
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
2*3=6
Als je bijvoorbeeld U = I * R ziet is het lastig om te bedenken wat nou de formule is voor I of juist R, bedenk dan:
6 = 2*3
dan is de stap naar
2 = 6/3 en 3 = 6/2,
en dus
I = U/R en R = U/I,
een stuk makkelijker.
Dit werkt met alle formules die je om moet schrijven!
Bijvoeglijke naamwoorden vóór het zelfstandig naamwoord
De bijvoeglijke naamwoorden die vóór het zelfstandig naamwoord moeten, passen precies in de melodie van Jingle Bells. Zo kan je ze onthouden.
Grand petit,
Beau jolie,
Jeune hoort erbij.
Vi-eux gros,
Bon noveau,
Ja dat is de rij!
Tekstverbanden
Om de tekstverbanden te onthouden kun je gebruik maken van het acroniem CCORVOT
C oncluderend
C hronologisch
O psommend
R edengevend
V ergelijkend
O orzakelijk
T egenstellend
De verteringsvolgorde
Deze volgorde kun je onthouden door de zin
Koolmezen Eisen Vetbollen
K oolhydraten (in de mond)
E iwitten (in de maag)
V etten (in de 12vingerige darm)
Werkwoorden
Als je moeite hebt met de ww, onthoud dan dat het helemaal niet zo moeilijk is! Bij een e komt er altijd s achter en bij een y wordt de y vervangen door ie+s.
Perro
Perro=hond
Bij de rr van perro, als je het zegt klinkt het een beetje als grommen, en een hond gromt.
Rijbaan paardrijden
Alle
Rijken
Boeren
Met
Geld
Hebben
Een
Koe
Alle eerste letters van het woorden zijn de letters van de rijbaan met paardrijden!
De oxidatieregels
Deze atoomsoorten leveren na volledige verbranding altijd dezelfde oxidatieproducten op.
Claire Slaat Haar Nichtje
C CO2 –> Koolstofdioxide
S SO2 –> Zwaveldioxide
H H2O –> Water
N NO2 –> Stikstofdioxide
Lagen van de retina
Om de lagen te onthouden, kun je denken aan de zin
Zondags Graag Niet Fietsen Rond Centrum
Z enuwlaag
G anglionlaag
N eurale laag
F otoreceptorlaag
R etinaal pigment epitheel
C horoidea
Rijbewijs
Als je niet weet wanneer een tram stop gebruik ik altijd
Een tram is bang voor dieren
Een tram stopt alleen voor zebrapaden en haaientanden
Het verschil tussen emigratie en immigratie
Dit kun je onthouden door te denken aan
I=I en E=E
Immigratie = In Nederland
Emigratie = Eruit
VOORZETSEL +ACC
Appelsien in de soepkom, proost!
a(b) – e(x) – sine – in – de – sub – cum – pro
Lagen in de Romeinse Samenleving
Om de lagen in de Romeinse Samenleving te onthouden, kun je denken aan PSP
P lebejers
S laven
P atriciërs
Het verschil tussen objectief en subjectief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S
Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)
Ezelsbruggetje muzieknoot D
De muzieknoot D hangt te drogen, omdat de noot D onder de lijnen hangt
Pv zoeken
Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).
Theater
We hebben het over theater als er sprake is van:
SAP
Speelplek, Acteurs en Publiek
Het verschil tussen peux en veux
Om het verschil hiertussen te onthouden, kun je denken aan
Peux = kunnen –> PK –> Paardenkracht
Veux = willen –> VW –> Volkswagen
Een grote beer die fietst op de lijnen
Een Grote Beer Die Fietst
E-en
G-rote
B-eer
D-ie
F-ietst
Let op! het is op de lijnen en het is vanaf onder
De zeeën bij Griekenland
Om te onthouden welke zeeën er bij Griekenland liggen, kun je denken aan TIA
T yrreense zee
I onische zee
A driatische zee
Het verschil tussen meridiaan en parallel
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Mollige Lange en Pestende Bolle
M eridiaan is voor
L engte
P arallel is voor
B reedte
De steden van Japan
Om de steden van Japan, van boven naar beneden, te onthouden, kun je denken aan
ToYoNagOsHiNa
To kyo
Yo kohama
Nag oya
Os aka
Hi roshima
Na gasaki
Videre, audere en vocare
Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan
video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem
Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen
