
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
nihil = niets
Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’
Dus:
Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.
Delen door nul
Delen door nul. Kan dat nou wel of niet?
Met dit ezelsbruggetje vergeet je het nooit meer:
‘delen door nul is gelul’
Oftewel delen door nul is onzin want het kan gewoon niet.
Orgaanstelsels
Deze kun je onthouden aan de hand van de zin
Vette Boeren Spelen Uiteindelijk Zomers Altijd Lekker Buiten
V erteringsstelsel
B eenderstelsel
S pierstelsel
U itscheidingsstelsel
Z enuwstelsel
A demhalingsstelsel
L ymfestelsel
B loedvatenstelsel
Smaakpapillen
Om de verschillende smaakpapillen te onthouden, kun je denken aan ZoZoZuBi
Zo ut
Zo et
Zu ur
Bi tter
De hooggebergtes van Amerika
Deze kun je onthouden aan de hand van GAS RoC
G rote Bekken
A ppalachen
S ierra nevada
R ocky mountains
C ascade gebergte
Het verschil tussen Adesse en Abesse
Abesse = afwezig zijn
Adesse = aanwezig zijn
Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.
De dimensies van de Geneeskunde
De zeven dimensies van de Geneeskunde kun je onthouden door de zin
Levend Keert Koning Terug, Christus Feest Begint
L okalisatie
K waliteit
K wantiteit
T ijd
C ontext
F actoren
B egeleidende verschijnselen
Trappen van vergelijking
Als je een woord met twee of meer lettergrepen tegenkomt en het bevat een van de uitgangen van LE|ER|OW|Y|SOME dan zijn de uitgangen bij de vergelijkende en overtreffende trap gewoon -er, -est.
Voorbeelden:
-ow: yellow-yellower-yellowest
-le: simple-simpler-simplest
-er: clever-cleverer-cleverest
-some: handsome-handsomer-handsomest
-y: happy-happier-happiest (let op y wordt i)
Together
Om de juiste spelling van het woord ’together’ te onthouden, kun je gebruik maken van deze zin
To be together, first he has to get her
Het nationale spaarsaldo
Om de formule van het nationale spaarsaldo te onthouden, kun je denken aan
SIEBOEI
(SI)+(BO)=(E-I)
S paarsaldo
I nvesteringen
B elasting
O verheidsbesteding
E xport
I mport
De tijdsperiodes
De verschillende tijdsperioden in de geschiedenis kun je onthouden met de zin
Piet Smits Kaatst Mini Nootjes Naar Erik
P rehistorie
S troomculturen
K lassieke oudheden
M iddeleeuwen
N ieuwe tijd
N ieuwste tijd
E igen tijd
Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch
Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal
Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden
Congenitale infecties
De belangrijkste congenitale infecties
TORCHES
T oxoplasmose
R ubella
C MV
H IV / He patitis
S yfilis
Rapido
Rapido=Snel.
Dit weet je door het voorste woord rap, Want een rap gaat snel en nu weet je het antwoord.
Rijbewijs
Als je niet weet wanneer een tram stop gebruik ik altijd
Een tram is bang voor dieren
Een tram stopt alleen voor zebrapaden en haaientanden
Dès que
Dès que = zodra
1. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dekken.
Wordt:
2. Zodra ik thuis ben, ga ik mijn tafel dès que
Tekstsoorten en tekstdoelen
Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP
D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen
Van active naar passive in het Engels
Wanneer je een actieve zin naar de passieve vorm moet omzetten, kun je dit liedje zingen op de melodie van Vader Jacob
Passive Sentence, passive sentence
Worden is to be, worden is to be
Zijn dat wordt dan have been, zijn dat wordt dan have been
Behalve last week, behalve last week
De Plié
Om te onthouden of de plié naar beneden of omhoog gaat, kun je denken aan de zin
De Plié gaat naar benée
Het verschil tussen endo- of exotherm?
Het verschil tussen exo- en endotherm kun je onthouden door te denken aan
Exo –> exit, er komt energie uit
Endo –> entree, er gaat energie in
Rekenvolgorde HMWVDOA
HMWVDOA = Hare Majesteit Wenst Vandaag De Open Auto
1. Haakjes
2. Machtsverheffen
3. Worteltrekken
4. Vermenigvuldigen
5. Delen
6. Optellen
7. Aftrekken
Variabelen
Om het verschil tussen onafhankelijke, afhankelijke en interveniërende variabelen te onthouden, kun je denken aan O = O en IN = IN
Onafhankelijke variabele = Oorzakelijke variabele
Afhankelijke variabele = variabele die je kunt beïnvloeden
INterveniërende variabele = de variabele tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele in
