Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Wanneer mag je rechts inhalen?

FRUIT

F = File
R = Rotonde
U = Uitvoegen
I = Invoegen
T = Tram

Door Sophie

Het verschil tussen acheter en vendre

A=A, V=V

A cheter = A ankopen
V endre = V erkopen

Door Rein

Devenir

Devenir lijkt op denver (la casa de papel) die is heel knap dus ik ga denver zijn vriendin WORDEN
devenir = worden

Door Emma

De Unie van Utrecht

Om de provincies die in de Unie van Utrecht zaten, te onthouden, kun je denken aan de zin
HUGO de GROot Zat Vast

H olland
U trecht
G elderland
O verijssel
GRO ningen
V riesland (!)

Door Sven

Planeten in de juiste volgorde

Mijlenver Van Aarde Mag Je Soms Urenlang Niet Plassen

– Mercurius
– Venus
– Aarde
– Mars
– Jupiter
– Saturnus
– Uranus
– Neptunus
– Pluto

Door Marcel

Geboortejaren van de Karels

Om het verschil te onthouden, kun je denken aan 5=5

Karel de Vijfde werd geboren in 1500.
Karel de Grote werd geboren in 742 nChr.

Door Els

Tafel dekken

Wanneer je de uiteinden van je wijsvinger en duim naar elkaar toe brengt, ontstaat er bij je linkerhand een ‘b’ en bij je rechterhand een ‘d’. Zo kun je bij het tafeldekken onthouden aan welke kant van het bord het brood en aan welke kant de drank hoort te staan volgens de etiquette.

Door Hanna

substitutie of complementaire goederen

Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.

Door Bo

Gevaccineerde ziektes

Om de gevaccineerde ziektes te onthouden, kun je denken aan het acroniem DKTP;BMR

D ifterie
K inkhoest
T etanus
P olio

B of
M azelen
R ode Hond

Door Anke

Legei

Legei = hij zegt/sprekt

In Nederland is het legaal om te zeggen wat je wilt

Door Anoniem

bijv. naamwoorden vóór zn

Als (autre)
Ben (bon)
Jou (joli)
Niet (nouveau)
Leuk (long)
Vindt (vieux)
Gaat (gros)
Het (haute)
Met (mauvais)
Ben (beau)
Gewoon (grand)
Prima (petit)

En dan de rangtelwoorden natuurlijk!

Door Julia

ADie (AltijdDie)

Als je bij Duits het meervoud gebruikt, dan is het lidwoord “die”

Door Anne

Nederlandse ijstijd-lijn

In de ijstijd was Nederland voor een deel bedekt met landijs. Dit ijs kwam tot de HUN-lijn.

H aarlem
U trecht
N ijmegen.

Door Loesje

La randonnée

La randonnée = trektoch

Tijdens een trektocht loop je langs een ravijn en val je over de rand, O NEE!

Door Marjolein

Pontos

Pontos = zee

Een pont vaart over zee

Door bob

Het OSI-model

De officiële ezelsbrug voor het OSI-model (Reference Model for Open Systems Interconnection)

All People Seem To Need Data Processing

A pplication – Toepassing

P resentation – Presentatie

S ession – Sessie

T ranport – Transport

N etwork – Netwerk

D atalink – Datalink

P hysycal – Fysiek

Door Steven

tekstverbanden

SCOORT U?
S amenvattend
C oncluderend
O orzaak-gevolg
O psommend
R edengevend
T egenstellend
U itleggend/voorbeeldgevend

Door Nienke

Gerundi(v)um

GerundiVum is bijVoegelijk
Gerundium is dat niet

Door Lester

Post

Post = na

Het posten van een brief doe je na het schrijven van de brief

Door Magda

De vlakken van een vierkant

Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers

R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak

Door michiel

Ordening dieren (organisatieniveau)

Die (domein)
Rijke (rijk)
Stinkerds (stam)
Kunnen (klasse)
Overal (orde)
Fijne (familie)
Gebakjes (geslacht)
Stoppen (soort)

Door Sterre

Soorten reliëf

Om te onthouden wat voor soorten reliëf er zijn, kun je denken aan het woord
LaHeMiHo

La agland
He uvelland
Mi ddelgebergte
Ho oggebergte

Door Eva

Atoomopbouw

Om te onthouden waaruit een atoom bestaat, kun je denken aan PEN

P rotonen
E lektronen
N eutronen

Door lisan

Emunt

Emunt = (zij) kopen

Je koopt iets met een munt

Door Emilie

Het verschil tussen de boomklever en de boomkruiper

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

L=L en R=R

De kLever = bLauw

De kRuiper = bRuin

Door H.

Kalupto

Kalupto = bedekken

Als je kaal bent, wil je je hoofd bedekken

Door Ingrid

Formule voor prevalentie

Om de formule voor prevalentie te onthouden, kun je denken aan PID

P revalentie = 
I ncidentie *
D uur

Door Faym

Soorten argumenten

Om de zeven verschillende soorten argumenten te onthouden, kun je denken aan de zin
Veel Fietsen En Andere Voertuigen Ergeren Mensen

V oorbeeld
F eit
E motie
A utoriteit
V ergelijking
E mpirisch
M oreel

Door Marlies

Medicijnen bij hartfalen

Om de medicijnen die voorgeschreven dienen te worden bij hartfalen te onthouden, kun je denken aan
ABCD, op alfabetische volgorde

A ce remmers
B etablokkers
C ardiotonica
D iuretica

Door Marit
Home
Alle items
Uploaden