
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Een brief schrijven
Om te onthouden waar je aan moet denken bij het schrijven van een brief, kun je denken aan
HoLeKlaSaWIJN
Ho ofdletters?
Le estekens?
Kla korte/lange klinkers?
Sa menstellingen?
W erkwoordspelling juist?
IJ of ei? ou of au? v of f? s of z?
N of zonder -n?
Delen door nul
Delen door nul. Kan dat nou wel of niet?
Met dit ezelsbruggetje vergeet je het nooit meer:
‘delen door nul is gelul’
Oftewel delen door nul is onzin want het kan gewoon niet.
km-hm-dam-m-dm-cm-mm
kan het dametje met de centimeter meten
km=kan
hm=het
dam=dametje
m=met
dm=de
cm=centimeter
mm=meten
Een aap die graag bananen eet
Een aap die graag bananen eet. Iedere eerste letter is de snaar van een gitaar.
Kleuren van de regenboog
Om de kleuren te onthouden, kun je denken aan de zin
Ridder Overwint Gevaarlijk Gevecht, Blinkend In Victorie Ridder
R ood
O ranje
G eel
G roen
B lauw
I ndigo
V iolet
Marry and bury
Om te onthouden met hoeveel r’en de woorden ‘marry’ en ‘bury’ gespeld worden, kun je denken aan
Trouwens (marry) doe je met zijn tweeën, begraven worden doe je alleen.
Overijssel
Bij topografie vragen ze naar drie steden in de provincie Overijssel. Dat zijn Almelo Hengelo en Enschede om deze volgorde te onthouden moet je dit onthouden: AHE
A : Almelo
H : Hengelo
E : Enschede
Als je dit vaak herhaald onthoud je het.
ημεις en υμεις
ημεις betekent wij, we
υμεις betekent jullie
‘η’ spreek je hetzelfde uit als de ‘e’ in we (2e letter)
‘Ï…’ spreek je hetzelfde uit als de ‘u’ in jullie (2e letter)
Goniometrie; SOL, CAL, TOA (Bij rechthoekige driehoeken)
SOL: sin(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
CAL: cos(α) = aanliggende (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
TOA: tan(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ aanliggende (rechthoekszijde)
SOS/CAS zijn hetzelfde als SOL/CAL, maar een schuine zijde kan soms lastig te herkennen zijn.
Genus Latijn
Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.
Spannningsreeks van de metalen
Kleine Naftaline Can en Mg Alleen op Zn en Feestdagen Snoepen en Probeert het Cussen Hoog Achter in de PostAuto.
K Kalium Na Natrium Ca Calcium Mg Magnesium
Al Aluminium Zn Zink Fe IJzer Sn Tin Pb Lood Cu Koper Hg Kwik PT Platina Au Goud
‘avoir’ geen gevaar / ‘etre’ oplette(n)
Als in het Frans bij de voltooide tijd het hulpwerkwoord ‘avoir’ is, verandert het voltooid deelwoord niet. Bij ‘etre’ wel.
Vb:
(avoir) Elle a mangé
(être) Elle est rentrée
De Muzen
Om de namen van de muzen te onthouden, kun je denken aan
Een Eend Uit Peking Kookt China Met Trage Tools
E uterpe
E rato
U rania
P olyhymnia
K alliope
C lio
M elpomene
T erpsichore
T haleia
Nescire
Nescire = niet weten
Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit
Het verschil tussen een optimist en een pessimist
Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval
Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)
Gevaccineerde ziektes
Om de gevaccineerde ziektes te onthouden, kun je denken aan het acroniem DKTP;BMR
D ifterie
K inkhoest
T etanus
P olio
B of
M azelen
R ode Hond
Het verschil tussen ei en ij
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
EI = EI en IJ= IJ
De ge-kipte EI = het EI van een kip
De ge-stipte IJ = met 2 stipjes IJ
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
Het verschil tussen Flora en Fauna
Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L
FLora = pLanten
Fauna = dieren
De carpale botten
Om de acht carpale botten te onthouden, kun je denken aan
Sam Likes To Push The Toy Car Hard
Proximaal van duim naar pink
S caphoid
L unate
T riquetrum
P isiforme
Distaal van duim naar pink
T rapezium
T rapezoid
C apitate
H amat
Uitgangen futuro
De uitgangen van de futuro komen grotendeels overeen met de uitgangen van haber, van de preterito perfecto.
Ik heb gegeten: He comido
Ik zal eten: comeré
De uitgang is dus de ‘h’ weg en een accent erop. Dit geldt voor allemaal behalve hemos en habéis, die worden respectievelijk ‘emos’ en ‘éis’.
