
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
vertaling van het Griekse woord κελευω
De drukke kinderen klooien altijd tijdens BV
κελευω klinkt een beetje als klooien
en de vertaling van κελευω is Bevelen, Verzoeken
Zeeuwse wateren
Om de Zeeuwse wateren te onthouden, gebruik ik altijd het volgende: Hartelijk Gefeliciteerd Oud Wijf
HGOW = Haringvliet Grevelingen Oosterschelde Westerschelde (van boven naar beneden op de kaart)
Omzetberekening
Om te onthouden wat de berekening voor omzet is, kun je denken aan OPA
O mzet =
P rijs x
A fzet
De leesstrategieën
De verschillende leesstrategieën kun je onthouden door de zin
Kom, Ik Ga Zo Op School
K ritisch
I ntensief
G lobaal
Z oekend
O riënterend
S tuderend
Marry and bury
Om te onthouden met hoeveel r’en de woorden ‘marry’ en ‘bury’ gespeld worden, kun je denken aan
Trouwens (marry) doe je met zijn tweeën, begraven worden doe je alleen.
Een aap die graag bananen eet
Een aap die graag bananen eet. Iedere eerste letter is de snaar van een gitaar.
Baltische staten en hoofdsteden
De Baltische staten zijn van boven naar beneden
EsLeLi (of: eslelie)
Es tland
Le tland
Li touwen
Zo zijn de hoofdsteden:
TaRiVi
Ta linn
Ri ga
Vi lnius
De volgorde van de ethanen
Met Een Poncho Blijft Peter Heel Hoog Ook Nog Droog
Methaan CH4
Ethaan C2H6
Propaan C3H8
Butaan C4H10
Pentaan C5H12
Hexaan C6H14
Heptaan C7H16
Octaan C8H18
Nonaan C9H20
Decaan C10H22
Landschapzones
Paarse Bloemen Groeien Samen Aan Tulpen
Polaire, boreale, gematigde, subtropische, aride, Tropisch
traplopen na trauma
trap op
je loopt naar de hemel dus je zet je goede been eerst neer (niet- aangedane zijde)
trap af
je loopt naar de hel dus je zet je slechte been eerst neer (aangedane zijde)
Causa
Causa = reden/oorzaak
Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak
Beroerte
Om te onthouden wat de signalen zijn voor een beroerte, kun je denken aan
FAST
F ace (hangen van een zijde van het gezicht)
A rm (één kant van het lichaam zal minder goed kunnen meewerken, arm gaat niet meer goed omhoog)
S peech (iemand praat opvallend anders)
T ime (snel handelen is belangrijk omdat anders geen behandeling met atropine kan worden gestart na 3 uur)
Variabelen
Om het verschil tussen onafhankelijke, afhankelijke en interveniërende variabelen te onthouden, kun je denken aan O = O en IN = IN
Onafhankelijke variabele = Oorzakelijke variabele
Afhankelijke variabele = variabele die je kunt beïnvloeden
INterveniërende variabele = de variabele tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele in
Botten in handen en voeten
Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha
V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen
Volgorde meters
Mieren Checken De Mail Dagelijks, Het Kan
De volgorde van de meters dus ook: mm cm dm m dam hm km
De muzieknoten – Sound of Music
Do – Doe, a deer, a female deer
Re – Raiy, a drop of golden sun
Mi – Me, a name I call myself
Fa – Far, a long, long way to run
So – Sew, a needle pulling thread
La – La, a note to follow “so”
Ti – Thea, a drink with jam and bread
That will bring us back to:
do re mi fa so la ti do
Ammoniak, Ammonia, Ammonium
Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’
Zomer/wintertijd
Heel makkelijk te onthouden wanneer de zomer of winterijd ingaat.
Zomertijd gaat de klok naar voren, het is namelijk voorjaar. Als je daaraan denkt, dan weet je dat met de wintertijd de klok weer een uur terug moet.
Het verschil tussen thursday en tuesday
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R
ThuRsday = DondeRdag
Tuesday = Dinsdag
Het verschil tussen een kameel en een dromedaris
Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken
Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult
verbranding
Veel Grijze Zeehonden Eten Wekelijks Kabeljauw.
Verbranding
Glucose
Zuurstof
Energie
Water
Koolstofdioxide
