
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
Overijssel
Bij topografie vragen ze naar drie steden in de provincie Overijssel. Dat zijn Almelo Hengelo en Enschede om deze volgorde te onthouden moet je dit onthouden: AHE
A : Almelo
H : Hengelo
E : Enschede
Als je dit vaak herhaald onthoud je het.
Griekse filosofen
Om de chronologische volgorde van drie van de bekendste Griekse filosofen te onthouden, kun je denken aan SPA
S ocrates
P lato
A ristoteles
De wervels
Deze kun je, van boven naar beneden, onthouden met de zin
HandBoeien Leiden Hoge Straf
H alswervels
B orstwervels
L endenwervels
H eiligbeen
S taartbeen
X en Y as
Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)
zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel
De volgers van Filips II
Om de volgers van Philps II tijdens de Gouden Eeuw te onthouden, kun je denken aan PARDon Farnesse
P arma
A lva
R equesens
D on jaun
Farnesse
neurotransmitters in Hersenen
Tel Die Mes Met My:
Telencephalon, Diencephalon, Mesencephalon, Metencephalon, Myelencephalon
Ans Heeft Die Nice String:
Telencephalon – Acetylcholine
Diencephalon – Histamine
Mesencephalon – Dopamine
Metencephalon – Noradrenaline
Myelencephalon – Serotonine
Driehoeken
Het snijpunt van de Middenloodlijnen in een driehoek is het middenpunt van een Omgeschreven cirkel. Het snijpunt van de Bissectrices in een driehoek is het middenpunt van een Ingeschreven cirkel.
Samen wordt dat MOBI
Videre, audere en vocare
Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan
video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem
Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen
Het omrekenen van mollen
Om te onthouden in welke volgorde je mollen om kunt rekenen, kun je denken aan
Liever Geen Melk
L iter
G ram
M ol
Ordening biologie
Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)
1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras
leerjaar 1 – biologie voor jou VWO
OLIGARCHIE
OLIEGARCHIE—> een klein groepje rijke mensen die aan de macht is
door OLIE word je rijk
Taken in het klooster
Om te onthouden wat de taken in een klooster waren, kun je denken aan LOVE
L andarbeid
O verschrijven van boeken
V erplegen zieken
E n bidden
Landschappen
Om de landschappen te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Zonder Landschappen Zal De Rest Vergaan
Z andlandschap
L össlandschap
Z eekleilandschap
R ivierkleilandschap
V eenlandschap
Moldavië – Chisinâu
Om het land Moldavië met hoofdstad Chisinâu te onthouden, kun je denken aan MOCH
Mo ldavië
Ch isinâu
Spoel en condensator
CIRCUS LUIPAARD
C I r c U s
Condensator: de stroom loopt voor op de spanning
L U I paard
Spoel: de spanning loopt voor op de stroom
De ontwikkelingen van Nederland
Om de ontwikkelingen in chronologische volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Er Staan Onder de Peper Meer Eieren OEV!
E einde Middeleeuwen
S taten Generaal opgericht
O ntstaan banken
P estepidemie Europa
M moord op Floris V
E inde kruistochten
O ntstaan stadsrecht en ontginningen woeste gronden
E erste Kruistocht
V erbetering landbouw Steden & Staten
Onderzoeksopzet
Om de onderdelen van een onderzoeksopzet te onthouden, kun je denken aan de zin
Eva Danst Op Curaçao En Paaseiland
E xploreren
D efiniëren
O ntwerpen
C reëren
E valueren
P resenteren
LE PAS. COMP. AVEC ÊTRE
Om te weten welke werkwoorden met être worden vervoegd in de passé composé moet je “MAARTEN P.R.” onthouden.
Montre <-> descendre
Arriver <-> partir
Aller <-> (re)venir
Rentre
Tomber
Entre <-> sortir
Naître <-> mourir
P.asser
R.etourner
+ les verbes pronominaux
De kenmerken van non-verbale communicatie
Deze kun je onthouden met de zin
Als Emma Frietjes Heeft Rookt Robin Te Veel
–
A ccentuerende functie
E motionele functie
F eedbackfunctie
H erhalingsfunctie
R egulerende functie
R elationele functie
T egenstrijdige functie
V ervangingsfunctie
Het gebruik van shall en will
Wanneer er (enige) zekerheid is dat iets wel zal gebeuren gebruik je shall of will
Vorm: shall / will + hele werkwoord
Gebruik: voorspellingen, feiten
Bijvoorbeeld: The sun will rise at 06:45 tomorrow
Je zegt dus niet: I shall/will be Batman (want die kans is erg onwaarschijnlijk)
