Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Wat te doen bij een sportblessure

Om te onthouden wat je moet doen bij een sportblessure, kun je denken aan RICE

R ust
I js
C ompressie
E levatie

Door Michel

De draairichting

De draairichting van schroeven kun je onthouden door te denken aan
Righty Tighty, Lefty Loosy

Rechtsom is vast
Linksom is los

Door Raymond

Lagen van de opperhuid

Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd

B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag

Door Lise

Alle tijdvakken van de aarde

Pratende Choco Stengels Doen Charismatische Pogingen Tot Jodelen, Kruipend Tussen Kwallenpootjes

P recambrium
C ambrium
S iluur
D evoon
C arboon
P erm
T rias
J ura
K rijt
T ertair
K wartair

Door Henk

Posse

Posse = kunnen

Als het kan, is het possible

Door Charlie

Het verschil tussen de boomklever en de boomkruiper

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

L=L en R=R

De kLever = bLauw

De kRuiper = bRuin

Door H.

Mississippi

Om de spelling van het woord ‘Mississippi’ te onthouden, kun je het op zijn Engels spellen
Fonetisch ziet dat er zo uit: Em AI Esses Ai Esses Ai Pipi Ai

Door Annemarie

Formule voor Inhoud

Deze formule kun je onthouden aan de hand van de zin
Leuke BH met Inhoud

Inhoud = LxBxH.

Door E.J.E.

zwobbels!

de koppelwerkwoorden:
– Zijn
– Worden
O
– Blijven
– Blijken
E
– Lijken
– Schijnen

Door sien

Werking transistor

De transistor heeft drie contactpunten:
Basis
Collector
Emitter

Als dit onderdeel in een schakeling zit, hoe loopt de stroom dan? Alfabet!

Stroom komt eerst bij de B van Basis.
Vervolgens gaat de stroomrichting via de C van Collector alle stroom kom uit bij de E van Emitter.

Door Mr.koekman

maaltafel 9

9×1=9
9×2=18
9×3=27
9×4=36
9×5=45
9×6=54
9×7=63
9×8=72
9×9=81
9×10=90

Dus als je goed kijkt komen er telkens bij de tientallen een bij, en bij de eenheden gaat er telkens een af.

Door Nore

De kenmerken van non-verbale communicatie

Deze kun je onthouden met de zin
Als Emma Frietjes Heeft Rookt Robin Te Veel

A ccentuerende functie
E motionele functie
F eedbackfunctie
H erhalingsfunctie
R egulerende functie
R elationele functie

T egenstrijdige functie
V ervangingsfunctie

Door Willem

Atoomopbouw

Om te onthouden waaruit een atoom bestaat, kun je denken aan PEN

P rotonen
E lektronen
N eutronen

Door lisan

7 levenskenmerken

Vroeger ———– Voeden
Aten ————– Ademhalen
Witte ————– Waarnemen
Uilen ————– Uitscheiden
Bijna ————– Bewegen
Geen ————– Groeien
Volkorenbrood —– Voortplanten

Door Marina

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

De schalen

Om de verschillende schalen op een kaart te onthouden, kun je denken aan de zin
Loop Recht Naar C Man

L okale schaal
R egionale schaal
N ationale schaal
C ontinentale schaal
M ondiale schaal

Door Anoniem

Km² Km³

Bij km² dan moet er 2 nullen bij en bij km³ 3 nullen.

Door Anoniem

Hersenstructuren

De hersenstructuren kun je onthouden met de zin
Tel Deze Messen Met Mij

T elencephalon
D yencephalon
M esencephalon
M etencephalon
M yencephalon

Door Merel

Vestigingsfactoren

Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT

W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport

Door sarah

Oxidator en reductor

Oxidator- elektronen Opnemen
Reductor- elektronen Afstaan
Oxidator en opnemen beginnen beide met de O.

Door joelle

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

Regeringstaken

Deze kun je onthouden aan RUW

R echtsprekend
U itvoerend
W etgevend

Door Grietje

Conflictgedrag

Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)

Door Jasmijn

De IJstijden

Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP

W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd

Door E

Voorrang auto rijden

Kijk je hem op z’n bek of nek, dan blijf je op je plek. Kijk je hem op z’n oor dan rijd je door!

Door Bastiaan

100×100=……

10×10+2 nullen

Door Floor

Tafel van 11

Bijv 11 ×54 wat je doet is je pakt het eerste getal van (54) dus 5 dan moet je de twee cijfers bij elkaar optellen (5+4)=9 en dan pak je het laatste getal dus 4 en dan plakje het aan elkaar dus
594 zie je simpel

Door Ayoub
Home
Alle items
Uploaden