
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Thursday
Thursday = donderdag
Om dit te onthouden, kun je denken aan Thor’s day –> de Dondergod –> Donderdag
Afkorting zilver
Als je niet kan onthouden dat Ag voor zilver staat, bedenk dan dat Ag staat voor “Ander goud” oftewel zilver.
Groen Rechts aan Stuurbord
Een alternatief voor een ezelsbruggetje dat al op deze pagina staat:
GRaS geeft aan dat er een
Groene lamp zit, aan de
Rechter zijde van een schip, en dat dit
Stuurboord wordt genoemd.
Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….
Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)
Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan P = P en S = S
Primair –> Penis, deze heb je vanaf je geboorte
Secundair –> Schaamhaar, dit krijg je pas in de puberteit
De lagen van de opperhuid
Om de lagen van de opperhuid van buiten naar binnen te onthouden, kun je denken aan de zin
Hoor Daar Komt Sint Binnen
H oornlaag
D oorschijnende laag
K orrellaag
S tekellaag
B asaalcellenlaag
Hydrofoob of hydrofiel
Hydrofiel = waterlievend
Hydrofoob = watervrezend
Je kunt dit goed onthouden als je “fiel” van hydrofiel omdraait. Je krijgt dan “lief”.
Hydrofoob is dit ongeveer ook zo maar is iets lastiger maar foob betekend angst.
Het verschil tussen kathode en anode
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan KNAP
K athode is
N egatief
A node is
P ositief
Devaluatie valuta
De Cognac En Bier Wil(ik)
Devaluatie eigen valuta
↓
Concurrentiepositie verbetert
↓
Export neemt toe, import daalt
↓
Binnenlandse productie neemt toe
↓
Werkgelegenheid neemt toe.
De koersdaling van een munt kan dus de werkgelegenheid bevorderen in een land.
Het verschil tussen spoel en capaciteit
Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE
L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom
C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning
koppelwerkwoorden
ZWeBBeLS & VUN (denk aan fun)
zijn
worden
blijken
blijven
lijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen
Logaritmen en kwadraten
Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??
A^b=C
De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.
Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)
Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B
Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡
7 levenskenmerken
Vroeger ———– Voeden
Aten ————– Ademhalen
Witte ————– Waarnemen
Uilen ————– Uitscheiden
Bijna ————– Bewegen
Geen ————– Groeien
Volkorenbrood —– Voortplanten
De zonen van Noach
Om de drie zonen van Noach te onthouden, kun je denken aan
Jam, Ham en Braadvet
Sem
Cham
Jafeth
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
Het verschil tussen Accusativus en Dativus
ACC = LV, DAT = MV
A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
Löss-landschap
LÖSS-landschap is een landschap dat ontstaan is in de IJstijd, doordat zeer fijne LOSSE deeltjes stof mee waaiden met de wind, naar Zuid-Nederland. Het is een zeer kalkrijk en vruchtbaar landschap.
Eilanden van Zeeland
De eilanden van Zeeland kun je onthouden met de zin
Geen STaat Neemt Water Zo Zerieus
G oerree Overvlakkee
S chouwe Duiveland
T holen
N oord-Beverland
W alcheren
Z uid-Beverland
Z eeuws-Vlaanderen
Nihil
de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.
Draaien
Wanneer je iets open/los of dicht/vast moet draaien.
DROL:
D: Dicht
R: Rechts
O:Open
L: Links
Visualisatie
Om de moleculen die horen bij respectievelijk vast, vloeibaar en gas te onthouden, kun je denken aan een legoblokje, knikkers en stuiterballen
desinere of sinere?
Desinere = ophouden
Sinere = toestaan
De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.
Sinere is dan dus toestaan.
Dus:
Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.
Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.
