
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen een kameel en een dromedaris
Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken
Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult
Het verschil tussen AM en PM (Latijn)
Anti Meridiem (voor de noen) –> AM –> Vóór 12 uur ’s middags
Post Meridiem (na de noen) –> PM –> Ná 12 uur ’s middags
Alle tijdvakken van de aarde
Pratende Choco Stengels Doen Charismatische Pogingen Tot Jodelen, Kruipend Tussen Kwallenpootjes
P recambrium
C ambrium
S iluur
D evoon
C arboon
P erm
T rias
J ura
K rijt
T ertair
K wartair
De ontwikkelingen van Nederland
Om de ontwikkelingen in chronologische volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Er Staan Onder de Peper Meer Eieren OEV!
E einde Middeleeuwen
S taten Generaal opgericht
O ntstaan banken
P estepidemie Europa
M moord op Floris V
E inde kruistochten
O ntstaan stadsrecht en ontginningen woeste gronden
E erste Kruistocht
V erbetering landbouw Steden & Staten
Osmose
Osmose is een proces op basis van diffussie, waarbij een oplossing door een semi-permeabel membraan gaat en alleen vloeistof doorlaat en niet de stoffen
Dit kun je onthouden door OSMOSE zelf
O plossing
SM semi-muur
Rekenkundige bewerkingen
Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen?
H= Haakjes
M= Machtsverheffen
W= Worteltrekken
V= Vermenigvuldigen
D= Delen
O= Optellen
A= Aftrekken
Schaalvergroting rekenen
2 formules, en je weet alles:
Toename:
(nieuw : oud x 100%)-100
Afname:
100-(nieuw : oud x 100%)
Bijvoorbeeld: Een bedrijf had eerst 200 euro, later 300. Dan doe je: (300 : 200 x 100%)-100 = 50% gestegen
Factoren van 5 vermenigvuldigen
Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5
Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –> 70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625
Volgorde bytes
Om de volgorde te onthouden kan je denken aan het zinnetje “Bruine Kangoeroes maken geen troep”
Bruine = byte
Kangoeroes = Kilobyte
Maken = megabyte
geen =gigabyte
troep= Terrabyte
Ooster- en westerschelde
Als je met je neus naar de Noordzee staat, zie je in het Oosten de Oosterschelde en in het Westen de Westerschelde
Het verschil tussen bleu en blue
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Frans –> bleu, met EU, want Frankrijk zit nog in de EU
Engels –> blue, met UE, want Engeland zit niet meer in de EU
Embryologie van de gehoorbeentjes
ACH MIS HAS
A rticulare = M alleus = H amer
Q(c)uadratum = I ncus = A ambeeld
H yomandibulare = S tapes = S tijgbeugel
Het verschil tussen où en ou
Oú = waar
Ou = of
Je kunt hierbij denken aan de vraag; waar is het streepje?
Als het streepje erop staat, is het óu –> waar
Een Engels uitroepteken
Een uitroepteken (!) = Exclamation mark
Om dit te onthouden, kun je denken aan het Latijn
Ex = uit
Clamare = roepen
Mark = Teken
De meren van de VS
Om de vijf grote meren van de VS te onthouden, kun je denken aan HOMES
H uron
O ntario
M ichigan
E rie
S uperior
Bleu of blue
Frans betekent bleu, want Frankrijk zit nog in de EU
Engels betekent blue, want Engeland zit niet meer in de EU
Without
Without = zonder
Om de correcte spelling en de betekenis van het woord ‘without’ te onthouden, kun je denken aan de zin
‘zonder without’.
De carpale botten
Om de acht carpale botten te onthouden, kun je denken aan
Sam Likes To Push The Toy Car Hard
Proximaal van duim naar pink
S caphoid
L unate
T riquetrum
P isiforme
Distaal van duim naar pink
T rapezium
T rapezoid
C apitate
H amat
Concurreren
Om te juiste spelling van het woord ‘concurreren’ te onthouden, kun je denken aan
Concurreren doe je niet alleen
De r is niet alleen
Nederlandse Antillen
Om de Nederlandse Antillen te onthouden, kun je denken aan
ABC – SSS
A ruba
B onaire
C uracao
S ab
S int-Eustasius
S int-Maarten
Congenitale infecties
De belangrijkste congenitale infecties
TORCHES
T oxoplasmose
R ubella
C MV
H IV / He patitis
S yfilis
Muzieknoten
Op deze manier kun je onthouden dat de noten maar tot G gaan!
A t/m G en de rest doet niet mee!
De vier fasen van een experiment
Deze kun je onthouden met de zin
Bekende Vlamingen willen Centrale Verwarming
B eschrijven
V erklaren
C ontroleren
V oorspellen
de Dativ voorzetsels
ZAAGMENS BV
Z = zu
A = aus
A = außer
G = gegenüber
M = mit
E = entgegen
N = nach
S = seit
B = bei
V = von
Het verschil tussen spoel en capaciteit
Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE
L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom
C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning
Causa
Causa = reden/oorzaak
Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak
Diode met kathode en anode
De kathode is negatief en de anode is positief.
Ezelsbruggetje is het woordje: KNAP
