Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Het verschil tussen sovchozen en kolchzen

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan SOV = SOV en KOL = COL

Sovchozen –> Sovjet-Unie staatsboerderijen
Kolchozen –> collectieve boerderijen

Door Mariska

Reductor of oxidator?

In reductor zit het Engelse woord “reduce”=verminderen en de reductor stoot dus elektronen af
Dan neemt de oxidator de elektronen op

Door Rianne

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

Somnus

Somnus = slaap

Als ik slaap, denk ik aan sommen

Door Jootje

Ta kaka

Ta kaka = ellende, rampen, ongeluk

Het is ellende als je moet kakken

Door Sterre

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

Pensioenstelsels

Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.

Door Floor

noten aflezen

als je een de noten op de lijn wilt weten doe je

Eet-Veel-Bananen-Dom-Fruit
de eerste letter is de noot

en tussen de letters

FACE

Door Timo

Craniale zenuwen

Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)

Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More

Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …

Door Maza

Ontleden van een zin

Voor het ontleden van zinnen:

Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.

Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)

Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)

Zeilen = zinsdelen

Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)

Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)

Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)

Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!

Door Marit

Toedieningsvormen

De verschillende toedieningsvormen kun je onthouden met SPROLTS

S ystematisch
P arentaal
R ectaal
O raal
L okaal
T ransdermaal
S ublinguaal

Door Esther

Satelliet

Om de spelling van het woord ‘satelliet’ te onthouden, kun je denken aan
In saté zitten altijd twee stokjes

Door Kim

De geologische afzettingen

Om de afzettingen te onthouden, kun je denken aan de zin 
Flessen Eten Geen Moorkop

F luviatiele afzetting (rivier)
E ologische afzetting (wind)
G laciale afzetting (ijs)
M aritieme afzetting (zee)

Door Sanne

productiefactoren

de 4 productiefactoren
KANO
K: kapitaal
A: arbeid
N: natuur
O: ondernemerschap

Door lizzie

Functies bindweefsel

De functies kun je onthouden door de zin
Stevige Trek, Bier Helpt Ook!

S teun en verbindende functie (oa organen, bot en kraakbeen)
T ransportmedium (cellen en bloed)
B eschermende functie (voorkomen van het verspreiden van micro-organismen)
H erstellende functie, na weefselschade
O pslag, chemische energie in vetcellen of Ca2+ en water in het bindweefsel.

Door Lars

REI-regel

Vóór de uitgang van vrouwelijke woorden staat een RHO, EPSILON, of IOTA?
Dan kan er NOOIT een ÉTA achteraan komen. In plaats daarvan komt er altijd een ALFA.

Door Marissa

Assimiliatie en Dissimiliatie

A = A
D = D

Assimiliatie = Aanbouw –> De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen

Dissimiliatie = Destructie –> De afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen

Door Esther

Leizie

LeiCie.

Bij de spoel (L) komt de stroom (I) na de spanning (E).
Bij de compensator (C) komt de stroom (I) voor de spanning (E).

Door Milan

hogedrukgebied

denk bij hogedrukgebied aan bosbranden bij bosbranden geen regen dus bij hogedrukgebied ook geen regen
dus onthoud hb (hogedrukgebied bosbranden)

Door Jeroen

Voedingstoffen biologie

“Vader en moeder willen veel kinderen staan” voor de 6 voedingstoffen:
Vetten
Eiwitten
Mineralen
Water
Vitaminen
Koolhydraten

Door christian

Spanning, Stroom en Weerstand

Om het onderscheid te onthouden tussen spanning, stroom en weerstand, kun je denken aan
USV ISA RO

U –> Spanning in Volt
I –> Stroom in Ampère
R –> Weerstand in Ohm

Door younes

De Eurolanden

Om de Eurolanden te onthouden, kun je deze zin gebruiken
SMS FF BONDIGE CLIPS

S lovenië
M alta
S lowakije

F rankrijk
F inland

B elgië
O ostenrijk
N ederland
D uitsland
I erland
G riekenland
E stland

C yprus
L uxemburg
I talië
P ortugal
S panje

Door Sien

Quarere

Quarere = zoeken

Alle letters staan door elkaar, je moet op zoek naar het woord

Door Fenna

Het verschil tussen At en Ad

Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.

At = maar
Ad = naar

aT = Maar.

Door Danique

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

Het verschil tussen suspensie en emulsie

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en L = L

Suspensie = vloeistof + vaste stof –> Solid
EmuLsie = vloeistof + vloistof –> Liquid

Door Wybe

Servat

Servat = hij beschermt, bewaart, behoudt

Een servet beschermt je tegen vieze kleren

Door Eva

Deinde

Deinde = vervolgens

Vervolgens deinde het schip

Door Anne

Km² Km³

Bij km² dan moet er 2 nullen bij en bij km³ 3 nullen.

Door Anoniem

Ontkenningen Frans

Ne plus: bij de plus betaal je NIET meer
Ne jamais: bij de jamin betaal je NOOIT
Ne rien: bij Rien betaal je NIETS
Ne pas encore= NOG NIET vergeten, pas op voor core.

Door joey
Home
Alle items
Uploaden