Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

De voorzetsels bij de akkusativ

De voorzetsels bij de akkusativ zijn te onthouden met de zin
Beer Doodt Geen Oudtjes En Fietst Uren

B is
D urch 
G egen 
O hne 
E ntlang 
F ur 
U m

Door Paul

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

moleculen met 2 atomen

Brenda Houdt Naakt Feesten In Ons Clubhuis
Br2, H2, N2, F2, I2, O2, Cl2
Broom,Waterstof,Stikstof,Fluor,Jood,
Zuurstof,Chloor.

Door Jeroen

De onderdelen van een bloemplant

Om deze te onthouden, kun je denken aan KeKroMeSt

Ke lkbladeren
Kro onbladeren
Me eeldraden
St amper

Door Nette

Le cafe

Wat drink je een een cafe? Inderdaad de “koffie”. Le cafe is dan ook koffie.

Door Jet

GOUDBEF 4e naamval

Gegen – tegen
Ohne – zonder
Um – om
Durch – door
Bis – tot
Entlang – langs
Für – voor

Door Michelle

Taxonomische indeling

“Rijken Spelen Koning Over Fel Gele Stenen” staat voor
Rijk
Stam
Klasse
Orde
Familie
Geslacht
Soort

Door jacob

Botten in handen en voeten

Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha

V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen

Door Sharon

Taxonomie van Bloom

Ook Boef Trekt Aan Een Cheque

Onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren, creëren.

Door Lennie

Eluiteria

EY LUIE TERING AAP, je maakt misbruik van je VRIJHEID

Door Anoniem

Organische stoffen

Deze kun je onthouden met het acroniem KaPSaLoN

K oolstofverbindingen
S achariden
L ipiden
P roteïnen
N ucleïnezuren

Door Evy

Categorize organism

KiPCOFGeSp

Kingdom
Phylum
Class
Order
Family
Genus
Species

Binomial system Linnaeus

Door Claudia

Cogitare

Cogitare = nadenken

Bij het gitaar spelen moet je nadenken. 

Door Arenda

Quota’s

Voor de quota’s geldt altijd EI en UI

E xport / I mport
U itvoer / I nvoer

Door Astrid

De vlakken van een vierkant

Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers

R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak

Door michiel

Werkwoorden met avoir

Om te onthouden welke werkwoorden met avoir vervoegd worden, kun je denken aan de zin
Een Charmante Cassière Rekende Frustrerend

Être
Changer
Commencer
Réussir
Finir

Door Anoniem

Windroos

Niet
Ontbijten
Zonder
Wafels

Door Hannah

Een Engels uitroepteken

Een uitroepteken (!) = Exclamation mark

Om dit te onthouden, kun je denken aan het Latijn

Ex = uit
Clamare = roepen
Mark = Teken

Door piet

Voorzetsels met de dativ

Om te onthouden welke voorzetsels met de dativ gaan, kun je het volgende rijmpje op het deuntje van Vader Jacob zingen

Aus bei mi-it, aus bei mi-it

Von zeit zu, von zeit zu

Immer mit dem dativ, immer mit dem dativ

Gegen über nach, gegen über nach

Door Elise

Hydrofoob of hydrofiel

Hydrofiel = waterlievend
Hydrofoob = watervrezend

Je kunt dit goed onthouden als je “fiel” van hydrofiel omdraait. Je krijgt dan “lief”.

Hydrofoob is dit ongeveer ook zo maar is iets lastiger maar foob betekend angst.

Door Tim

De eilanden

De eilanden onthoud je met het woord TV-TAS

T Texel
V Vlieland

T terschellingen
A Ameland
S Schiermonnikoog

Door Beyza

Bleu of blue

Frans betekent bleu, want Frankrijk zit nog in de EU
Engels betekent blue, want Engeland zit niet meer in de EU

Door Madelief

Het verschil tussen stalagmieten en stalagtieten

Om het verschil tussen stalagtieten en stalagmieten te onthouden, kun je denken aan

Tieten hangen, mieten staan

Door

Lakmoes papier

Als blauw lakmoes blauw blijft, is het een base. En als het verandert in rood is het een zuur. Wanneer rood lakmoes rood blijft, is het een zuur. En wanneer het verandert in blauw is het een base.
‘B’lauw lakmoes: ‘B’ase
‘R’ood lakmoes: Zuu’r’

Door Annelien

De werkwoorden met der, die & das

Er zijn 8 bijvoeglijke naamwoorden die net zo vervoegd worden als der, die & das. Deze kun je onthouden met de zin
Deze Week Maakt Sanne Alle Jongens Jaloes

D ieser
W elcher

M ancher

S olcher

A ller

J ener

J eder

Door Anoniem

Diu

Diu = lange tijd

Dit duurt een lange tijd

Door Sarah

Het verschil tussen een spar en een den

Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D

Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)

Door Maxime

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Pleurer

Pleurer betekent huilen

Als je pleurt (valt) moet je huilen

Door Fleurtje

De lagen van de opperhuid

Om de lagen van de opperhuid van buiten naar binnen te onthouden, kun je denken aan de zin
Hoor Daar Komt Sint Binnen

H oornlaag
D oorschijnende laag
K orrellaag
S tekellaag
B asaalcellenlaag

Door Martine
Home
Alle items
Uploaden