
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
ITCZ – hoge en lage luchtdruk
Hoog is droog.
In het hogedrukgebied is het droog en valt er weinig neerslag. In het lagedrukgebied valt er veel neerslag.
Tip: het ezelsbruggetje is om te onthouden. Schrijf op je toets niet: In het hogedrukgebied is het droog. Maar leg het proces uit!!
Objectief
Ik vergeet vaak het woord objectief de betekenis daarvan is: wie alleen op de feiten let. Als je het laatste stukje van het woord objectief omdraait (tief) dan staat er feit.
Ambulare
Ambulare = wandelen
Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen
Piscine
Piscine betekent zwembad
Kleine kinderen willen soms nog wel eens in het zwembad plassen
Artemis/diana
De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht
Technisch tekenen
Om de verschillende vormen van technisch tekenen te onthouden, kun je denken aan VESP
V erklarende tekeningen
E xploded view tekeningen
S triptekeningen
P rojecttekeningen
Planeten
Om de planeten, van de zon af, te onthouden, kun je denken aan de zin
Maak Voort Aardig Meisje, Jantje Spuit U Nat
M ercurius
V enus
A arde
M ars
J upiter
S aturnus
U ranus
N eptunus
Romeinse cijfers
Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:
Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
traplopen na trauma
trap op
je loopt naar de hemel dus je zet je goede been eerst neer (niet- aangedane zijde)
trap af
je loopt naar de hel dus je zet je slechte been eerst neer (aangedane zijde)
Ezelsbruggetje iacere
iacere = liggen
ia zegt een ezel en een ezel ligt (soms)
in dit geval ligt dit ezelsbruggetje op deze site 😉
Hopelijk heb ik je kunnen helpen! Succes met leren!
De volgorde van de ringen op de Olympische Vlag
De volgorde kan onthouden worden met de zin
Boos Zegt Rob – GEEN Goud
B lauw
Z wart
R ood
–
G eel
G roen
Orgaanstelsels
Deze kun je onthouden aan de hand van de zin
Vette Boeren Spelen Uiteindelijk Zomers Altijd Lekker Buiten
V erteringsstelsel
B eenderstelsel
S pierstelsel
U itscheidingsstelsel
Z enuwstelsel
A demhalingsstelsel
L ymfestelsel
B loedvatenstelsel
Verschil tussen kruis en mol
Een kruis staat bovenop een kerk dus die verhoogt de noot waarvoor hij staat.
Een mol zit onder de grond dus die verlaagt de noot waarvoor hij staat.
Het verschil tussen verticaal en horizontaal
Om het verschil tussen verticaal en horizontaal te onthouden, kun je denken aan V = V
Verticaal = vallen, van boven naar beneden
Horizontaal = van links naar rechts
Daarbij kun je ook bedenken dat de horizontaal zo plat is als de horizon.
Ordening dieren (organisatieniveau)
Die (domein)
Rijke (rijk)
Stinkerds (stam)
Kunnen (klasse)
Overal (orde)
Fijne (familie)
Gebakjes (geslacht)
Stoppen (soort)
De oxidatieregels
Deze atoomsoorten leveren na volledige verbranding altijd dezelfde oxidatieproducten op.
Claire Slaat Haar Nichtje
C CO2 –> Koolstofdioxide
S SO2 –> Zwaveldioxide
H H2O –> Water
N NO2 –> Stikstofdioxide
Diverse Griekse woordjes
Dendron = boom > dendrologie
Petra = rots > Petra (stad in Jordanië)
Proton = eerst > prototype
Aei = altijd > altijd fonetisch = ˈɑltɛit, oftewel ˈ A lt E I t
Bios = leven > biologie
Thèrion = dier > thèr lijkt op dier
Nun = nu > dat is nun zonder n
Dolos = bedorg > een doolhof is bedrog
Thronos = troon > thron is troon zonder o
Oun (spreek uit: oen) = dus > ik weet hem niet DUS ben ik een oen
Doru = lans > een lans gaat DOOR je heen
Mètèr = moeder > mètèr lijkt op moeder
Monon = alleen (maar) > Engels: monotonous = eentonig ALLEEN MAAR dingen van één soort
Pragma = gebeurtenis > een SPRAAKMAkende gebeurtenis
Pur = vuur > lijkt op vuur
Phòs = licht > genetivus = phòtos een vroeger was er bij een foto belichting nodig
Het verschil tussen biceps & triceps
Het verschil tussen biceps en triceps kun je onthouden door
B=B en TR=TR
Bicep = Buigspier
TRicep = TRekspier
De wervels
Deze kun je, van boven naar beneden, onthouden met de zin
HandBoeien Leiden Hoge Straf
H alswervels
B orstwervels
L endenwervels
H eiligbeen
S taartbeen
