
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Landschappen
Om de landschappen te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Zonder Landschappen Zal De Rest Vergaan
Z andlandschap
L össlandschap
Z eekleilandschap
R ivierkleilandschap
V eenlandschap
Ascenseur en escallier
Ascenseur betekent lift
Escallier betekent trap
Een ascenseur heeft een deur, een escallier heeft een tree. Een lift heeft een deur en een trap heeft een tree.
Formule voor energie
De formule kun je onthouden door te denken aan PET
p = E/T
p = Vermogen
E = Energie
T = Tijd
Oorzaken van mobiliteit
De oorzaken van mobiliteit kan je onthouden met WIVES:
Welvaart
Individualisering
Vergrijzing
Emancipatie
Schaalvergroting
Tafel van 11
Bijv 11 ×54 wat je doet is je pakt het eerste getal van (54) dus 5 dan moet je de twee cijfers bij elkaar optellen (5+4)=9 en dan pak je het laatste getal dus 4 en dan plakje het aan elkaar dus
594 zie je simpel
vermogen berkenen
je onthoud de volgorde van vermogen, spanning en stroom sterkte door:
vespa sterkte
ve- VErmogen
spa- SPAnning
sterkte- stroomSTERKTE
De niveaus van ecologie
“Ik Pak Lekker Eten” staat voor
Individu
Populatie
Levensgemeenschap
Ecosysteem
De economische factoren van de secundaire factor
Deze kun je onthouden met het acroniem BOWIE
B ouw
O ntginning van delfstoffen
W aterwinning
I ndustrie
E nergie opwekken
addere
addere = toevoegen
addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.
De oceanen
Om de 5 oceanen te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Geen Attracties In Zoo Artis
G rote Oceaan
A tlantische Oceaan
I ndische Oceaan
Z uidelijke Oceaan
A rctische Oceaan
Present Simple en signaalwoorden
De present simple komt voor bij gewoonte, regelmaat en feit
Dit kun je onthouden door GiRaF
De signaalwoorden kun je onthouden met
SNORFEUS
S ometimes
N ever
O ften
R egularly
E very
U sually
S eldom
De actiepunten bij EHBO
De tien geboden voor de eerste hulpverlening, kun je onthouden met de zin
Goh, Gisteren Scheelde Het Maar Anderhalve Actiepunt Bij de C&R
G evaar?
G etuigen?
S lachtoffer aanspreken
H ulp zoeken/roepen
M ond bekijken
A demhaling controleren
A larm slaan
B eadem tweemaal
C irculatie controleren
R eanimeren
Het verschil tussen supinatie en pronantie
Supinatie –> de beweging die je maakt als je soep van een lepel eet
Pronantie –> de beweging die je maakt als je een slok neemt, proost!
covalenties
covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)
covalentie 2:
O(f)
S(anne)
covalentie 3:
N(o)
P(roblem)
covalentie 4:
C(heese)
je moet er een verhaaltje van maken
Duitse Getallen
Om de Duitse getallen te onthouden, kun je denken aan dit rijmpje
Ein, Zwei, Polizei
Drei, Vier, Offisier
Fünf, Zechs, Alte Heks
Sieben, Acht, Guten Nacht
Neun, Zehn, Auf Wiedersehen!
De IJstijden
Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP
W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd
LE PAS. COMP. AVEC ÊTRE
Om te weten welke werkwoorden met être worden vervoegd in de passé composé moet je “MAARTEN P.R.” onthouden.
Montre <-> descendre
Arriver <-> partir
Aller <-> (re)venir
Rentre
Tomber
Entre <-> sortir
Naître <-> mourir
P.asser
R.etourner
+ les verbes pronominaux
Dès que
Dès que = zodra
1. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dekken.
Wordt:
2. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dès que
De wet van Ohm
Deze kun je onthouden aan Oom RUDI
Ohm –> R = U/I
R = weerstand
U = spanning
I = stroomsterkte
Het verschil tussen biceps & triceps
Het verschil tussen biceps en triceps kun je onthouden door
B=B en TR=TR
Bicep = Buigspier
TRicep = TRekspier
Tacere
Tacere = zwijgen
Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit
Botten in handen en voeten
Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha
V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen
Lagen van de opperhuid
Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd
B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag
Het verschil tussen Bruto en Netto
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
BRUTO –> de belasting e.d. gaat op BRUTE wijze van je loon af
NETTO –> je houdt nog NET wat over
Voorzetsels ablativus
Pro e(x) A(b) Sine in de sub cum
ezelsbrug: Proef appelsienen in de soepkom
