Nederlands Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Koppelwerkwoorden

Zwobbels

Z ijn
W orden
B lijken
B lijven
L ijken
S chijnen

Door Renée

zwobbels!

de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen

Door sien

Tekstverbanden

Om de tekstverbanden te onthouden kun je gebruik maken van het acroniem CCORVOT

C oncluderend

C hronologisch

O psommend

R edengevend

V ergelijkend

O orzakelijk

T egenstellend

Door Mariël

Wintertijd

Wintertijd = je wint-er-tijd-mee

Door Claudine

Het verschil tussen een optimist en een pessimist

Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval

Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)

Door Chantal

Abonnement

Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement

Bus = b
Nonnen = nn

Door Anoniem

Bijwoorden

Herkenning bijwoorden : POOT

Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)

Door Fiene

Beklemtoonde lettergrepen

Is de ‘e’ een neppe ‘u’? Dan is hij stom en de belangstelling niet waard –> “stomme u’tje” krijgt nooit de klemtoon.
Is er een klinker omringd door medeklinkers, dan is hij vast populair! Een gesloten lettergreep trekt in het woord de klinker naar zich toe.

Door Mara

Ontleden van een zin

Voor het ontleden van zinnen:

Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.

Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)

Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)

Zeilen = zinsdelen

Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)

Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)

Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)

Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!

Door Marit

Koppelwerkwoorden

De koppelwerkwoorden kunnen onthouden worden met de zin 
BoB HaD ZoVeeL WaS

B lijven
B lijken
H eten
D unken
Z ijn
V oorkomen
L ijken
W orden
S chijnen

Door Naomi

Commissaris

Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen. 

De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss

Door karlijn

Het verschil tussen saneren en renoveren

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en VER = VER

Saneren = Slopen
RenoVERen = VERbouwen

Door storm

Tekstdoelen

Alle Ossen In Opa’s Akker

Amuseren
Overtuigen
Informeren
Opiniëren
Activeren

Door Fransie

Scrijf/ tekstdoelen

Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)

Door Lotte :)

Het verschil tussen objectief en subjectief

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S

Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)

Door Agnes

Het metrum

De onderdelen van het metrum kun je onthouden met de zin

Jij Activeert Toch Die Andere Software

J ambe. v_

A napest. _v

T rochee. vv_

D actylus. _vv

A mfibrachus. _ _

S pondee. v_v 

Door Evy

Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch

Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal

Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden

Door Katrijn

Soorten humor

Om de verschillende soorten humor te onthouden, kun je denken aan de zin
Sarah Is Plots Content Met Andere Zwarte Snoepjes

S arcasme
I ronie
P arodie
C ynisme
M ilde humor
A bsurde humor
Z warte humor
S atire

Door Yasmin

De NK-klank

Tussen de N en de K mag nooit een G
Dit kun je onthouden met een gezegde

De N en de K zitten op de bank te kussen, dus mag er niemand tussen

Door Jamay

Het verschil tussen lijden en leiden

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan 
IJ = IJ

Lijden = pijn lijden

Door Tim

Pv zoeken

Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).

Door Twan

Vreugde

LOVE

Leutig ( opgewonden )
Opgetogen ( enthousiast )
Verrukt ( grappig )
Euforisch ( zeer blij )

Door Anoniem

Professor

Om te onthouden hoe je professor schrijft, kun je denken aan
De professor heeft 1 fiets en 2 sokken

1 fiets = f
2 sokken = ss

Door Annoniem

Lange ij, korte ei.

Als je een plank neerlegt op de puntjes van de lange ij dan blijft hij recht liggen, dus dan is het een sterk werkwoord en wordt het woord geschreven met een lange ij.

Want een sterk werkwoord is bijna altijd met een lange ij.

Door Brent

Nevenschikkende voegwoorden

Om de nevenschikkende voegwoorden te onthouden, kun je denken aan WANDMODE

W ant
A lsmede
N och
D och
M aar
O f
D us
E n

Door Pauline

Letters van het alfabet

Het woord ‘medeklinkers’ heeft meer letters dan het woord ‘klinkers’. Zo kan je goed onthouden wat de medeklinkers zijn en wat de klinkers.

Door Janna

Alle letters van het alfabet

The quick brown fox jumps over de lazy dog.

Door Tom

Soorten argumenten

Om de zeven verschillende soorten argumenten te onthouden, kun je denken aan de zin
Veel Fietsen En Andere Voertuigen Ergeren Mensen

V oorbeeld
F eit
E motie
A utoriteit
V ergelijking
E mpirisch
M oreel

Door Marlies
Home
Alle items
Uploaden