
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Zweden – Stockholm
Om het land Zweden met de hoofdstad Stockholm te onthouden, kun je denken aan
Van Stokhollen ga je zweten
Nigeria – Abuja
Om het land Nigeria met de hoofdstad Abuja te onthouden, kun je denken aan
Nigeria –> negeren
Abuja –> boeien
Himalaya
De Himalaya is de hoogste berg ter wereld, je kunt dus de
himmel aaien [hemel aaien]!
Barometer
Om te onthouden wat de wijzers op een ronde Barometer betekenen, kun je denken aan L=L
L inks = L age luchtdruk
De lagen van de Aarde
De lagen kun je onthouden door te denken aan
Nina Plaagt Bas Stevig, Kim Rent Duizelig Hierheen
N etlaag
P apillenlaag
B asaalcellenlaag
S tekellaag
K orrellaag
R einse barrière
D oorschijnendelaag
H oornlaag
Belgische vlag
Om de kleuren van de Belgische vlag te onthouden, van links naar rechts, kun je denken aan
ZWAGER
ZWA rt
GE el
R ood
Het verschil tussen kathode en anode
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan KNAP
K athode is
N egatief
A node is
P ositief
Oost-Europa
Enkele Oost-Europese landen kunnen onthouden worden met de zin
Slaan Om Te Slaan Heel Raar
S lovenië
O ostenrijk
T sjechië
S lowakije
H ongarije
R oemenië
De schalen
Om de verschillende schalen op een kaart te onthouden, kun je denken aan de zin
Loop Recht Naar C Man
L okale schaal
R egionale schaal
N ationale schaal
C ontinentale schaal
M ondiale schaal
Import-Export
IMport lijkt op in en komt dus vanuit een ander land Nederland in
EXport is je ex en gaat dus weg.
Kenmerken concurrentiekracht
Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT
P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren
Baltische staten en hoofdsteden
De Baltische staten zijn van boven naar beneden
EsLeLi (of: eslelie)
Es tland
Le tland
Li touwen
Zo zijn de hoofdsteden:
TaRiVi
Ta linn
Ri ga
Vi lnius
Het verschil tussen verticaal en horizontaal
Om het verschil tussen verticaal en horizontaal te onthouden, kun je denken aan V = V
Verticaal = vallen, van boven naar beneden
Horizontaal = van links naar rechts
Daarbij kun je ook bedenken dat de horizontaal zo plat is als de horizon.
Lagen van een berg
Om de bedekkingslagen van een berg te onthouden, kun je denken aan ERANL
E euwige sneeuw
R otsgordel
A lpeweiden
N aaldboomgordel
L oofboomgordel
Voorafgaand aan EHBO
Om te onthouden wat er moet gebeuren, voordat EHBO wordt toegepast, kun je gebruik maken van ONWEL
O p gevaar letten
N agaan wat er gebeurd is
W elbevinden van het slachtoffer
E xterne hulp waarschuwen
L aat het slachtoffer waar het is
pull en pushfactoren
Pullfactor: de betekenis van pull is trekken. Dus je trekt mensen aan dus er komen meer mensen naar je land.
Pushfactoren: de betekenis van push is duwen. Dus je duwt mensen uit je land
Interactietheorie
De verschillende onderdelen van de interactietheorie kun je onthouden door CAT
C omplementariteit –> het ene gebied moet iets kunnen leveren waar in het andere gebied vraag naar is
A ndere mogelijkheden –> er mogen geen tussenliggende mogelijkheden zijn
T ransportbaarheid –> het moet allemaal in een redelijk tempo tegen een redelijke prijs kunnen worden vervoerd
Spijkenisse
Om te onthouden dat Spijkenisse aan de Lek ligt, kun je denken aan
De spijker prikt dingen lek
Exogene en endogene krachten
EXogene veranderen de aardkorst van BUITENaf
Je houd je EX (vaak) liever BUITEN de deur
De Eurolanden
Om de Eurolanden te onthouden, kun je deze zin gebruiken
SMS FF BONDIGE CLIPS
S lovenië
M alta
S lowakije
F rankrijk
F inland
B elgië
O ostenrijk
N ederland
D uitsland
I erland
G riekenland
E stland
C yprus
L uxemburg
I talië
P ortugal
S panje
IJstijd in Nederland
De lijn tot waar de ijstijd in Nederland kwam, kun je onthouden door te denken aan de
HUN-lijn
H aarlem
U trecht
N ijmegen
De IJstijden
Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP
W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd
Ooster- en westerschelde
Als je met je neus naar de Noordzee staat, zie je in het Oosten de Oosterschelde en in het Westen de Westerschelde
Het verschil tussen hoge en lage luchtdruk
Om te onthouden hoe de wind draait bij een hoge of lage luchtdruk, kun je denken aan
H=H
Hoge luchtdruk = Horloge, met de klok mee
Lage luchtdruk = Tegen de klok in
Grote rivieren in Nederland
De grote rivieren van Nederland, van boven naar beneden, kunnen onthouden worden met de zin
Rare Weelderige Mannen
R ijn
W aal
M aas
Ecologische Voetafdruk
Deze kun je onthouden door de zin
Aaron Grijpt Brood Vaak Bij Eten
A kkerland
G rasland
B osland
V island
B ouwland
E nergieland
plekken in friesland
HaLeDo Des HeLS
HArlingen
LEeuwarden
Dokkum
Drachten
Heereveen
Lemmer
Sneek
Geologisch tijdperken
Petra’s Coole Oma Snoept Donkere Chocolade Pepernoten Terwijl Jan Kazige Tosti’s Kaant
P = Precambrium
C = Cambrium
O = Ordovicium
S =Siluur
D =Devoon
C = Carboon
P =Perm
T =Trias
J =Jura
K = Krijt
T = Tertiar
K = Kwartair
De geologische afzettingen
Om de afzettingen te onthouden, kun je denken aan de zin
Flessen Eten Geen Moorkop
F luviatiele afzetting (rivier)
E ologische afzetting (wind)
G laciale afzetting (ijs)
M aritieme afzetting (zee)
