
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Eilanden van Zeeland
De eilanden van Zeeland kun je onthouden met de zin
Geen STaat Neemt Water Zo Zerieus
G oerree Overvlakkee
S chouwe Duiveland
T holen
N oord-Beverland
W alcheren
Z uid-Beverland
Z eeuws-Vlaanderen
Soorten reliëf
Om te onthouden wat voor soorten reliëf er zijn, kun je denken aan het woord
LaHeMiHo
La agland
He uvelland
Mi ddelgebergte
Ho oggebergte
coördinaten?
Meiden, BH eerst voor dat je een T-shirt aandoet!
Breedte eerst
Hoogte laatste
Het verschil tussen neus en zolen
Neus = bovenaan de landkaart
Zolen = onderaan de landkaart
Je eigen neus zit ook bovenaan en je zolen onderaan
IJsland – Reykjavik
Om het land IJsland met hoofdstad Reykjavik te onthouden, kun je denken aan de zin
Rij jij of rij ik?
Zeeuwse wateren
Om de Zeeuwse wateren te onthouden, gebruik ik altijd het volgende: Hartelijk Gefeliciteerd Oud Wijf
HGOW = Haringvliet Grevelingen Oosterschelde Westerschelde (van boven naar beneden op de kaart)
Technisch tekenen
Om de verschillende vormen van technisch tekenen te onthouden, kun je denken aan VESP
V erklarende tekeningen
E xploded view tekeningen
S triptekeningen
P rojecttekeningen
Amsterdamse grachten
Om de volgorde van de grachten van Amsterdam te onthouden, kun je denken aan de zin
Prinsen Kopen Heren Schoenen
P rinsengracht
K eizersgracht
H erengracht
S ingel
Landschappen
Om de landschappen te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Zonder Landschappen Zal De Rest Vergaan
Z andlandschap
L össlandschap
Z eekleilandschap
R ivierkleilandschap
V eenlandschap
Lagen van een berg
Om de bedekkingslagen van een berg te onthouden, kun je denken aan ERANL
E euwige sneeuw
R otsgordel
A lpeweiden
N aaldboomgordel
L oofboomgordel
De Zuidpool en de Noordpool
Om te onthouden waar de pinguins en de ijsberen leven, kun je denken aan
U = U en R = R
zUidpool = pingUins
nooRdpool = ijsbeeR
Het overdragen van cultuurelementen
Om te onthouden hoe cultuurelementen in de moderne tijd worden overgedragen, kun je denken aan het acroniem ICT
I nternationale handel
C ommunicatiemiddelen (Modern)
T oerisme
Vestigingsfactoren
Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT
W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport
Grote rivieren in Nederland
De grote rivieren van Nederland, van boven naar beneden, kunnen onthouden worden met de zin
Rare Weelderige Mannen
R ijn
W aal
M aas
Barometer
Om te onthouden wat de wijzers op een ronde Barometer betekenen, kun je denken aan L=L
L inks = L age luchtdruk
Hogedrukgebied en lagedrukgebied
Om het verschil te onthouden denk aan een strand in bijvoorbeeld Spanje
🌤 Hogedrukgebied = hoog aantal toeristen
want veel zon, is weinig bewolking, is weinig neerslag
🌧 Lagedrukgebied = laag aantal toeristen
want weinig zon, is veel bewolking, is veel neerslag
Er zijn weinig mensen om het strand bij slecht weer.
Daarbij kun je denken aan het rijmpje
“Hoog is droog en laag is vaag”
Hoog drukgebied is droog weer, laag drukgebied is regen
Löss-landschap
LÖSS-landschap is een landschap dat ontstaan is in de IJstijd, doordat zeer fijne LOSSE deeltjes stof mee waaiden met de wind, naar Zuid-Nederland. Het is een zeer kalkrijk en vruchtbaar landschap.
Landen Midden-Amerika
Om de landen in Midden-Amerika te onthouden, van Noord naar Zuid en van links naar rechts, kun je denken aan de zin
Moeder Ging Bijna Elke Hete Nacht Citroenen Plukken
M exico
G uatamala
B elize
E l Salvador
H onduras
N icaragua
C osta Rica
P anama
Belgische vlag
Om de kleuren van de Belgische vlag te onthouden, van links naar rechts, kun je denken aan
ZWAGER
ZWA rt
GE el
R ood
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
Hoofdsteden Roemenië en Hongarije
De Boeddha heeft honger en gaat dus naar HONGArije (Boedapest) en door een boek krijg je roem dus Boekarest ligt in Roemenië
De eilanden
De eilanden onthoud je met het woord TV-TAS
T Texel
V Vlieland
T terschellingen
A Ameland
S Schiermonnikoog
Schaalvergroting rekenen
2 formules, en je weet alles:
Toename:
(nieuw : oud x 100%)-100
Afname:
100-(nieuw : oud x 100%)
Bijvoorbeeld: Een bedrijf had eerst 200 euro, later 300. Dan doe je: (300 : 200 x 100%)-100 = 50% gestegen
De IJstijden
Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP
W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd
De lagen van de atmosfeer
Trage Stieren Maken Trage Eieren
T roposfeer
S tratosfeer
M esosfeer
T hermosfeer
E xosfeer
