
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Voorzetsels met de 3e naamval
Op deuntje van vader Jacob
aus bei mit nach
aus bei mit nach
Seit von zu
Seit von zu
Auber genüber
Auber genüber
Ent-ge-gen
Ent-ge-gen
De Algemene Gaswet
Om de Algemene Gaswet te onthouden, kun je denken aan
RoeP VeNT
R = p*V / n*T
R = gasconstante
p = druk
V = volume
n = hoeveelheid gas in mol
T = absolute temperatuur
koppelwerkwoorden
ZWeBBeLS & VUN (denk aan fun)
zijn
worden
blijken
blijven
lijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen
Logaritmen en kwadraten
Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??
A^b=C
De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.
Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)
Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B
Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡
adress of address?
In het Nederlands heb je het woord ‘adres’. In het Engels raak je daarmee in de war, want daar betekent het iets anders. In het Engels betekent het ’toespreken’.
Ik kan onthouden dat ’to address’ met dubbel D is door het volgende ezelsbruggetje:
Als je mensen toespreekt ben je wat informatie bij de mensen aan het toevoegen -> ’to add’ (dus met dubbel D).
Formule voor volume
Om de formule voor volume te onthouden, kun je denken aan de zin
VOLle LENGTE BRandt HOOG
Volume = lengte x breedte x hoogte
De oorzaken van pancreatitis
Deze kun je onthouden door GET SMASH’D
G alstones
E thanol
T rauma
S teroids
M umps
A uto-immuun
S corpion-bite
H yperlipidaemia
D rugs
Het verschil tussen Adesse en Abesse
Abesse = afwezig zijn
Adesse = aanwezig zijn
Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.
LE PAS. COMP. AVEC ÊTRE
Om te weten welke werkwoorden met être worden vervoegd in de passé composé moet je “MAARTEN P.R.” onthouden.
Montre <-> descendre
Arriver <-> partir
Aller <-> (re)venir
Rentre
Tomber
Entre <-> sortir
Naître <-> mourir
P.asser
R.etourner
+ les verbes pronominaux
De Unie van Utrecht
Om de provincies die in de Unie van Utrecht zaten, te onthouden, kun je denken aan de zin
HUGO de GROot Zat Vast
H olland
U trecht
G elderland
O verijssel
GRO ningen
V riesland (!)
Het verschil tussen thursday en tuesday
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R
ThuRsday = DondeRdag
Tuesday = Dinsdag
Bijwoorden
Herkenning bijwoorden : POOT
Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)
Het verschil tussen < en >
Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje
Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!
Alfabet
Moet je je Griekse alfabet uit je hoofd leren? Probeer het te zingen op vader Jacob.
Vader Jacob, vader jacob. Slaapt gij nog? Slaapt gij nog? Wordt dan -> alpha bèta gamma delta epsilon, epsilon. Etc.
Magnetische metalen
Alle metalen die magnetisch zijn, kun je onthouden met FeNiCo
Fe ijzer
Ni kkel
Co balt
Klimaat systeem van Köppen
Een geheugensteuntje bij het Klimaatsysteem van Köppen
Alleen voor A-C-D klimaat:
s- sommertrocken: droge periode valt in de Sommer.
w- wintertrocken: droge periode valt in de Winter.
f- felht: er is geen droge periode. De droge periode is Foetsie.
Alleen voor B klimaat:
BW-klimaat: B Woestijnklimaat.
BS-klimaat: B Steppeklimaat.
Alleen bij E klimaat:
EF-klimaat: sneeuwklimaat zonder begroeiing. De begroeiing is Foetsie.
EH-klimaat: Hooggebergte klimaat. Zelfde als EF-klimaat, maar dan op grote Hoogte.
ET-klimaat: Toendra klimaat.
Klasse van geleedpotigen
Geleedpotigen:
Kreeftachtigen
Insecten
Duizendpoten
Spinachtigen
============
KIDS (alle eerste Letters)
Elektriciteitsvervoer
De volgorde van elektriciteitsvervoer kun je onthouden met de zin
Echt Heel Veel Troep
E lektriciteitscentrale
H oogspanningsmast
V erdeelstation
T ransformatorhuisje
Soorten kaarten
Om de verschillende soorten kaarten te onthouden, kun je denken aan TON
T hematische
O verzichts
N avigatie kaarten
Elektrisch vermogen P in Watt
PIRI of PUUR
P = I^2 . R <= > P = I . R . I
P = U^2 / R <=> P = U . U . R
Basis voor kaartgebruik
Om de basis voor het gebruik van kaarten te onthouden, kun je denken aan
POLS
P erspectief
O riëntatie
L egende
S chaal
Bytes
Kabouters Met Grote Tenen
(kabouters) Kilo byte
(met) Mega byte
(grote) Giga byte
(tenen) Tera byte
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
maaltafel 9
9×1=9
9×2=18
9×3=27
9×4=36
9×5=45
9×6=54
9×7=63
9×8=72
9×9=81
9×10=90
Dus als je goed kijkt komen er telkens bij de tientallen een bij, en bij de eenheden gaat er telkens een af.
