
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De eigenschappen van transformaties
Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE
A anpassen
H oekgrootte
O mega
E enheid
Oplosbaarheid in water
Hydrofoob lijkt op fobie; deze stof heeft dus angst voor water en zal niet tot slecht oplossen.
Hydrofiel lijkt op pedofiel; deze stof houdt dus van water en zal dus goed oplossen.
De botten in de schedel
De botten vanaf de zijkant gezien kun je onthouden door NEL SPOT F
N asale
E tmoïdale
L acrimale
S phenoïdale
P ariëtale
O ccipitale
T emporale
F rontale
Volgorde van berekeningen
Hoe Komen Wij Van Die Onvoldoendes Af?
Elke eerste letter telt voor een stap
H: haakjes
K: kwadrateren ( Machtsverheffen)
W: worteltrekken
V: vermenigvuldigen
D: delen
O: optellen
A: aftrekken
Non – Verbale communicatie
mijn Lief Gaf Mij een Gouden ring.
– Lichaamshouding
– Gebaren
– Mimiek
– Gelaatsuitdrukking
Kenmerken concurrentiekracht
Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT
P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren
Tafel van 9
9 x 1 = 0 9
9 x 2 = 1 8
9 x 3 = 2 7
9 x 4 = 3 6
9 x 5 = 4 5
9 x 6 = 5 4
9 x 7 = 6 3
9 x 8 = 7 2
9 x 9 = 8 1
9 x 10 = 9 0
Berg of dalparabool
Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg
Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal
Diatomische elementen
Deze kun je gemakkelijk onthouden met de zin
I Have No BRight Or CLever Friends
I odine
H ydrogen
N itrogen
Br omine
O xygen
C hlorine
F luorine
Ducit
Ducit = leiden, brengen.
Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)
Push- en pullfactoren
Push is in het Engels duwen dus mensen vertrekken uit dat land, denk aan mensen weg duwen. Pull is in het Engels trekken, denk aan je trekt mensen aan. Bij pullfactoren willen mensen een reden om naar dat land verhuizen.
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
Tangere
Tangere = aanraken, treffen
Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan
Bon beau grand
Rijmpje:
(Ook vrouwelijk en meervoud)
bon beau grand
gros mauvais mechant
haut vieux long petit
cher jeun joli
Deze bijvoeglijke naamwoorden komen vóór het zelfstandig naamwoord
Causa
Causa = reden/oorzaak
Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak
Oogspieren
Om de innervatie van de oogspieren te onthouden, kun je denken aan de zin
Tot Onze Spijt Altijd Redelijk Langzaam
T rochlearis
O bliquus
S uperior
A bducens
R ectus
L ateralis
Tautologie
Om te onthouden wat een tautologie is, kun je denken aan T = T
Tautologie = Twee keer dezelfde betekenis
Alkanen
Mam En Pap Bakken Pizza Hawaii Helaas Onsmakelijk
(Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan)
Geboortedatum Alexander de Grote
Een jaar heeft 365 dagen en als je de 5 en de 6 omdraait heb je de geboortedatum van Alexander de Grote: 356 v. Chr.
Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP
Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen
