfen

D anken 

Door Mary

De werkwoorden met een umlaut op de a

AFGeFFaLLen WerkWoorden Hebben STresS

A nfangen
F angen
G efallen
F allen
F ahren
L aufen
L assen
W aschen
W achsen
H alten
S chlagen
T ragen
S chlafen

Door Seher

Keuzevoorzetsels Duits

In Andere Achterbuurten Hebben (mensen) Uiteraard Nooit Zeeën Uien (zien) Vliegen

In = in, naar
An = aan, bij, naar
Auf = op
Hinter = achter
Unter = onder
Neben = naast
Zwischen = tussen
Über = boven, over
Vor = voor

Door Anoniem

Wanneer ‘die’ als voorzetsel

Woorden die eindigen op ‘skiehut’ hebben het lidwoord ‘die’ voor het zelfstandig naamwoord:

S chaft

K eit

I on

E i

H eit
U ng

T ät

Door Tijn

GOUDBEF 4e naamval

Gegen – tegen
Ohne – zonder
Um – om
Durch – door
Bis – tot
Entlang – langs
Für – voor

Door Michelle

De voorzetsels bij Der

De voorzetsels die met Der samengaan, kun je onthouden door het acroniem DJ WAMS

D ies –> deze
J ed –> iedere, menig
W elch –> welke
A ll –> alle(s), iedereen
M anch –> sommige, menig
S olch –> zulke

Door Beau

ADie (AltijdDie)

Als je bij Duits het meervoud gebruikt, dan is het lidwoord “die”

Door Anne

auto

weet je niet welke klinkers een umlaut krijgt?

alle klinkers in AUTO krijgen een umlaut(ä)

Door jacco

Dieb

Dieb = boef

Probeer dieb als een acroniem te zien, DIEB

D at
I s
E en 
B oef

Door Vera

Welke letters umlaut?

De umlaut in het duits kan alleen met de auto klinkers, äütö dus

Door Lientje

De werkwoorden met der, die & das

Er zijn 8 bijvoeglijke naamwoorden die net zo vervoegd worden als der, die & das. Deze kun je onthouden met de zin
Deze Week Maakt Sanne Alle Jongens Jaloes

D ieser
W elcher

M ancher

S olcher

A ller

J ener

J eder

Door Anoniem

Vorvahren

Vorvahren= voorouders

Diegenen die voor je waren zijn je voorouders

Door Daniil
Home
Alle items
Uploaden