Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Kwalitatief en kwantitatief

k(W)alitatief -> Woorden
kwa(N)titatief -> Nummers

Door Ihlara Bouwman

Bytes

Kabouters Met Grote Tenen

(kabouters) Kilo byte
(met) Mega byte
(grote) Giga byte
(tenen) Tera byte

Door jonathan

Vreugde

LOVE

Leutig ( opgewonden )
Opgetogen ( enthousiast )
Verrukt ( grappig )
Euforisch ( zeer blij )

Door Anoniem

topografie tip!

rozen zijn rood violen zijn blauw de hoofdstad van Polen is Warschau

Door Anoniem

KNAP

Je kan de lading van een anode of kathode onthouden door te denken aan het woord KNAP.
Kathode = Negatief. KN
Anode = Positief. AP
Dit maakt KNAP.

Een kathode is dus negatief geladen en een anode positief.

Door Jesse

Een geldig doelpunt bij hockey

ABCD

A anvaller raakt de
B al in de 
C irkel en dan is het een 
D oelpunt

Door Sanne

vermogen berkenen

je onthoud de volgorde van vermogen, spanning en stroom sterkte door:
vespa sterkte

ve- VErmogen
spa- SPAnning
sterkte- stroomSTERKTE

Door Nicky

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

De oorzaken van pancreatitis

Deze kun je onthouden door GET SMASH’D

G alstones
E thanol
T rauma
S teroids
M umps
A uto-immuun
S corpion-bite
H yperlipidaemia
D rugs

Door René

Elementen die bestaan uit twee dezelfde atomen

Deze elementen bestaan uit twee dezelfde atomen

Have – Waterstof (H)
No – stikstof (N)
Fear – fluor (F)
Of – zuurstof (O)
Ice – Jood (I)
Cold – Chloor (Cl)
Beer – Broom (Br)

Door Floor

Fobos

Fobos = angst, vrees

Hier komt het woord fobie vandaan

Door Nina

Fase overgangen water

Er zijn 6 fase overgangen en die leer je zo uit je hoofd!

Cor rijmt veel, ben smakt veel

Pak van alle de eerste twee letters van de woorden en je kom al verder ook staan ze in volgorde
Condenseren
Rijpen
Verdampen
Bevriezen
Smelten
Vervluchtigen

Door Noek

Het verschil tussen homo-en heterozygoot

Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel

Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap

Door Marieke

Benzine

Om te onthouden welke moleculen er in Benzine zitten, kun je denken aan 
SCHON 

S zwavel
C koolstof
H waterstof
O zuurstof
N stikstof

Door Gert-Kees

Het verschil tussen supinatie en pronantie

Supinatie –> de beweging die je maakt als je soep van een lepel eet
Pronantie –> de beweging die je maakt als je een slok neemt, proost!

Door Annemieke

Craniale zenuwen

Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)

Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More

Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …

Door Maza

Alkanen

Ma En Pa Bouwen Perfecte Huizen (met de) HOND.

M ethaan

E thaan

P ropaan

H exaan

H eptaan

O ctaan

N onaan

D ecaan

Door Kriz

Loef en lijzijde

Loef bestaat uit 4 letters –> meer letters –> meer regen.
Lij bestaat uit 4 letters –> minder letters –> minder regen.

Door Doeke

Voorzetsels ablativus

Pro e(x) A(b) Sine in de sub cum
ezelsbrug: Proef appelsienen in de soepkom

Door Mohamed

Functies bindweefsel

De functies kun je onthouden door de zin
Stevige Trek, Bier Helpt Ook!

S teun en verbindende functie (oa organen, bot en kraakbeen)
T ransportmedium (cellen en bloed)
B eschermende functie (voorkomen van het verspreiden van micro-organismen)
H erstellende functie, na weefselschade
O pslag, chemische energie in vetcellen of Ca2+ en water in het bindweefsel.

Door Lars

Praeter

Praeter = voorbij, behalve

Je mond voorbij praeten

Door Anoniem

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

Het verschil tussen modus en mediaan

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal

Door Onno

De levensstadia van een koolwitje

Om de levensstadia te onthouden, kun je denken aan de zin
Evert Rijdt Plots Verkeerd

E i
R ups
P op
V linder

Door Dinja

Clamor = geschreeuw

Door de claxon werd er geschreeuwd

Door Anoniem

Het verschil tussen these en those

Om het verschil tussen these en those te onthouden, kun je denken aan het alfabet

De E komt eerder in het alfabet, these = dichtbij
De O komt later in het alfabet, those = ver weg

Door Vivian

Structuur van de lies

Om de structuur van lateraal naar mediaal te onthouden, kun je denken aan 
NAVEL

N erve
A rtery
V ein
E mpty space
L igament

Door Lieuwe
Home
Alle items
Uploaden