Nederlands Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Satelliet

Om de spelling van het woord ‘satelliet’ te onthouden, kun je denken aan
In saté zitten altijd twee stokjes

Door Kim

Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch

Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal

Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden

Door Katrijn

Concurreren

Om te juiste spelling van het woord ‘concurreren’ te onthouden, kun je denken aan
Concurreren doe je niet alleen

De r is niet alleen

Door Rita

Het verschil tussen objectief en subjectief

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S

Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)

Door Agnes

Non – Verbale communicatie

mijn Lief Gaf Mij een Gouden ring.

– Lichaamshouding
– Gebaren
– Mimiek
– Gelaatsuitdrukking

Door Anoniem

Tekststructuren

De verschillende structuren kun je onthouden aan de hand van HOPOV

H andelingsstructuur
O nderzoeksstructuur
P robleemstructuur
O piniestructuur
V ergelijkingsstructuur

Door Sofie

Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….

Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)

Door Annemarie

Gebruik van eau

Bij woorden die eindigen op eau, zoals bureau, cadeau of niveau. De volgorde van de eau onthouden met Ezeltje Achter Uit.

Door Belle

Onze Redelijk-Verwarde Opa Drinkt Veel Te Vaak Thee met Sappige Cookies

Verbanden van signaalwoorden voor Examen
Onze: Oorzaak-gevolg
Redelijk-Verwarde: Reden/Verklaring
Drinkt: Doel-middel
Veel: Vergelijking
Te: Tegenstelling
Vaak: Voorwaarde
Thee: Toelichting
met
Sappige: Samenvatting
Cookies: Conclusie

Door Tina

Ontleden van een zin

Voor het ontleden van zinnen:

Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.

Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)

Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)

Zeilen = zinsdelen

Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)

Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)

Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)

Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!

Door Marit

Tekstverbanden

Hier een ezelsbruggetje voor de Tekstverbanden. Ik hoop dat het je helpt!

cc + tt + oo = rv.
Denk aan:
Cake.
Cafe.
+
Tegenwoordige.
Tijd.
+
Oude.
Opa.
=
Rot.
Vrouw.

Door Anoniem

jou of jouw?

Als je niet weet of je ‘jou’ of ‘jouw’ moet gebruiken in een zin, maak er dan in je hoofd ‘u’ of ‘uw’ van. Dan weet je of er wel of of niet een ‘w’ achter ‘jou’ moet.

Door Chris

Uiteenzetting

Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT

UITeenzetting = UITleg

Door Kim

Innovatief

Innovatief = vernieuwend. Een VAATwasser = vernieuwend. In innovatief zit het woord VAAT en in vaatwasser ook.

Door VA

Letters van het alfabet

Het woord ‘medeklinkers’ heeft meer letters dan het woord ‘klinkers’. Zo kan je goed onthouden wat de medeklinkers zijn en wat de klinkers.

Door Janna

Objectief

Ik vergeet vaak het woord objectief de betekenis daarvan is: wie alleen op de feiten let. Als je het laatste stukje van het woord objectief omdraait (tief) dan staat er feit.

Door mia

De NK-klank

Tussen de N en de K mag nooit een G
Dit kun je onthouden met een gezegde

De N en de K zitten op de bank te kussen, dus mag er niemand tussen

Door Jamay

3 Steden

ADH
Amsterdam
DenHaag
Haarlem

Door Fleur

Het verschil tussen een optimist en een pessimist

Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval

Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)

Door Chantal

Tekstverbanden

ChOpTeTo & VoReOoCo

Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband

Door Mees

Abonnement

Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement

Bus = b
Nonnen = nn

Door Anoniem

Lijdend voorwerp

Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV

Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv

De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv

Door Gretsken

Nevenschikkende voegwoorden

Om de nevenschikkende voegwoorden te onthouden, kun je denken aan WANDMODE

W ant
A lsmede
N och
D och
M aar
O f
D us
E n

Door Pauline

Bijwoorden

Herkenning bijwoorden : POOT

Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)

Door Fiene

Een brief schrijven

Om te onthouden waar je aan moet denken bij het schrijven van een brief, kun je denken aan
HoLeKlaSaWIJN

Ho ofdletters?
Le estekens?
Kla korte/lange klinkers?
Sa menstellingen?
W erkwoordspelling juist?
IJ of ei? ou of au? v of f? s of z?
N of zonder -n?

Door Debora

Zelfstandige naamwoorden

Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi

Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen

Door Wendy

Commissaris

Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen. 

De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss

Door karlijn
Home
Alle items
Uploaden